Radio Trottoir heeft het mis: geen lijk te zien

Een gerucht ontzenuwen kun je niet zomaar. Daar moet je wel iets voor doen. Als je weet dat alle journalisten het gerucht proberen na te trekken, en alle mensenrechtenorganisaties ervan overtuigd dat het waar is, dien je als minister actie te ondernemen. Een gebaar maken dat getuigt van openheid, eerlijkheid en goede trouw.

Zodoende loopt minister van Binnenlandse Veiligheid Martin Bléou vandaag in zijn netste schoenen over de stadsvuilnisbelt. Hij heeft een pijp in zijn hand en een leesbril op de neus. Bléou, een rijzige gestalte, is verreweg de meest ijdele minister van Ivoorkust. Het soort man dat geen wanorde verdraagt. Een flard smerig plastic waait tegen zijn onderbeen. Op zijn kin landt een vlieg. De minister geeft geen krimp.

Een week geleden hield Bléou zich stil. Abidjan was uitgestorven. Niemand durfde de straat op. De oppositie had aangekondigd een demonstratie te houden die door president Gbagbo verboden was. De president schakelde het leger en de politie in om erop toe te zien dat het verbod gerespecteerd werd. Demonstranten konden rekenen op traangas en gummiknuppels.

Dat was de officiële waarschuwing. In werkelijkheid grepen de ordediensten de gelegenheid aan om aanhangers van de oppositie een lesje te leren. De ordediensten zijn de schrik van iedere Abidjanees. Ze zijn onberekenbaar, ze werpen wegversperringen op, ze persen iedereen geld af. Op donderdag 25 maart hielden ze de stad in een ijzeren greep. Ze reden met pantserwagens door de straten en schoten op burgers. Jongemannen werden uit hun huis gesleurd en meegenomen.

Hoeveel doden zijn er die dag gevallen? En de dag erna, toen nog steeds overal schoten klonken? Volgens de regering 37, onder wie twee politieagenten. Volgens de oppositie zijn het er veel meer. Felle tegenstanders van het regime van Gbagbo hebben het over vijfhonderd doden. Een iets gematigder politieke partij weet zeker dat driehonderd mensen zijn omgekomen. Nee, het zijn er tweehonderd, zegt een mensenrechtenorganisatie. De directeur van het mortuarium durft niets te zeggen en journalisten worden niet toegelaten tot de ziekenhuizen.

De kranten speculeren er lustig op los. De bevolking ook. Zeker is dat de regering liegt. Maar wie zegt dat de oppositie de waarheid vertelt? Feiten zijn schaars in West-Afrika. De waarheid is wat je ziet. De rest moet je zelf maar bij elkaar sprokkelen, met behulp van wat men zegt. Radio Trottoir, oftewel de geruchtenmachine.

Die laat nooit verstek gaan. Niet dat je via de geruchtenmachine het exacte aantal doden zal achterhalen. Maar misschien kun je wel te weten komen waar slachtoffers begraven liggen.

Zo ging het in 2000, toen aanhoudende geruchten leidden tot de ontdekking van een massagraf in het bos naast de gevangenis. Ook deze week draait de geruchtenmachine op volle toeren, getuige de verhalen die sinds een week de ronde doen. Een kleine bloemlezing. Gendarmes reden met lijkwagens rond om ongezien de doden op te halen. In één wijk werden mensen midden op straat geëxecuteerd. De slachtoffers zijn 's nachts begraven op de vuilnisbelt, weggebulldozerd onder stinkend afval.

Het meest plausibel is het gerucht dat er een massagraf is. Honderden doden moffel je niet zomaar weg. In navolging van de Franse wereldomroep RFI wezen de lokale kranten de plek aan waar de strijdkrachten vermoedelijk hun slachtoffers hadden gedumpt. Een plek die voor de hand ligt: desolaat, goor, ver buiten het stadscentrum, naast een dorp waar alleen schorriemorrie woont. En dat gerucht bleek zo hardnekkig dat de minister van Binnenlandse Veiligheid weleens zou laten zien dat er niets van waar was. Daarom staat hij hier vandaag, omringd door een aantal sportief geklede hoge politieofficieren. De camera's van de staatstelevisie snorren. De minister wijst om zich heen: geen lijk te zien.

Links van hem is een surrealistisch spektakel aan de gang waar hij geen acht op slaat. In lompen gehulde kinderen, mannen en vrouwen verdringen elkaar op de golf verse vuilnis die door een bulldozer opgestuwd wordt. Met pikhaken slaan ze in het afval, ze vechten er bijna om, de een trekt plastic uit de stinkende golf, de ander vindt een oud hangslot. Twee vuilnispikkers zijn uitgekozen door de onbekende regisseur van het ministeriële bezoek om te vertellen dat hier inderdaad geen lijken liggen. De minister trekt nog eens aan zijn pijp. Hij knikt: het bezoek is afgelopen. 's Avonds is er alweer een nieuw gerucht. Het massagraf zou in alle haast verplaatst zijn naar een beter verborgen gehouden lokatie.