De buigzame bewaker van het gezag

Piet Hein Donner gold in het kabinet-Balkenende I als de schaduwpremier. Nu is hij een gewone minister van Justitie, die voortdurend strijdt in de Tweede Kamer om incidenten te overleven. Zijn vriend Pieter Jan Biesheuvel: ,,Hij verdraagt het niet als mensen niet geloven wat hij zegt.''

Briljant. Dat vindt Hilbrand Nawijn, Tweede-Kamerlid van de LPF, achteraf zelf over de grootste oorvijg die hij kreeg van Piet Hein Donner, minister van Justitie. Oktober 2002 in de Tweede Kamer. Het ging over de doodstraf. Nawijn, toen minister van Vreemdelingenzaken, leek het een goed idee die weer in te voeren. Toen nam Donner het woord. Een rede met de juridische en rechtsfilosofische argumenten tegen de doodstraf, inclusief verwijzingen naar zijn ambtsvoorganger uit 1880. Na afloop zei Femke Halsema van GroenLinks dat Donner en niet Balkenende maar premier moest worden van het volgende kabinet.

Nawijn sprak Donner regelmatig in het ochtendberaad op het ministerie van Justitie. ,,Daar kreeg ik nooit kritiek. Hij vertelde me wel trots dat zijn grootvader nog voor de doodstraf was.'' Zijn grootvader was Jan Donner, minister van Justitie tussen 1926-1933. Volgens Donner had hij het over zijn betovergrootvader, Tweede-Kamerlid in 1880 en met Abraham Kuyper mede-oprichter van de Antirevolutionaire Partij. Die was ook vóór. Eigenlijk, zegt Nawijn, was ik wel jaloers op Donner.

Het debat over de doodstraf, dat was de Donner van Balkenende I. De informateur die het regeerakkoord schreef. De supervisor die, in plaats van Balkenende, een staatssecretaris zeven uur na haar beëdiging de wacht aanzegde. Die LPF-onderhandelaar Herben opbelde om te zeggen dat hij hem nu mocht tutoyeren. Die de premier tijdens een moeizaam Kamerdebat over prinses Margarita voor het oog van de camera influisterde wat hij zeggen moest. Toen besloot de premier, zegt Ab Klink, directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA, dat hij moest laten zien dat hij zelf ook iemand was.

Nu, in het tweede kabinet Balkenende, is een andere Donner te zien. De status van `vader' van het kabinet verloor hij op een avond in april 2003. Hij moest als informateur het CDA en de PvdA samenbrengen, maar het CDA liet de boel ploffen. Die avond ging Donner Balkenende vousvoyeren. Ab Klink: ,,Hij vond het verschrikkelijk dat hij de opdracht van de Koningin niet kon vervullen.'' Wat hem het meeste dwars zat, zegt zijn oudere broer Jan Donner, is dat niemand hem had verteld dat het zou gaan gebeuren.

Frits Korthals Altes volgde Donner op als informateur. Ze kenden elkaar nog uit de jaren tachtig, toen Korthals Altes minister van Justitie was en Donner zijn opstomende wetgevingsambtenaar. ,,Ik wist natuurlijk wel dat hij teleurgesteld was. Maar in het overdrachtsgesprek was hij onverstoorbaar.'' Aan het einde van het gesprek maakte Donner een stapeltje van al zijn papieren. Korthals Altes: ,,Zo, zei hij. Die neem ik allemaal mee naar huis.'' En daarmee, zegt Korthals Altes, wiste hij de sporen van de mislukte informatie. ,,Dat deed hij heel kundig. Wij kregen de papieren niet, en hij onttrok ze zo ook aan de Wet Openbaarheid Bestuur.''

