Louise Vet: je loopt in een fuik als je alleen toegepast onderzoek doet

Steeds meer universitair onderzoek en personeel wordt betaald door bedrijven. Is kennis een product geworden dat bij de universiteit contant kan worden afgerekend? Prof. dr. Louise Vet, bijzonder hoogleraar ecologie, geeft antwoord aan Folkert Jensma.

Het contractonderzoek rukt op, steeds meer hoogleraren zijn `bijzonder' dus op een of andere wijze gesubsidieerd. Universiteiten stellen sinds kort gedragscodes vast en er is zelfs een `Landelijk orgaan wetenschappelijke integriteit'. Ruik ik onraad?

,,Het is alleen een probleem als er een heel directe band is tussen de opdracht en het belang van de geldgever. Daar zijn wel voorbeelden van. Dan heeft de onderzoeker een zware taak om integer te zijn. Aan die persoon worden zeer hoge eisen gesteld. Het is aanlokkelijk om dan financieel te denken en alvast volgende projecten te overwegen. Ik vind het pas een probleem als de eigen onderzoeksagenda uit handen gegeven wordt.''

Neem het voorbeeld van een groot gasbedrijf dat z'n verjaardag viert door een universiteit drie leerstoelen en een onderzoeksfonds te schenken, waarbij een van die hoogleraren bovendien `binnen vijf jaar zodanige onderzoeksopdrachten moet verwerven dat de leerstoel zich daarna kan terugverdienen'.

,,Als dat terugverdienen gebeurt door bijvoorbeeld mee te dingen naar EU-onderzoeksopdrachten of gelden van NWO, dan heb ik daar niet zo veel moeite mee. Als dat terugverdienen maar niet betekent dat zo'n heel onderzoek direct gevoed wordt door geld van zo'n bedrijf.''

Maar het bedrijf dat een schenking doet, wil er wat voor terug. De universiteit krijgt er een hoogleraar bij, de onderzoeker geld – in het bedrijfsleven heet dat al gauw een win-win situatie.

,,Ja dat kan gebeuren. Als die onderzoekers maar niet zo naïef zijn om zich letterlijk voor een `toegepast karretje' te laten spannen. Dus je moet je niet laten betalen om uit te zoeken of een bepaald product wel werkt of niet. Als je dan een positief antwoord geeft, dan komt je integriteit als onafhankelijk onderzoeker meteen op de tocht te staan omdat je betaald wordt door de belanghebbende. Geef je een negatief antwoord dan heb je stennis met je financier.''

Er komt een groot bedrijf naar u toe dat u wetenschappelijk wil laten vaststellen dat een genetisch gemodificeerd gewas geen ecologische risico's in zich bergt.

,,Dat doe ik natuurlijk niet. Ik wil wel mechanismen uitzoeken, processen bekijken en zo'n bedrijf aan richtlijnen helpen. Ons instituut (NIOO/KNAW) is niet vooringenomen, dus zijn onze resultaten geloofwaardig en dan ook wat waard. Zo'n bedrijf moet dan zelf maar uitzoeken of hun product aan wetenschappelijk goed onderbouwde richtlijnen kan voldoen.''

Maar u kunt zich die keuze als KNAW-instituut kennelijk permitteren; veel instituten zijn voor hun voortbestaan grotendeels en soms zelfs geheel marktafhankelijk geworden.

,,Dat is een punt. Wij willen het percentage externe financiering op 30 à 40 procent houden. De universiteit, de overheid, moet ervoor zorgen dat die verhouding overal in evenwicht is en dat er een goede samenwerking is tussen fundamenteel en toegepast onderzoek. Alleen door samen te werken kun je sterk blijven en mondig. Anders wordt het een gevecht van een eenzame onderzoeker, die een fuik inloopt met een project en afhankelijk raakt.''

