Tortelduif

Zo rijk Nederland gezegend is met de turkse tortel, schaarser is de verwante soort, de tortelduif (Streptopelia turtur). Vogels roepen bij mensen herinneringen op. Een waarneming is vaak onvergetelijk. Zoals een trouwe lezeres die in haar jeugd op een Brabantse camping tussen Rucphen en Schijf haar eerste tortelduif zag. Een prachtvogel met fraai rossig verenkleed waarop zwarte schulpjes zich aftekenen. Ook de borst is gekleurd in die roze gloed, maar dan effen. De band in de hals is zwart-wit gevlekt en breder dan van de turkse tortel. Opvallend is de slanke, trapvormige staart met veel zwart erin en een witte rand. In de vlucht wekt de vogel een slanke indruk, de wiekslag is snel. Zijn geliefde voedsel is het zaad van de duivenkervel. Deze duif is de enige van de duifachtigen die een trekvogel is en overwintert in tropisch Afrika. Pas in april, begin mei keren de vogels terug. Het Hooglied uit het Oude Testament rept over de `stem van de tortel' die klinkt als een lome, romantische zang, diep van timbre, indringend en vérdragend.

Illustratie:

Rein Stuurman

(Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl