Leren Wilhelmus niet relevant voor inburgeren

Met lichte verbazing las ik de bijdrage van dr. E. Hofman over `Inburgeren met het Wilhelmus', als bijdrage tot de `normen en waarden' in de samenleving, waaronder hij het aankweken en versterken van het `Nederlandgevoel' blijkt te verstaan (NRC Handelsblad, 29 maart).

Geboren en getogen in Zeeuwsch-Vlaanderen weet ik dat dit gebied ooit, om strategische redenen, door prins Maurits bij de Republiek werd gevoegd, waarvan het enige tijd als Generaliteitsland (lees: wingewest) deel heeft uitgemaakt. Uiteindelijk werd het, met dank aan de Fransen, tot min of meer volwaardig, zij het afgelegen, als deel van Nederland bevorderd. Aan de Geuzenstrijd hadden we part noch deel. De Zeeuws-Vlaming was en is mede sterk op België georiënteerd. In west-Zeeuwsch-Vlaanderen spreekt men een west-Vlaams dialect en velen hebben familie over de grens, die beschouwd wordt als een kunstmatige streep op de landkaart. Aan dergelijke perifere gewesten of andere grensoverschrijdende onderwerpen besteedde het vaderland- (lees: Holland) en Oranjelievende onderwijs uit onze kinderjaren liever niet te veel aandacht.

Het Wilhelmus is een mooi Rederijkerslied, met een heuse Prince, op muziek van een toendertijd populair Frans soldatenlied. Goed voor de culturele bagage, maar voor `normen en waarden' irrelevant.

Van heel wat meer betekenis daarvoor is een bezoek aan een aantal plaatsen die niet al te ver over de grens in West-Vlaanderen te vinden zijn, zoals Passendale, Poelkapelle, Langemark, Vladslo en dergelijke. Honderdduizenden zijn hier gesneuveld tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen nationalisme en patriottisme er nog met de paplepel werden ingegoten. Deze oorlog wordt wel eens de `blinde vlek' in de Nederlandse geschiedenis genoemd, en het veronachtzamen van de lessen die daaruit getrokken kunnen worden lijkt het hoofdingrediënt te vormen van het `Nederlandgevoel' à la Hofman.