Briek, de laatste der Flandriens

`De laatste der Flandriens' is dood. Briek Schotte overleed gisterochtend op 84-jarige leeftijd aan de gevolgen van longproblemen, in een ziekenhuis in zijn woonplaats Kortrijk. Na Marcel Kint en Rik van Steenbergen is hij de derde wereldkampioen die de Belgen in relatief korte tijd is ontvallen. Schotte blies uitgerekend net na het begin van zijn wedstrijd, de Ronde van Vlaanderen, de laatste adem uit. In de periode 1940-1959 reed hij de klassieker twintig keer – de eerste keer als jongste en de laatste keer als oudste deelnemer. Hij zegevierde twee keer en stond achtmaal op het podium.

Schotte was een vluchter. Omdat hij niet kon sprinten en bang was in een groep ten val te komen, sloeg hij toe in ontsnappingen, vaak lange solo's. 1948 was zijn beste jaar. Hij won net als in 1942 `Vlaanderens mooiste' en eindigde achter campionissimo Gino Bartali als tweede in de Tour de France. In Valkenburg werd de boerenzoon uit Kanegem wereldkampioen, na 27 keer de Cauberg te hebben beklommen en altijd op kop te hebben gereden. Hij bekroonde dat succesjaar met een huwelijk. Twee jaar later heroverde hij zijn regenboogtrui in eigen land en kreeg hij een hoge onderscheiding: Albéric, altijd Briek genoemd, werd ridder in de Orde van Koning Leopold II. In 1996 kreeg hij een standbeeld, in Kanegem. Elk jaar brengt het peloton er tijdens `de Ronde' een eresaluut, simpelweg door langs Briek-in-brons te rijden.

Schotte was een bescheiden kampioen, uit de tijd dat renners zelf `tubes' legden als ze `platgereden' waren, vluchters vluchtelingen werden genoemd en jonge coureurs het prijzengeld nog aan hun ouders afdroegen. ,,Ik bood de mensen spektakel. Door in de aanval te trekken en nooit af te geven'', zei hij vorig jaar nog tegen de journalisten De Preter en Landuyt, auteurs van het boek Koers! ,,Dat vergeten de mensen niet zomaar. Dat appreciëren ze nog altijd.''

Zijn hoekige rijstijl verdiende niet de schoonheidsprijs. ,,Hij had op zijn fiets de positie van een werkman'', zei Van Steenbergen over zijn vriend. Maar Schotte was ijzersterk, vandaar de bijnaam IJzeren Briek. Hij pedaleerde niet, hij stampte. Het liefst had hij slechte wegen onder z'n wielen, veel kasseien, en slecht weer. Hij gaf nooit af, zeiden ze van Briek.

Zijn eerste wedstrijd, in 1934 ,,in een lange broek met spelden'', was een `tonnenkoers' in Desselgem. Hij was nog geen vijftien jaar toen hij meedeed aan een wedstrijd die door twee cafébazen was georganiseerd; de renners reden rondjes rond twee biertonnen voor beide cafés. Schotte werd vijfde. Dat jaar won hij ook zijn eerste wedstrijden: twee kermiskoersen.

Vlak voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, in 1939, won hij zijn eerste grote wedstrijd, tevens zijn eerste buitenlandse avontuur: de Omloop van het Westen, een etappekoers in Frankrijk. Toen hij na de tweede etappe aan de leiding ging, brak de oorlog uit. ,,De koers werd onmiddellijk stopgezet en ik werd tot winnaar uitgeroepen'', vertelde Schotte in Koers! Hij keerde terug naar huis in een trein vol soldaten. In de oorlog waren er wel wedstrijden, maar die stelden internationaal weinig voor. ,,Ik heb zes jaar verloren'', zei hij in deze krant in 1996. ,,Ik was twintig als de oorlog uitbrak en 26 toen ie gedaan was.''

Nadat hij was gestopt met fietsen werd hij ploegleider, of sportdirecteur zoals ze in België zeggen, bij Flandria en KAS. Hij werkte met Godefroot, Eric en Roger De Vlaeminck, Maertens, Guimard, Kelly en Monséré, de wereldkampioen die overleed toen Schotte zijn ploegleider was. Schotte was ook de man die Joop Zoetemelk in 1970 naar België haalde en de Nederlander liet debuteren als professional. Bijna drie decennia baatte hij een café uit, Café Sporting, met zijn vrouw Gilberte achter de tapkast.

,,Ik mis het fietsen, de koers is mijn leven'', zei Schotte vorig jaar. Nog tot zijn tachtigste zat hij elke dag op zijn racefiets. Vanaf die tijd stond zijn dagindeling in het teken van nierdialyse. Zijn toestand werd er niet beter op toen vorig jaar zijn vrouw Gilberte overleed. Maar als er een koers in de buurt was, behoorde Schotte tot kort geleden nog altijd tot de toeschouwers. En tot het laatst beschikte hij over een formidabel geheugen.

Respect had hij voor soortgenoten, renners die net als hij wilden afzien. Hard was hij geworden, als oudste van zes kinderen, op het door Jacques Brel bezongen Vlaamse land. Bieten rooien en vlas dorsen met de vlegel, koeien melken, al vanaf zijn zevende. ,,Dat heeft me vooral mentaal sterk gemaakt. Een harde jeugd tekent je voor je leven. De weelde van tegenwoordig heeft het wielrennen geen goed gedaan.'' Wielrenners willen niet meer sterven, stelde hij vast in 1996. ,,Ze kunnen nog evenveel afzien, maar ze willen niet.'' Schotte noemde één uitzondering: Johan Museeuw. De erfopvolger van Schotte stopt volgende week. België zal de klassiekermaand van 2004 niet snel vergeten.