Van triomf tot affaire

Stier Herman is gisteren afgemaakt. De genetisch gemanipuleerde Herman is dertien jaar geworden. Dierenartsen hebben zijn leven beëindigd om hem verder lijden te besparen. De zwarte blaarkop leed aan artrose, een niet ongewone aandoening voor bejaarde stieren.

Dertien jaar is oud voor een rund. De andere beroemde stier uit de recente Nederlandse geschiedenis, de kampioenfokstier Sunny Boy met een eigen standbeeld in Heerenveen en meer dan een miljoen nakomelingen, werd net géén dertien.

Herman begon zijn leven als wetenschappelijke triomf, maar werd al snel het middelpunt van felle dicussies over de ethische grenzen aan genetische manipulatie. Hij eindigde zijn leven als museumstuk, in een aangebouwde stal bij het natuurmuseum Naturalis in Leiden. Die stal mocht hij niet verlaten, want genetisch gemanipuleerde dieren is het verboden vrijelijk rond te wandelen in de open lucht.

's Werelds eerste genetisch gemanipuleerde rund begon zijn leven op 16 december 1990 als symbool van Nederlands biotechnologisch kunnen. Het bedrijf Gene Pharming, opgericht door Herman (inderdaad) de Boer, was er in geslaagd in het genoom van de stier een menselijk gen te plaatsen voor de productie van lactoferrine via koemelk. Dat was een grote prestatie, die pas in 1995 opnieuw lukte. In feite was het `beginnersgeluk', zei een directeur van Pharming later. Het was veel gemakkelijker geweest een transgene koe te maken, maar bij alle vrouwelijke kalveren was inplanting mislukt. Pas in 1993 werd de eerste dochter van Herman geboren, met inderdaad lactoferrine in haar melk. In totaal kreeg Herman 55 nakomelingen.

De triomf veranderde al snel in een slepende affaire toen bleek dat het nut van deze inplanting dubieus was. Volgens de wet was genetische manipulatie alleen toegestaan als er geen alternatief was. Maar wie zat eigenlijk te wachten op lactoferrine? Aanvankelijk zou het worden toegepast in babyvoeding, om het meer te laten lijken op borstvoeding, maar dat werd verboden door de Tweede Kamer.

Een echte rel ontstond toen in 1994 uitlekte dat Nutricia het eiwit wilde toevoegen aan babyvoeding. Daartoe had de firma een geheim contract met Pharming afgesloten.

De verontwaardiging was groot en Nutricia trok zich snel terug.

Pharming besloot daarop het project te staken. De droom van een veestapel als farmaceutisch productiebedrijf was ten einde. Productie door konijnen leek inmiddels ook veelbelovender.

Alleen stier Herman bleef over. In 1997 werd hij op last van de overheid gecastreerd. In 2001 kwam zijn leven nog even in gevaar omdat Pharming in ernstige financiële problemen was geraakt en Hermans verzorging niet langer kon betalen. Door de verplichte veiligheidsmaatregelen was Herman nogal duur. Apparatenfabriek Nedap NV en uitvaartverzekeraar Yarden namen de kosten (ca. 45.000 euro per jaar) over en deze sponsoring redde Herman van vervroegde euthanasie. Samen met de gekloonde koeien Holly en Belle, overblijvertjes van een later experiment van Pharming, verhuisde Herman toen naar Leiden.

Volgens voorschrift is het stoffelijk overschot van Herman inmiddels vernietigd. Alleen de huid van Herman is bewaard. Die zal worden opgezet en tentoongesteld bij Naturalis – als icoon van de biotechnologie.