Balkenende met broodje kaas in de Verboden Stad

Premier Balkenende is in China, ter voorbereiding van het komende voorzitterschap van de EU. Hoog op de agenda: het wapenembargo tegen China.

Vers uit het vliegtuig staat premier Balkenende een bruin broodje kaas te eten op een heuvel die uitkijkt op de Verboden Stad in Peking, het oude paleis van de Chinese keizers. Het weer is mild en de premier geniet zichtbaar van de relatieve rust en ontspanning tijdens het toeristische uitstapje. Samen met minister Bot van Buitenlandse Zaken brengt hij een werkbezoek aan China, dat tot en met donderdag duurt.

Alom wordt benadrukt dat Balkenende hier niet alleen is om van het voorjaarsweer en de Chinese cultuur te genieten, maar dat er ook serieuze zaken op het programma staan. Balkenende en Bot zullen zowel de Chinese president, Hu Jintao, als premier Wen Jiabao later deze week ontmoeten. Belangrijkste agendapunten zijn de mogelijke opheffing van het wapenembargo dat de Europese Unie sinds het neerslaan van de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 heeft ingesteld, de mensenrechten in China en de onduidelijke situatie die is ontstaan na de recente verkiezingen in Taiwan, waar de huidige president Chen Shui-bian een nipte overwinning wist te behalen.

Heeft China wel belangstelling voor het Nederlandse standpunt over de verkiezingen in Taiwan? Volgens Balkenende is in elk geval de Europese Unie een belangrijke speler in het internationale krachtenveld, en juist het Nederlandse voorzitterschap van de EU in de tweede helft van dit jaar lijkt de Chinese belangstelling voor Nederland te vergroten. Dat is vermoedelijk ook de reden dat de premier werd uitgenodigd voor dit bezoek toen de vorige minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer, vorig jaar augustus in China was. Het bezoek van Balkenende dient ter voorbereiding van een topconferentie tussen de EU en China, die in december van dit jaar in Den Haag zal worden gehouden.

China hoopt dat in de loop van dit jaar het wapenembargo wordt opgeheven, en ook de EU-regeringsleiders zijn net als Balkenende vóór opheffing. Vooral Frankrijk, dat onlangs ter verwelkoming van de Chinese premier Hu Jintao aan Parijs de Eiffeltoren in het rode floodlight zette, heeft zich daarvoor sterk gemaakt, vermoedelijk vooral omdat het daarvan economisch voordeel verwacht.

De Verenigde Staten en het Europees parlement zijn tegen opheffing van het embargo. Volgens de VS zijn de mensenrechten niet voldoende verbeterd om opheffing van het embargo te rechtvaardigen, en was er het afgelopen jaar juist weer sprake van een verslechtering. Sommige analisten zien in het voornemen van de EU-leiders om het embargo op te heffen een teken dat Europa bereid is om de mensenrechten op te offeren aan Europa's economische belangen.

Ondanks het verzet groeit de kans dat het embargo wordt opgeheven. Duidelijk is alleen nog niet of dat nog onder het Ierse voorzitterschap gebeurt, of dat Nederland die `eer' krijgt toebedeeld.

Vandaag treft Balkenende nog geen Chinese hoogwaardigheidsbekleders. Hij mag zich ongedwongen onder de bevolking begeven, en hij wordt in de Verboden Stad door geen Chinees herkend. De Chinese kranten hebben het bezoek vandaag nog niet gemeld.

Een handjevol Nederlandse toeristen herkent hem wel, en hij blijkt meer dan bereid om met deze `gewone Nederlanders' op bijna koninklijke wijze een praatje te maken en handjes te schudden.