Ik citeer een column van een Delftse onderzoeker (Delta 29 jan. 2004) die zijn artikelen moet voorleggen aan z'n commerciële opdrachtgevers voor publicatie: ,,Eén keer heb ik iets niet gepubliceerd omdat mij gevraagd werd mijn resultaten niet op papier te zetten. Het belangrijkste gevolg is dat ik nu wel uitkijk mij in onderzoek te storten waarvan ik zie aankomen dat de resultaten niet opgeschreven mogen worden.''

,,Ja, die is z'n onschuld kwijtgeraakt. Kijk, iedereen weet wel ongeveer hoe een onderzoek wordt opgezet, wat de belangrijkste vragen zijn, wat er uit kan komen. Dan heb je dus een visie op het mogelijke conflict en kun je nog beslissen. Of je ziet dat je in de fuik loopt dan moet je het dus niet doen. Maar soms hangt je bestaansrecht er vanaf. Je moet dat project binnenhalen of je ligt eruit. Dan zit je in de gevarenzone. Universiteiten en instituten hebben een zware verantwoordelijkheid om op metaniveau de agenda van het onderzoek te beschermen. Om mensen de kans te geven nee te kunnen zeggen.''

Hoe krijgt u dat voor elkaar?

,,Die veiligheid kun je vooral bieden door meer interactie, door samenwerking tot stand te brengen met fundamentele onderzoekers. Door bij externe financiers af te dwingen dat ze ook fundamenteel onderzoek meefinancieren. Ik zeg tegen onderzoekers dat ze niet alleen een probleempje van een industrie moeten oplossen, maar ook moeten vechten voor de langetermijnkwesties. Dat levert misschien wel veel meer `spin off' op, maar dan veel later. Bij het bedrijfsleven moet dat inzicht ook maar eens groeien. Nu wordt er vaak maar een probleem `even uitgezet' bij een universiteit. Je zet de fuik open als je alleen maar toegepast onderzoek doet. Fundamenteel onderzoek is het vuur onder de ketel van de toepassing.''

Toch zie je dat de wetenschap zelf soms ook helemaal lijkt mee te waaien. Je kunt hoogleraar zijn in treinrails, betaald door ProRail, en in Aluminium Bouw, betaald door de aluminiumindustrie.

,,Die ontwikkeling juich ik helemaal niet toe. Dan loop je dus wel de kans dat een bedrijf je onderzoeksagenda overneemt. Dat gasbedrijf deed dat veel aardiger: die zullen best veel eigen werk laten doen op die universiteit. Maar die laten ook kijken ook naar alternatieve energie en duurzaamheidvraagstukken. Dan doe je onderzoek waar mensen op lange termijn wat aan hebben – en niet waar dat bedrijf binnen een jaar winst mee kan maken. Dat is het subtiele onderscheid.''

Kun je zeggen dat commerciële belangen het fundamentele onderzoek bedreigen? Dat zuiver onderzoek ondergeschikt raakt aan het bedrijfsleven onder het motto ,,u vraagt, wij draaien''?

,,Vergeet ook niet de maatschappij zelf, die wil ook allang niet meer van die freaks die in een ivoren toren met hun hobby zitten te stoeien. Elke belastingcent moet tegenwoordig ook worden verantwoord, met de illusie dat als de maatschappij zich ermee bemoeit dat er dan een beter product uitkomt. Dat is ook een grote bedreiging. Ik ben een groot voorstander van fundamentele, onafhankelijke, niet gestuurde wetenschap – maar dat moet je wel doen in een omgeving met een relevante toepassingskant. Vroeger zei ik dat ik onderzoek deed naar leergedrag bij de sluipwesp en dan zeiden de mensen: `goh, wat leuk voor je'. Tegenwoordig zeg je dat sluipwespen belangrijk zijn bij het voorkomen van gewasplagen en dat je zo het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen helpt voorkomen. Precies hetzelfde fundamenteel onderzoek, maar wel in een maatschappelijke jas. Dan valt het kwartje.''