Wat is er mis met een solo-uitspatting?

Toen ik de muziekpagina van NRC Handelsblad van 29 maart bekeek, viel mijn oog onmiddellijk op het verslag van Hester Carvalho over `London calling'. Dit festival toont al dertien jaar lang aan dat Britse muziek ook in Nederland leeft.

Op het stuk zelf heb ik absoluut niets aan te merken; ik heb de sfeer kunnen proeven die op het concert hing, ondanks het feit dat ik die zaterdag niet aanwezig kon zijn. Daarom zal ik ook geen kritiek leveren op het feit dat de band The Stands door haar afgeschilderd wordt als een soort mislukte sixties-retroband, wat ik niet herken, gezien hun optreden als voorprogramma van Jet (Melkweg, 6 maart 2004). Toen werd in elk geval een spetterende show neergezet die ik, en velen met mij, me nog lang zal herinneren. Maar hierover geen kritiek dus, aangezien de band zaterdag zijn dag mogelijk niet had.

Ik las instemmend door totdat ik bij de laatste regels aankwam, en hier sloeg mijn stemming plotseling om. Ik citeer: ,,Maar er was ook slecht nieuws op deze avond: de solo is terug. Bij minstens drie groepen werd tijd ingeruimd voor een solo-uitspatting van drummer, saxofonist of gitarist.''

Wat is dit voor onzin? Wat is er mis met een solo-uitspatting? Zijn solo's niet juist de krenten in de pap, de kroon op een nummer? Denk je de volgende nummers eens in, maar dan zonder solo's: My generation, Smells like teen spirit, Don't look back in anger, Last nite, Can't buy me love, No one knows, Heartbreak hotel, Nobody's wife, November Rain, Ball and Biscuit, Penny Lane, enzovoorts.