Sportiviteit

Rudy Kousbroek heeft eens geschreven over Papoea's in een verre vallei die van Nederlandse missionarissen het voetbalspel leerden. Toen de missionarissen een paar jaar later terugkwamen, zagen ze dat de papoea's nog steeds voetbalden, maar dat ze een extra regel hadden ingevoerd: ze speelden tot het gelijk stond.

,,Hypocriete koppensnellers'', zei Tim Krabbé toen we het over dat verhaal hadden. Hij vindt dat iemand die een spel speelt zedelijk verplicht is om te willen winnen en zo denk ik er ook over.

In Alexander Münninghoffs biografie van Euwe komt een passage voor over het toernooi van Hastings van 1934/35 die mij indertijd erg verbaasde. Euwe won dat toernooi samen met Flohr en Thomas, voor Capablanca, Botwinnik en Lilienthal. In de laatste ronde had Euwe groot voordeel tegen de zwakke Engelsman Norman, maar hij gaf remise, aldus Münninghoff, omdat alle andere partijen al klaar waren en het slotdiner moest beginnen.

Hoe nu? Euwe was een groot en nobel man, maar een Joris Goedbloed die er van af zag om in zijn eentje een toptoernooi te winnen, alleen maar omdat hij het eten niet koud wilde laten worden, dat was hij toch niet. Het zou ook allerminst een daad van sportiviteit zijn geweest, eerder een belediging van de serieuze schakers.

Het verhaal klopt ook niet. Wie de partij Norman-Euwe naspeelt, ziet dat Euwe inderdaad duidelijk beter stond, maar dat hij aan het eind al twintig zetten lang vruchteloos heen en weer had geschoven zonder de vesting van Norman te kunnen bedreigen. Veel later zag ik dat het verhaal over Euwe's absurde `sportiviteit' niet van Münninghoff afkomstig was, maar van Euwe zelf, die het indertijd zo had opgeschreven. Het siert hem niet, maar ook een groot en nobel man heeft zijn feilen.

Er is nog een verhaal in de schaakwereld over vergaande `sportiviteit' en dat gaat over de kandidatenmatch tussen Boris Spasski en Vlastimil Hort in Reykjavik in 1977. Ze waren – zo gaat het verhaal althans – voor tegenstanders in een kandidatenmatch onvoorstelbaar goede vrienden en ze aten zelfs samen.

Tegen het einde van de match werd Spasski ziek; zijn blindedarm moest verwijderd worden. Volgens het reglement moest de match voor hem verloren verklaard worden, maar de nobele Hort wilde er niet van weten. ,,Ik wil van Spasski winnen en niet van zijn blindedarm'', zou hij gezegd hebben.

De laatste paar partijen werden uitgesteld en toen Spasski weer aan kon treden, werd Hort niet beloond voor zijn edelmoedigheid. In de voorlaatste partij, toen het 7-7 stond, kwam Hort met zwart glad gewonnen te staan. Nog één of twee zetten en Spasski zou het op moeten geven. Hort had nog een minuut bedenktijd, hij zag de simpele winst, maar was door de zenuwen niet in staat om zijn zet uit te voeren en overschreed de tijd.

Een goede daad blijft nooit ongestraft, ben je geneigd te denken, maar uit een interview met Hort in het aprilnummer van Schach blijkt dat er van nobele zelfopoffering helemaal geen sprake was geweest.

Hij en Spasski goede vrienden tijdens hun kandidatenmatch? Wie zoiets schrijft heeft geen benul wat topschaak is, foetert Hort. Samen de maaltijd gebruiken? Belachelijke gedachte.

Volgens Hort had hij ook helemaal niet gezegd dat Spasski extra ziekteverlof mocht krijgen, dat was zo bepaald door FIDE-president Euwe, in strijd met het reglement en zonder te vragen wat Hort er van vond, omdat die toch maar uit het kleine en machteloze Tsjechoslowakije kwam.

Hort is nog steeds boos als hij er aan denkt hoe hij in de pers indertijd geprezen werd als de nobele sportman die niet van Spasski's blindedarm wilde winnen. ,,Tegen de media kan je je niet weren'', zegt hij er nu over.

Hij ontkent dat de dramatische gebeurtenissen in 1977 zijn carrière een knak hebben gegeven en hij zegt dat hij er zich goed van los had kunnen maken. Misschien is dat waar, maar twee jaar later, toen Hort in het interzonale toernooi in Riga moest spelen, zag hij van deelname af. Het leek er op dat hij genoeg had van het wereldkampioenschap.

Hier is de slotstelling van die dramatische vijftiende matchpartij uit 1977.

jmMmMmlm

mMmkmgmg

MmMmMmgm

mMCMmMmM

GcMmGmMm

mGmMEMmM

MmgdMmGA

mMdMmjfM

Wit Spasski-zwart Hort. Zwart kan snel winnen met 35...Dg4, maar ook met 35...Lxc5 36. Dxc5 en pas dan 36...Dg4. Misschien doordat hij niet kon kiezen uit twee schelven hooi verkrampte zijn hand en overschreed hij de tijd.