Donner is nu een gewone minister die, in dit kabinet, ook tegenspel krijgt. Van Zalm, Bot, Brinkhorst. Jan Donner: ,,Hij is de verbetenheid kwijt die hij in het eerste kabinet had. Hij is meer ontspannen, relativerend.'' Tussen zijn collega's valt Donner vooral op door hoe hij eruit ziet en doet. Een wat stijve man, altijd in driedelig pak (maar wel een mooi pak) op een zwarte Gazelle herenfiets. Die zijn vinger nog strenger en gereformeerder in de lucht steekt dan Balkenende. Die de premier nazegt dat satire verderfelijk is en eraan toevoegt dat de media hun verantwoordelijkheid niet meer kennen om het gezag te respecteren. Ab Klink spreekt van de paradox van Donner: ,,Hij komt traditioneel over, en dat koestert hij omdat het excentriek is.'' Jan Donner over de stijl van zijn broer: ,,Ik dacht eerlijk gezegd dat het een gebrek aan fantasie was.''

Ook zijn lot als minister van Justitie begint intussen gewoon te worden. Net als zijn voorgangers voert Donner voortdurend strijd in de Kamer om incidenten te overleven. Als een brief van de procureur-generaal is uitgelekt, als er gevangenisdirecteuren worden ontslagen, als het openbaar ministerie (OM) heeft gefaald of ruzie maakt met de politietop, als informatie misschien niet klopt. Zo vaak, dat Donner de Kamervoorzitter om een bed heeft gevraagd.

Pieter Jan Biesheuvel, die Donner eind jaren zestig tijdens de studie rechten leerde kennen in het Corps, de belangrijkste studentenvereniging aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: ,,Die zuigdebatten. Dat de Kamer álles uit de kast haalt om de minister op stang te jagen. Ik weet niet of Piet Hein dat wel het leukste van het werk vindt.'' Biesheuvel zat tot 2002 zestien jaar in de Kamer voor het CDA. Hij maakt denkbeeldige mokerslagen met zijn rechterarm zoals Donner dat ook kan doen. ,,Als hij dat doet, zie je dat hij geïrriteerd is, dat hij zich nauwelijks kan inhouden. Hij verdraagt het niet als mensen niet geloven wat hij zegt.''

Piet Hein vindt het vooral ergerlijk als anderen hem niet begrijpen, zegt zijn broer Jan Donner, directeur van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. En het vervelende voor zijn tegenstanders is, dát hij het vaak ook beter weet. Al was het maar omdat hij, liefst tot diep in de nacht, werkt en leest. Biografieën over staatsmannen. Biesheuvel: ,,Hij heeft net die van Thorbecke uit.'' Hét standaardwerk over staatsrecht, dat van Van der Pot-Donner, is zijn `inspiratiebron' zegt zijn broer. Het is bewerkt door zijn vader, hoogleraar staatsrecht. Whodunnits leest hij ook, maar alleen op zondagmiddag.

Voormalig Eurocommissaris Frans Andriessen leerde Donner en Balkenende kennen in het Strategisch Beraad, dat voor het CDA na de desastreuze verkiezingen van 1994 Nieuwe wegen, vaste waarden schreef. Dat werd de ideologische blauwdruk van de huidige CDA-leiders. Andriessen was voorzitter, Balkenende secretaris, Donner lid. Andriessen vond het een ,,interessante ontmoeting'': Balkenende de wetenschapper, die het christelijk patrimonium inbracht en Donner die vroeg naar het praktische nut. ,,Als Balkenende of anderen een tekst leverden die Donner niet goed vond, zei hij: dat schrijf ik wel even.''

Donner lijkt een wetenschapper. Maar, zegt zijn broer: ,,Hij is de enige man in het gezin die niét is gepromoveerd.'' De verklaring: ,,Bij mij kwam de eerste baby twee maanden ná het schrijven van mijn proefschrift. Bij Piet Hein tijdens.'' Dat wetenschappelijke, dat studieuze was er altijd al, zegt Jan Donner. ,,Mijn vader zat altijd aan het hoofd van de tafel, Piet Hein links van hem, ik rechts. Mijn moeder ergens in het midden, met zes zusjes en downstairs nog een broertje en altijd wel een paar vriendjes. Piet Hein en zijn vader domineerden het gesprek. ,,Altijd maar discussies. Over het geloof, het recht, de doodstraf. Doodvermoeiend.'' Ernstige mannen. ,,Ik heb ze nooit in minder dan tweedelig gezien. Ook niet op vakantie.''

Donner is minder negentiende-eeuws dan de verpakking suggereert. Die stijfheid, zegt studievriend Peter Volten, is voor de Bühne. Zie eind jaren zestig, toen zij studeerden, en alles mocht wat de Gereformeerde Kerken verboden. Volten: ,,Onze oren tuitten.'' Donner bleef onverstoorbaar. Volten: ,,Dan zei hij dingen, waar wij vreselijk om moesten lachen. Man, doe normaal, zeiden wij. Je bent niet van deze tijd.'' Wat Donner graag mocht verdedigen is de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw. ,,Maar kijk met wie hij is getrouwd'', zegt Volten. Marlies Donner is psychotherapeut en geeft assertiviteitstrainingen. Volten: ,,Zij vindt dat soort opvattingen `gekkigheid'.'' Donner zoekt de controverse over de rol van de vrouw, maar kiest niet voor een doetje.

Peter Volten en Donner woonden na hun studie met vrouw en – later – kinderen in een huis in de Balistraat in Den Haag. ,,We begonnen net als ambtenaar, ik op Defensie, hij bij Economische Zaken. We zouden het voor vier jaar doen, en als we voldoende promotie hadden gemaakt, zouden we weer uit elkaar gaan.'' Dat gebeurde. En als bewijs van Donners enorme betrouwbaarheid, zegt hij: ,,We hadden geen letter op papier gezet toen we het huis samen kochten. En we hadden de zaak in een kwartier ontbonden.''

In 1993 werd Donner voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij hield, toen het nog geen mode was, betogen over het herstel van het gezag van de overheid, bepleitte herstel van normen, waarden, grenzen. Hij werd ook veelgevraagd oplosser van staatsproblemen. Dan was hij pragmatisch. In 1991 loodste hij via zijn eerste commissie-Donner de commerciële televisie binnen. Zijn publieke hoogtepunt was als voorzitter van de WAO-commissie. Hij slaagde erin om vijf politieke partijen op één lijn te krijgen. Toen begon hij het leuk te vinden op de voorgrond te treden.

In 2000 werd hij bijna rechter bij het Europees Hof van Justitie – dat was zijn vader ook geweest. Het zou een terugkeer zijn geweest naar het land van zijn jeugd, Luxemburg. Jan Donner: ,,Doordat we in Luxemburg woonden, werden we geen lid van de gereformeerde jongerenbeweging, sloten we ons niet aan bij Arjos, de jongerenafdeling van de ARP. Dat hebben we allemaal gemist. We kregen er een bredere kijk op het leven door.'' Ze gingen ook niet naar de gereformeerde kerk. ,,Dan had daar alleen de familie Donner gezeten.'' Ze luisterden naar hervormde dominees, doopsgezinden, en zelfs katholieke priesters. ,,Mijn vader werd liberaler over het geloof en wij dus ook.'' Zelfs reizen met het openbaar vervoer op zondag werd mogelijk.

Soms preekt Donner. Op zondag in de Duinzigtkerk in Den Haag. En net als zijn vader en grootvader houdt hij af en toe toespraken in de kerk. De vraag is niet, zei hij vorig jaar in de Haagse Kloosterkerk, hoe terug? De multiculturele samenleving vereist niet dat immigranten zich zonder meer aan ons aanpassen, maar dat wij andere geloven meer erkenning geven. ,,Anders dreigt inburgering te verworden tot de hedendaagse inquisitie, en uitzetting wegens onvoldoende integratie, tot de brandstapel van de moderne staat.''

