Wispelturige vrouw tentoongesteld

Tijdens de 88ste editie van de belangrijkste Belgische wielerklassieker passeren de renners morgen het `Centrum Ronde van Vlaanderen', een zogenaamd belevingsmuseum over een memorabele strontkoers.

Aan de Grote Markt in Oudenaarde, een provinciestadje in het hart van de Vlaamse Ardennen, trekt één etalage speciale aandacht. Voor de kijkers links de tijdritfiets van Lance Armstrong. Voor de kijkers rechts slipjes en beha's. De eigenaar van de lingeriezaak, een buurman van het `Centrum Ronde van Vlaanderen', heeft een woordspeling bedacht om de klant te lokken. `Rondingen van Vlaanderen', luidt de tekst boven een schaars geklede pop. Alleen de twee borsten zijn bedekt met aangeprezen kledingwaar. Welkom in Vlaanderen, waar cyclisme en seksisme onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken.

Wielrennen is vooral in België een echte mannensport, beoefend door potige kerels met spieren als staalkabels en de blik op oneindig. De winnaars van de Ronde van Vlaanderen, de populairste en na Parijs-Roubaix ook de meest heroïsche voorjaarsklassieker, staan sinds de eerste editie van 1913 te boek als Flandriens, zoals de doordouwers liefkozend worden genoemd. Ze hebben wind, regen en kasseien getrotseerd. Ze staan centraal in een museum dat liever niet zo genoemd wordt. De Ronde van Vlaanderen is immers ,,een cocktail van emotie en daarbij past geen saaie tentoonstelling'', weet initiatiefnemer en wielerjournalist Rik van Walleghem. Hij spreekt liever over museum voor de zintuigen: horen, zien en ruiken.

Op de eerste zondag in april vindt traditioneel de aftrap plaats van de wielermaand bij uitstek. De verstokte fans hopen op een `strontkoers', waarin de fietsen zijn besmeurd met drek en de renners als mijnwerkers door het Vlaamse heuvelland pedaleren, of `stoempen' in vakjargon. Het koersverloop is even onvoorspelbaar als het weer. De Belg Walter Godefroot, tweevoudig winnaar in de jaren zestig en zeventig, verwoordt zijn gevoel als volgt in de expositieruimte: ,,De Ronde van Vlaanderen is als een wispelturige vrouw. Als ik haar iets vroeg, kreeg ik het niet. Ik heb mijn beste rondes verloren en gewonnen wanneer ik geen aanzoek deed.''

Centrum Ronde van Vlaanderen is van opzet even levendig als de koers, alleen ontbreken hier drie hoofdingrediënten: bloed, zweet en tranen. Het valt ook niet mee de Belgische variant van de Elfstedentocht na te bootsen. Zo liggen de kasseien keurig uitgestald, alsof het de nieuwste kunstgrassoort betreft. Informatief is de historische context van de ondergrond. We komen alles te weten over kiezelzandkasseien en Zweedse keistenen. Aardig is ook de weerkaart van 1985, toen Eric Vanderaerden zegevierde in spreekwoordelijk strontweer. De temperatuur van vier graden boven nul had toen door de wind en het energieverbruik van de renners een gevoelswaarde van tien graden onder nul.

Vanderaerden reed in een tijd dat de wollen trui al had plaatsgemaakt voor kunststofkleding. Zijn voorganger en landgenoot Briek Schotte – de winnaar van 1942 en 1948 met de hoekige stijl en de markante kop – fietste nog in een broek waarin een zeemvelletje van hertenhuid was genaaid. ,,Bij nat weer voelde het vel als een dweil die tegen je billen kletste'', laat Schotte in het museum optekenen. Hij had naar eigen zeggen zo veel biefstuk gegeten tijdens zijn carrière – een buurman was sluikslachter – dat hij als gepensioneerde renner ,,geen vlees meer door mijn keel kreeg''.

Nostalgische verhalen voeren de boventoon in Oudenaarde. Zoals Karel van Wijnendaele, de stichter van de Ronde van Vlaanderen, de hang naar wielerdrama ooit verwoordde: ,,Wellicht heeft de mens fundamenteel meer behoefte aan romantiek dan hij zelf wil toegeven.'' Tegelijkertijd krijgen we inzicht in de technologische ontwikkelingen van deze traditionele duursport. De bezoeker kan ook interactief fietsen en fotofinishen. Eén druk op de knop en we wanen ons Eddy Merckx, Johan Museeuw of Peter van Petegem. Zij staan te boek als klassiekerkoning in `Vlaanderens Mooiste', net als Paul Deman die in 1913 als eerste winnaar werd gehuldigd en vervolgens vier jaar lang de status van oorlogsheld in de loopgraven verwierf.

De interactieve bezoeker voelt de hartslag en meet het energieverbruik van de renners. Het uitrijden van de Ronde van Vlaanderen staat gelijk aan 6.750 kilo calorieën ofwel 18 borden pasta. De eetgewoontes in het peloton zijn in verschillende tijdvakken uitgestald. Van biefstuk via spaghetti naar muesli. In een andere vitrine liggen medicamenten in allerlei soorten en maten. Doping en wielersport zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar van verboden middelen is in dit museum geen sprake. De medicijnkast beperkt zich tot onschuldige voedingssupplementen.

Niet behorend tot de permanente collectie is een bonte stoet van wielertruien, het aangezicht van de eerste commerciële sport. Een restant van deze tijdelijke tentoonstelling, die afgelopen winter drie maanden heeft geduurd, hangt in de etalage bij de hoofdingang. Het bruine shirt van Molteni, het zwartwit geblokte shirt van Peugeot, het Amerikaanse shirt van Brooklyn en het Mondriaan-shirt van La Vie Claire. De uitgestalde tricots zijn prachtig van kleur en compositie, maar brandschoon en daarom niet levensecht. Ze ruiken naar de zomer. De Ronde van Vlaanderen verdient meer modder.

Vanaf volgende week is een expositie van de Vlaamse schilder Erik Nagels te bezichtigen. De titel `Koude Rillingen' voorspelt veel goeds voor de verstokte wielerfans in België en omstreken. De directie van het museum rekent dit jaar op een bezoekersaantal van 65.000 mensen. In de echte Ronde van Vlaanderen staan morgen naar verwachting tien keer zo veel toeschouwers langs de kant. Er gaat nu eenmaal niets boven het bekijken van wielrenners in levenden lijve.

Centrum Ronde van Vlaanderen. Adres: Markt 43 in Oudenaarde. Openingstijden: dinsdag, woensdag, zaterdag en zondag van 10 tot 18 uur; donderdag en vrijdag van 10 tot 22 uur. Entree: 2 euro per persoon. Voor meer informatie, tel: 0032-55339933 of www.crvv.be.