Vredessoldaat 1

Op basis van het feit dat een onlangs berechte moordenaar en de verdachte van een viervoudige moord voormalige peacekeepers waren, stelt Eelco Runia (`De haat van de vredessoldaat', Z 13 maart) voor om alleen in uiterste noodzaak Nederlandse militairen uit te zenden. De kans op het posttraumatische stress-syndroom (PTSS) zou te groot zijn.

In zijn pleidooi gaat Runia voorbij aan twee belangrijke punten. Zo is het bij Pascal F. de vraag in hoeverre hij al vóór zijn uitzending naar Bosnië psychisch ziek was. Ook zonder uitzendervaring was hij wellicht tot zijn destructieve gedrag gekomen. En was Paul S. tot zijn schokkende misdrijf gekomen als hij tijdens zijn uitzending door Defensie beter was opgevangen en begeleid?

Op dat laatste heeft het defensievakbondsblad Trivizier (VBM/NOV) onlangs uitdrukkelijk gewezen: Defensie doet te weinig aan begeleiding en opvang tijdens het uitzenden zelf. Ook een interview met een oud-marinier illustreert dat. Vooral uitgezonden militairen die tijdens hun uitzending gevechtsstress vertonen, en die tegelijkertijd om welke reden dan ook geconfronteerd worden met afkeurende reacties van hun collega's, lijken een grotere neiging te hebben om een gewelddadig PTSS-patroon te ontwikkelen. Defensie moet juist bij deze militairen onmiddellijk van hogerhand ingrijpen. Ik wacht al enige tijd vol spanning op een reactie van de minister van Defensie op deze stelling .

Rest mij nog een laatste opmerking. Runia schrijft: ,,Ik ben me rot geschrokken van hun zinderende eenzelvigheid, hun woede, hun haat.'' Hij schrijft daarnaast: ,,De veteranen die ik sprak waren ook gefascineerd door geweld.'' En: ,,Meestal dacht ik maar niet te lang na over het explosieve mengsel dat zou kunnen ontstaan als motief en geweldsimpuls zouden samenkomen.'' Deze citaten van Runia openbaren het intellectuele onvermogen om agressiviteit als element van menselijk gedrag uit te leggen. Dat onvermogen biedt geen goede bodem voor een zinvolle discussie noch voor vruchtbaar wetenschappelijk onderzoek.