Ronde

`Peet neuk mij', stond deze week op de flanken van de Ledeberg in Brakel gekladderd. Het beoogde feestvarken was Peter van Petegem. Je verwacht dit soort ruige kalk op de muren van een voetbalstadion, maar niet op het parkoers van de Ronde van Vlaanderen. Zo dacht Kamervoorzitter, tevens burgemeester van Brakel, Herman de Croo, er ook over: hij liet de flanken van de Ledeberg meteen schoonvegen.

Adoratie van wielrenners moet binnen de zegezangen van Pindaros en Petrarca blijven. Al helemaal aan de vooravond van de Ronde van Vlaanderen. De Ronde met de Muur, het Patershol, de Bosberg en andere brokstukken van de geschiedenis is een cultuurschepper. Een monument dat op zichzelf staat. De omgeving verandert drie keer per eeuw, drie keer per mensenleven, zo niet de Ronde van Vlaanderen. Niets kan de loop, het lot, de verwachting van deze klassieker raken. Zelfs nieuw gras weigert te groeien in het universum van de Oude Kwaremont. Alles wat mooi is aan het wielrennen komt morgen in de Ronde samen: wind, smalle wegen, kasseien, ruzies en valpartijen. De Ronde is een buitengewone schepping die ons leven ruggengraat geeft.

De renners zijn door de eeuwen heen geen snars veranderd. Bartoli, Museeuw, Boogerd en Van Petegem lijken wat meer geïnfecteerd met metal-mash dan hun voorgangers uit de tijd van Kees Pellenaars, maar dat is slechts schijn. Nog steeds zijn het jongens zonder zwem- en verkeersdiploma. Het geluk van een halfnaakte Braziliaanse tekenlerares hebben ze niet gekend.

Wielrenners hebben een ziel, niet de quasi-ziel van Formule I-coureurs en Ajacieden. Het peloton is een reclamelint geworden, en dat is jammer, maar de brand in het lijf van George Hincapie op de Koppenberg is de brand die Jan Raas ook kende. In het cyclisme zijn renners en generaties perfect inwisselbaar. Paolo Bettini voor Checco Moser, Erik Dekker voor Hennie Kuiper. Ze delen dezelfde eeuwigheid, dezelfde zit, dezelfde gloed.

Rond de 230ste kilometer begint de finale. Alleen wie opgetrokken is uit gewapend beton of op zijn minst uit hard hout, doet mee voor de zege.

Het is hem niet aan te zien, maar een van de taaiste renners is Servais Knaven. De ex-winnaar van Parijs-Roubaix heeft een puike conditie, wat zeg ik, hij vliegt. Hij is zwijgzamer dan Jomanda het afgelopen half jaar was. Ook een teken. Bij Servais gaat zwijgen het vlammen vooraf. Boogerd en Dekker vliegen ook, maar zij hebben minder talent voor vrijheid dan Knaven. Zij zijn te pedaalzuchtig, te gretig in het showen van hun bloedvorm. Servais klimt op de fiets als `Jan Ramp' die na een dag van noeste arbeid in een steenkoolmijn de slaap niet kan vatten. De eerste tweehonderd kilometer ligt hij op de fiets te bekomen. Maar dan, opeens, ruikt hij de trog van hemel en aarde en klappen de vleugels open.

Zijn ploegmaat Johan Museeuw rijdt zijn laatste Ronde van Vlaanderen. Hij won drie keer, een record dat hij deelt met Magni en Buysse. Deze maand neemt Museeuw afscheid van de wielersport. Als Knaven het morgen voor het zeggen heeft, mag de `Leeuw van Gistel' winnen. Want zo zit Servais in elkaar: een jongen met ontzag voor grote namen.

De Ronde van Vlaanderen is ook cafékoorts. In toogpraat wordt eindeloos gespeculeerd over winst en verlies. Catastrofefilosofen kunnen na een liter Leffe, Kasteelbier of Rodenbach apocalyptisch uit de hoek komen. Het lijden van Gerben Löwik verheven tot een scene uit The Passion of the Christ, dat werk. Anderen zien muizen dansen in de bloedspiegel van Frank Vandenbroucke: pech voor Frank dus. De lallende praatjesmakers dienen zich graag aan als illustere bezweerders van het weer. Zij weten nu al hoe de zwarte wolken er morgen boven de Vlaamse Ardennen zullen bijhangen.

De wielersport is andermaal in opspraak gekomen. Doping, doping, doping. Edoch, morgen, aan het eind van de dag zullen geen gebroken levens worden gecelebreerd. Met een mooie winnaar is de massa alweer verzoend met bijkomstigheden als de dood van Pantani en de biecht van Manzano. Schandalen noch achterklap kunnen de volksjubel in Meerbeke en omstreken ringeloren. Zolang er geen dode valt op de Muur of de Oude Kwaremont is er geen remedie tegen het feestgedruis van de Ronde van Vlaanderen.