Schaakpaviljoen

Boris Spasski werd in 1937 in Leningrad geboren en dat betekende dat hij als kind verschrikkelijke gebeurtenissen meemaakte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij samen met zijn broer geëvacueerd en hoewel hij zo gespaard bleef voor het beleg van Leningrad, ontkwam hij ook in het achterland maar net aan de hongersdood.

In 1946 keerde hij met zijn moeder terug naar Leningrad en daar zag hij in een park op een van de Kirov-eilanden, in het noorden van de stad, het schaakpaviljoen. Het baadde in het zonlicht en er stond een zwart schaakpaard op het dak. Bladeren bewogen loom in de bries die van de Finse Golf kwam, er waren veranda's met schaaktafeltjes en er waren geen mensen. Het was een sprookjeswereld.

Daarna ging hij iedere dag naar het paviljoen. Hij had geen schoenen en nauwelijks te eten, maar hij had het schaken. Hij werd verliefd op de witte dame, om haar fascinerende lange zetten, maar ook om de heerlijke geur van het vernis. Hij had haar mee naar huis willen nemen, maar dat deed hij niet, omdat in de zuivere wereld van het schaken geen plaats voor diefstal was.

Spasski was natuurlijk niet de enige met een voorliefde voor lange damezetten. Toen ik vluggertjes speelde met Bobby Fischer, schoot hij steeds met zijn dame als een razende over het bord, waar ik erg bang van werd.

Juist tegen Spasski, die zo van lange damezetten hield, besliste Tigran Petrosian, zijn voorganger als wereldkampioen, een van zijn mooiste partijen met zo'n zet.

Petrosian-Spasski, WK-match, Moskou 1966. Wit begint en wint.

Oplossing Schaken 1. Le6xf7+ Ta7xf7 2. Db2-h8+ Zwart gaf op, want na 2...Kxh8 3. Pxf7+ gevolgd door 4. Pxg5 staat wit een stuk voor.