Utrecht wil van vmbo-school af

De Utrechtse wethouder Verhulst (CDA, Onderwijs) wil af van het vmbo. Volgens hem heeft de fusie tussen mavo en voorbereidend beroepsonderwijs uit 1999 de problemen in het Utrechtse onderwijs verergerd.

Dat zegt de wethouder (CDA) vandaag in een gesprek met NRC Handelsblad. Verhulst wil terug naar een volwaardig mavo en naar huishoud- en ambachtsscholen, die nu niet meer bestaan. ,,We hebben in Utrecht nog maar één categoriale mavo, alles is opgegaan in het conglomeraat dat vmbo heet'', aldus de wethouder.

Sinds 1999 zijn de schooltypen mavo en vbo (voorbereidend beroepsonderwijs) opgegaan in het vmbo, waar circa zestig procent van alle middelbare scholieren op zit. Leerlingen volgen er een van de vier zogeheten leerwegen een theoretische voor voormalige mavo-leerlingen en een meer praktijkgerichte voor vbo-leerlingen. Bovendien kiezen ze voor een sector als zorg en welzijn of techniek.

De bedoeling van de fusie was dat het mavo-programma beter op het mbo zou aansluiten, terwijl vbo-leerlingen zouden juist meer theorievakken moesten krijgen. De aansluiting op het havo werd vrijwel onmogelijk gemaakt. Alle leerlingen moeten sindsdien een landelijk examen doen. Verder zijn de scholen voor leerlingen met leer- en gedragsproblemen opgegaan in het regulier onderwijs.

Volgens Verhulst zorgt het vmbo niet voor een betere voorbereiding op het mbo. ,,Bijna negentig procent van alle leerlingen in de theoretische leerweg kiest voor een economische of handelsopleiding in het mbo. Van die groep valt hier dertig procent voortijdig uit. Ze verzuipen in het mbo.'' Bovendien, zegt Verhulst, heeft de verdeling in sectoren ertoe geleid dat er een groot tekort is aan technisch geschoold personeel.

Verhulst heeft de problemen in zijn stad aangekaart bij minister en partijgenoot Van der Hoeven (Onderwijs). Die wil voorlopig nog geen reactie geven op de problemen in het vmbo. De Tweede Kamer pleit sinds kort voor aanpassingen in het vmbo, maar wil de vernieuwing niet afschaffen.

wetenschap & onderwijs: pagina 49