Piet Hein heeft, zegt zijn broer, van huis uit een gezonde dosis scepsis meegekregen over de overheid. De rol van de staat is beperkt, en moet dat ook zijn, want de staat is er voor de samenleving en niet andersom. Piet Hein Donner zei in 1995 op een CDA-symposium: ,,Een overheid die mensen tot deugdzaamheid wil dwingen, vervalt in de ergste tirannie.''. Maar burgers en media dienen niet met het gezag van de overheid te spotten. Voor zijn vader was de beste, want nuttigste vorm van openbaar bestuur dat van de waterschappen. Die bouwen dijken om te voorkomen dat het land onder water loopt. Dat heeft zijn zoon goed onthouden. Toen hij werd uitgenodigd bij de oprichting van het wetenschappelijk bureau van de LPF noemde hij taboes de dijken van het maatschappelijk verkeer. Die moet je dus niet slechten door alles te zeggen wat je denkt en ook niet door alles te doen wat je zegt, waartoe Pim Fortuyn opriep.

Wat de overheid wél moet doen is wetten maken én handhaven. Omdat de mens, volgens Donner, niet geneigd is tot het goede. Wat dat betreft zit hij op de goede plek. Job de Ruiter, minister van Justitie in het kabinet-Van Agt I: ,,Hij bedenkt veel zelf. Wil de Kamer de straffen voor veelplegers verdriedubbelen? Van iedereen DNA afnemen? Hij schrijft een wet en zegt: is dit wat u wilt? En dan gaat de discussie daarover. Hij is niet een minister die wat roept en dan gebeurt er verder niks.''

Donner, zegt oud-minister van Justitie Korthals Altes, kan profiteren van het tij in samenleving en Kamer. ,,In de jaren tachtig stond de Kamer voortdurend op de rem. Als de minister eens iets voorstelde, werd het uitgekleed. Als Donner nu voorstelt het gebruik van DNA uit te breiden zegt de Kamer: heel mooi, maar we willen meer.'' Maar, zegt Korthals Altes, hij gaat niet in op grillen van de Kamer. ,,Het hele volk in een DNA-bank, dat doet hij niet.''

Als ik in de Kamer werd geroepen, zegt Job de Ruiter, en ik legde het behoorlijk uit, dan was het meestal wel goed. Dat is nu anders. Het strafrecht is gepolitiseerd, zegt de Ruiter. ,,Iedereen vindt iets van het optreden van politie, van de zwaarte van straffen, van het functioneren van het openbaar ministerie.'' Dat begon, zegt De Ruiter, met de enquête van Van Traa, tien jaar geleden. ,,Daar werd alles vertaald als crisis.''

Het was Donner zelf die kort na de enquête een rapport schreef over de reorganisatie van het OM. Zoals hij het wilde, is het voor een groot deel ook gebeurd. Het OM wordt centraler aangestuurd, de ressorts verloren hun procureurs-generaal en er kwam een apart college van procureurs-generaal met één voorzitter die direct onder de minister valt. Nu ondervindt Donner daar de gevolgen van. Als de super-PG in de problemen raakt, staat híj het in de Kamer te verdedigen. Korthals Altes: ,,Ik weet niet zeker of Donner dit wel bedoelde. Ik denk dat hij nogal ongelukkig is met deze organisatie.''

Het probleem is, zegt Korthals Altes dat de PG's zich hebben ontworsteld aan de greep van het departement. ,,Dat begon in mijn tijd al. Nu zitten de PG's op een soort eiland, ze bemoeien zich met alles behalve met strafzaken. En als dat misgaat kan Donner maar twee dingen doen: ze ontslaan, of ze verdedigen.'' Donner zou nog steeds het liefst naar Engels model justitie en politie bij één ministerie onderbrengen. Het zijne.

Job de Ruiter: ,,Hij zegt opvallend vaak: het is nu eenmaal zo. Zo gaan de dingen.'' En zet vervolgens ,,hardnekkig zijn eigen mening door''. Een karaktertrek die hij gemeen heeft met `ambtsvoorganger' Jan Donner, over wie De Ruiter een biografie schreef. ,,Ze kunnen uitmuntend formuleren wat hun standpunt is en dat nuanceren ze niet snel. Pas als de kritiek te veel wordt, zwenken ze bij.'' Broer Jan: ,,Hij is principieel, maar heeft geleerd met de meerderheid mee te gaan. Hij moest wel. Met zes zusjes.''