Alleen diva De Bruijn doet waarvoor ze gekomen is

Nog één kans rest de Nederlandse zwemtop. Alleen Inge de Bruijn schaarde zich tijdens de Swim Cup bij de olympische ploeg. ,,Ze willen het mes op de keel voelen.''

Hoe zou bondscoach André Cats zijn slotbeschouwing van de Amsterdam Swim Cup beginnen? `Goed gedaan jongens en meisjes, we zijn op de goede weg'? Cats, hoofdschuddend en met een vleugje ironie: ,,De spanning stijgt, zeker nu de meesten hebben besloten om het toch maar weer op de allerlaatste kans, de Nederlandse kampioenschappen (over anderhalve week in Amsterdam, red.), aan te laten komen.''

En hoe verstandig is dat? Het is spelen met vuur, weet Cats. De Fries had het graag anders gezien. ,,Als topsporter had ik de eerste de beste mogelijkheid aangegrepen om mezelf in veiligheid te zwemmen.'' Maar probeer die boodschap maar eens aan de man te brengen in een land waar de zwemmers uit vier `kwalificatiemomenten' kunnen kiezen om zich te plaatsen voor de Zomerspelen.

Cats kan, bondscoach of niet, niemand het pistool tegen het hoofd zetten, hoe graag hij dat ook zou willen. ,,Ik kan wel zeggen: maak het jezelf niet onnodig moeilijk. Maar die woorden maken geen indruk, zolang aan de horizon die herkansing gloort. Ik kan niet anders dan constateren dat sommigen het mes kennelijk op de keel willen voelen, voordat ze tot actie overgaan.''

Of is het plaatsingstraject domweg te lang en moet het aantal plaatsingsmogelijkheden worden teruggebracht, van vier naar bijvoorbeeld twee? Cats verwerpt die gedachte, maar TZA-coach Fedor Hes voelt daar wel voor. ,,In de huidige opzet blijkt het voor de meesten onmogelijk om ruim vóór de NK het beste in zichzelf op te roepen, en dus moeten wij misschien ook maar naar het Australische model van trials: één wedstrijd, één kans en verder geen gezeur.'' Zo niet dan zullen de meeste zwemmers zich blijven gedragen als scholieren die pas de avond voor een tentamen de boeken openslaan, vreest Hes. Het is een aloude kwaal van de Nederlandse topsport, constateerde oud-bondscoach René Dekker. Die vatte de teleurstellende limietenjacht tijdens de zwemvierdaagse in het Sloterparkbad gisteren als volgt samen: ,,Fysiek wel voorbereid, maar mentaal niet.''

Dat gold niet voor Inge de Bruijn. Die deed immers waarvoor ze naar Amsterdam was gekomen. Na zich vrijdag en zaterdag al verzekerd te hebben van een olympisch startbewijs op de 100 vlinder en de 50 vrij voldeed de drievoudig olympisch kampioene op de slotdag ook ruimschoots aan de limiet (55,58) op het koningsnummer, de 100 meter vrij: 54,09. Het wilskrachtige optreden tekende andermaal de klasse van de 30-jarige sprintster uit Barendrecht. Wat iedereen ook van haar mag denken, in het water toont de wispelturige zwemdiva een voor Nederlandse begrippen zeldzaam en bewonderenswaardig killersinstinct.

Niemand die zich dan ook zorgen (meer) hoeft te maken over haar. Voor het andere boegbeeld (Pieter van den Hoogenband) én de twee rijzende sterren (Marleen Veldhuis en Thijs van Valkengoed) van de Nederlandse ploeg geldt hetzelfde. Wie de rest van de potentiële Olympia-gangers de afgelopen vier dagen daarentegen zag ploeteren, kreeg de neiging ze voor `straf' mee te sturen met de Amerikaanse drill-instructor van De Bruijn, die vandaag terugkeert naar Portland: Paul Bergen.

De Bruijn zou graag zien dat Bergen haar begeleidt in Athene en dus wordt toegevoegd aan de technische staf. Cats liet gisteren doorschemeren dat aan die hartenwens zo goed als zeker gehoor zal worden gegeven. Het was dan ook geen toeval dat Bergen vrijdag al aanschoof voor een geanimeerd gesprek met technisch directeur Joop Alberda van NOC*NSF.

Met De Bruijn komt het aantal zwemmers met één of meer individuele starts in Athene op acht. Tien is het streefgetal van Cats, oftewel vier minder dan ruim drie jaar geleden in Sydney. Maar gaat hij de tien halen? ,,De voortekenen zijn slecht, al weiger ik het hoofd nu al in de schoot te werpen'', verzuchtte Van den Hoogenbands trainer Jacco Verhaeren.

Zorgwekkend is vooral de situatie rondom de estafetteploeg op de nota bene tot olympisch speerpunt gebombardeerde 4x100 vrij bij de mannen. Voorlopig hebben slechts drie zwemmers de internationaal gezien softe barrière van 50,65 geslecht: behalve `zekerheidje' Van den Hoogenband ook Klaas-Erik Zwering en Mark Veens. Door de 4x200 vrij, vier jaar geleden in Sydney nog goed voor brons, kan sowieso een streep worden gehaald. ,,Trainingsbeesten als Marcel Wouda hebben we helaas niet meer'', constateerde Verhaeren.

Vorige week ging in Eindhoven de vlag uit, toen de aflossingsploeg van PSV een officieus wereldrecord zwom op de incourante 4x50 vrij. In Amsterdam bleek zaterdag maar weer eens hoe misleidend die prestatie was, zo moest zelfs Verhaeren schoorvoetend erkennen. ,,Hier komt het er inderdaad niet uit, en dat is zorgelijk. Je kan wel zeggen: in estafettes stijgen mensen boven zichzelf uit, want dat heeft het verleden uitgewezen. Maar op basis van hoop en verwachtingen stel je geen olympische ploeg samen.''