Waarom Brussel zich met ladders bemoeit

Help, de ladder wordt verboden. De aankondiging door het kabinet van dit Europees verbod zorgde deze week voor onrust en kritiek. Waar bemoeit Brussel zich mee, was de reactie. Maar de consequenties vallen mee.

Bij veel organisaties in de bouw, schilder- en glazenwassersbranche stond deze week de telefoon roodgloeiend, vertelt Bob Koning, secretaris arbeidsvoorwaarden van de werkgeversorganisatie VNO-NCW. Glazenwassers waren bang hun baan of hun ladder kwijt te raken. Schilders vreesden weglopende klanten door duurder schilderwerk.

Reden voor alle opwinding: het persbericht van het ministerie van Sociale Zaken van een week geleden. Daarin werd aangekondigd dat per 1 juli aanstaande de ladder verboden zou gaan worden. In plaats daarvan mogen, behoudens enkele uitzonderingen, alleen nog maar (duurdere) steigers en andere stellages worden gebruikt. Met de ladders gebeuren te veel ongelukken, jaarlijks tussen de 1.000 en 1.500 waarvan ongeveer 100 met ernstige afloop. Maar bovendien: het ladderverbod moet van Europa. In 2001 namen het Europees Parlement en de Europese Raad van ministers van Sociale Zaken richtlijn 2001/45/EG aan, die het ladderverbod bevatte. Ze spraken af dat uiterlijk juli 2004 dit overal in de Europese Unie moest zijn ingevoerd.

Secretaris Koning van VNO-NCW kon de meeste klagers en bellers geruststellen, zegt hij. ,,De meesten hadden alleen gehoord of gelezen dat het verbod er kwam en zich nog niet geïnformeerd over overgangstermijnen en uitzonderingen'', zegt hij. En dat terwijl de belangrijkste uitzonderingsbepaling juist voor Néderlandse glazenwassers is gemaakt. Zij vallen onder de zogeheten korte klussen waarvoor de maatregel niet geldt. Nederland is namelijk een van de weinige Europese landen met een ontwikkeld glazenwasser-met-laddergilde. Reden: de meeste Nederlandse ramen slaan naar buiten open, in plaats van naar binnen, zoals in veel van de omringende landen die ramen met luiken combineren.

Ondanks de ruime uitzonderingsbepaling, kan Bernard Steunenberg, hoogleraar bestuurskunde in Leiden en kenner van Europese wetgeving, zich de opwinding goed voorstellen. ,,Het is een hoogst merkwaardige maatregel'', stelt hij. ,,Waarom moet Europa dit oplossen? Is dit nu niet typisch iets dat je beter op nationaal niveau kunt regelen? Nu worden met name veel kleine bedrijven op kosten gejaagd en misschien zelfs de nek omgedraaid, terwijl diezelfde richtlijn stelt dat zulke negatieve gevolgen juist voorkomen moeten worden.''

Zo ongeveer luidde ook het standpunt van de minister van Sociale Zaken in 2001. Dat was destijds Klaas de Vries, nu Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Hij herinnert zich de kwestie niet meer en verwijst naar het departement van Sociale Zaken. Daar zegt een woordvoerder: ,,Wij stelden ons destijds op het standpunt dat de Europese richtlijn niet nodig was, omdat onze eigen Arbo-wetgeving genoeg aanknopingspunten bood voor een eigen aanpak. Bovendien wilde Nederland juist deregulering. Maar dat standpunt bleek in Europees verband niet houdbaar: de meeste andere lidstaten wilden de richtlijn wel. Toen heeft Nederland aangedrongen op een deugdelijke overgangstermijn en die ook gekregen.''

Ieke van den Burg, Europarlementariër voor de PvdA, was destijds betrokken bij de totstandkoming van de Europese `ladderrichtlijn'. Samen met haar collega Theo Bouwman van GroenLinks zorgde ze, na kritische vragen van Nederlandse glazenwassers, dat de uitzonderingsbepaling er kwam. In tegenstelling tot Sociale Zaken en Steunenberg vindt zij de Europese bemoeienis met de Nederlandse ladders juist volstrekt logisch. De maatregel heeft immers alles van doen met de `core business' van de Europese Unie: het goed laten functioneren van de interne markt. Immers, stelt Van den Burg: als Nederland bijvoorbeeld om veiligheidsredenen alleen nog dure stellages zou toelaten, kan dat concurrentievervalsend werken ten opzichte van bijvoorbeeld Poolse bedrijfjes die met goedkope arbeidskrachten en dito ladders aan de slag gaan. De maatregel moet volgens haar voorkomen, dat ,,lidstaten met elkaar over de rug van werknemers gaan concurreren met arbeidsomstandigheden''. Mede daarom heeft de Europese Commissie eind jaren tachtig het Actieplan voor Gezondheid en Veiligheid gelanceerd, compleet met een EU-agentschap in het Spaanse Bilbao, waaruit de huidige maatregelen voortkomen.

Volgens hoogleraar Steunenberg zal het met de gevreesde concurrentievervalsing echter wel meevallen. ,,Als Nederland louter via nationale wetgeving ladders zou verbieden, zou dat toch ook voor Poolse bedrijven gelden die in ons land actief willen zijn?'' Met de redenering over de werking van de interne markt heeft hij weinig op. ,,Het is een klassieke redenering die je steeds hoort bij dit type maatregelen. Mijn bezwaar is: wanneer houdt het een keer op? Je kunt daarmee elke sociale bemoeienis van Europa rechtvaardigen, zelfs met pensioenen.''

,,Voor ons houdt het nooit op'', reageert Koning van VNO-NCW op de kritiek van Steunenberg. ,,Elke keer als de concurrentie wordt belemmerd door verschillende veiligheidseisen, moet Europa tussenbeide komen.''

Ook voor het Europees Parlement houdt het niet op, zegt Van den Burg. Deze instelling en de Raad van Ministers hebben recent overeenstemming bereikt over nieuwe arbeidsomstandighedenwetgeving. Zo worden er limieten gesteld aan geluidsoverlast op de werkplek en aan elektromagnetische straling door computers en telefoons. Ook Nederland zal die wetgeving moeten overnemen.