Lopende kegels

`Wees niet bevreesd', luidt de eerste zin van de catalogus bij de tentoonstelling `Goochelen met Getallen' van Museum Boerhaave. Immers, alles wat met getallen, rekensommen en vooral met formules te maken heeft schrikt af, en wie dus wil laten zien dat wiskunde het leven van de mens veraangenaamt zal bij veel potentiële bezoekers een zekere drempelvrees moeten wegnemen.

Toch blijft het raar: terwijl niemand graag toegeeft `nooit een boek te lezen' of `niks van kunst te weten' lijkt het de normaalste zaak van de wereld te bekennen dat je `nooit iets van wiskunde hebt gesnapt'. Aan de samenstellers van de zomertentoonstelling van Museum Boerhaave de uitdaging om aan de hand van historische voorwerpen en geschriften te illustreren dat `wiskunde overal is'.

Dat is voor een deel goed gelukt. De tentoonstelling valt uiteen in twee stukken. Langs de muren zijn in vitrines behalve veel prenten en boeken tal van modellen, maten en gewichten en meetinstrumenten uitgestald. Soms gaat het om ware meesterproeven van instrumentmakerschap. Zoals de arithmomètre, een door verzekeringsmakelaar Charles Xavier Thomas gemaakte mechanische rekenmachine die getallen kon verwerken van tien cijfers. Ook de Millionär uit 1910, nog gebruikt om berekeningen te maken voor de Afsluitdijk, moet een wonder van vernuft zijn geweest. Jammer is alleen dat de werking ervan nauwelijks uiteengezet wordt. Dat het rekenen al eeuwenoud is wordt geïllustreerd aan de hand van een Egyptische afrekening op papyrus en een vierduizend jaar oud kleitablet met een wiskunde opgave. Het bijschrift vermeldt dat ``de leerling voor zijn antwoord een zware onvoldoende zou hebben gekregen''. Daar had ik nou best wat meer over willen weten.

Voor de meer praktisch ingestelde bezoeker(tje)s is het midden van de twee zalen die de tentoonstelling beslaat vrijgemaakt voor experimenten. Zo kun je een kegel tegen een hellend vlak omhoog laten lopen, de stelling van Pythagoras `bewijzen' met behulp van een weegschaal, of een snelle methode leren om het aantal knikkers in een vaas te schatten. De meeste van deze `spelletjes' zijn bijzonder illustratief. Zo krijg je pas echt gevoel voor het verschil tussen een Engelse, een Franse en een Rijnlandse voet als je er zes achter elkaar hebt afgepast. En wie kent niet het aloude verhaal van de Chinese boer die als dank voor het uitvinden van het schaakspel van de keizer zélf zijn beloning mocht bepalen? Eén rijstkorrel op het eerste veld, en steeds het dubbele aantal op elk volgend veld.

Op de tentoonstelling wordt dat geïllustreerd met een stapel damstenen en de achtjarige Daniël kreeg pas echt door hoe slim die boer wel niet was geweest toen hij de stapel voor zijn ogen zag groeien. Maar bij andere spelletjes ontging de bedoeling ons totaal, zoals het meten van de hoek tussen grond en plafond met een landmeterstok. Verder is de begeleidende tekst – zoals het bouwen van de boogvormige brug van Leonardo uit losse houten latjes – soms zo onduidelijk dat ik me afvroeg of de samenstellers het zelf wel eens geprobeerd hadden.

Daarbij kent de tentoonstelling een aantal opvallende omissies. Simon Stevin, `wiskundige goochelaar' bij uitstek en bedenker van het woord `wiskunde' (en vele andere Nederlandse wiskundige termen) is slechts vertegenwoordigd met een eerste druk van één van zijn boeken. Terwijl juist zijn werk bij uitstek een illustratie is van de manier waarop wiskunde kan worden toegepast, binnen de mechanica, de sterrenkunde of de hydrostatica. Verder gaat de aandacht voor statistiek – toch een onderwerp dat ook onder alfa's heftige discussies kan losmaken – niet verder dan een vitrine met loterijbriefjes en een moderne gokkast. En dat terwijl onze eigen Christiaan Huygens het vakgebied zo ongeveer heeft uitgevonden! En waarom hangt er niet een grote rekenliniaal of een abacus om te illustreren dat je ook zonder zakjapanner snel en goed kunt rekenen?

Ik vrees dat de angst van de samenstellers om bezoekers af te schrikken hen hier en daar parten heeft gespeeld. Zowel het boekje als de tentoonstelling dienden ``aangenaam begrijpelijk te zijn voor wie nog nooit gehoord heeft van i of e of zelfs maar van ruimte-tijd kromming.'' Maar wie echt wil laten zien hoe leuk wiskunde is, ontkomt er niet aan soms wat dieper ergens op in te gaan en daarmee een beroep doen op het doorzettingsvermogen van de bezoeker. Daar is niets mis mee. Nu wordt alleen in de catalogus wat meer uitgelegd over sommige onderwerpen en dat lijkt me een gemiste kans.

tentoonstelling: goochelen met getallen. museum boerhaave, 25 maart t/m 26 september. lange sint agnietenstraat, leiden. catalogus: 7 euro.