Knot door bureaucratie

Horendol worden Nederlandse onderzoekers door de bureaucratische regels, waarmee het werk wordt ingeperkt. Ik begin met de druppel die bij mij de emmer deed overlopen.

Sinds jaar en dag heb ik buitenlandse onderzoekers in mijn lab. Dat was nooit een probleem tot Nederland het `eigen volk eerst' uitvond. Duitsers en Fransen kunnen we niet buitensluiten, omdat er vrij verkeer van mensen binnen de Europese Unie (EU) is, maar wie van verre kwam, kreeg geen werkvergunning. Alleen als er geen fatsoenlijke kandidaat was te vinden binnen de EU, mocht er een rare snuiter uit een ver land worden aangesteld.

In de praktijk viel die handicap mee, want die rare snuiters kwamen niet voor Nederlandse banen, maar brachten hun eigen subsidie mee. Er was dus geen sprake van verdringing van Europeanen uit Europese banen, maar van een extra bijdrage van buitenlanders aan de Nederlandse onderzoeksinspanning, betaald door het verre buitenland. Iedereen tevreden, zou je denken: de buitenlanders met hun opleiding, Nederland met deze gratis ontwikkelingshulp, die tevens een bijdrage leverde aan Nederlandse onderzoeksoutput. In managerstaal: een win-win situatie.

Sinds kort gaat het anders: de Nederlandse overheid vreest dat mijn Japanse postdoc met zijn Japanse geld hier toch komt om Nederlanders uit hun onderzoeksbaan te drukken en wil dat ik die extra plaats voor mijn Japanner adverteer. Dat wordt uiteraard een schizofrene advertentie. Japanse filantropische instellingen geven graag geld voor de verdere opleiding van Japanse onderzoekers, maar niet voor Nederlandse. Ik moet dus adverteren voor een niet-bestaande baan en pogen de advertentie zo in te kleden dat belangstellende Nederlanders niet denken dat er echt een baan is waarop zij kunnen solliciteren.

Ik weet dat er vaak met de openbare aanbesteding van banen geknoeid wordt, maar ik heb altijd gepoogd om daar verre van te blijven. Ik vind het treurig en vernederend dat ik nu aan zulke praktijken mee moet gaan doen. Keus heb ik niet. Ik heb mijn Japanse postdoc een jaar geleden toegezegd dat hij in mijn lab mag komen werken als hij een Japanse subsidie weet te vinden. Die toezegging moet ik nakomen. Dit is een relatief onnozel voorbeeld, maar het illustreert hoe het werk in en voor de Nederlandse kenniseconomie door mallotige bureaucratische maatregelen wordt bemoeilijkt.

Nu dan mijn hoofdpunt: de vereuropeanisering van NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Vereuropeanisering is hier bedoeld als scheldwoord, want niets is bureaucratischer en inefficiënter dan het Europese wetenschapsbeleid. NWO heeft de taak om op te komen voor het serieuze onderzoek in Nederland en doet dat meestal ook. Nu lijkt deze dienstmaagd van de wetenschap echter trekken van een huistiran te krijgen in de vorm van het Nationaal Regie Orgaan Genomics, het NROG. Dat zit mij hoog, omdat ik zelf mede verantwoordelijk ben voor de oprichting van dit orgaan.

Het NROG vindt zijn oorsprong in de Commissie Wijffels, die in 2001 adviseerde aan de regering om extra geld in Genomics te investeren. Genomics, dat gaat over het genenpakket van de mens, maar ook over de genen van de aardappel en van de malaria parasiet. Genomics belooft inzicht in fundamentele levensprocessen en toepassing bij ziektebestrijding en in de biotechnologie. Die industriële toepassingen (banen, belastingopbrengst) zag ook de regering wel zitten en vlot werd 190 miljoen euro extra uitgetrokken voor het genomics onderzoek.

Uiteraard was er discussie binnen de commissie Wijffels over het beheer van die 190 miljoen. Ik vond dat het geld integraal moest worden ingezet om het armetierige budget van NWO wat op te vijzelen. NWO zou dan zelf de beste besteding kunnen regelen in overleg met de beperkte groep van onderzoekers die in Nederland wat presteren op Genomics gebied. Andere leden vonden een apart orgaan beter: regeringen houden er niet van om geld bij te storten in een bestaande onderzoekspot. Die willen in het parlement kunnen pochen over een gerichte impuls aan Genomics, geld dat door die eigenwijze onderzoekers niet aan ander onderzoek besteed mag worden.

Uiteindelijk werd het een Polderlands compromis: het geld zou naar NWO gaan, maar wel naar een aparte pot binnen NWO, beheerd door een apart deel-bestuur. Ik kon daarmee leven. Ik was alleen niet blij met de naam van dat Genomics-bestuurtje: Nationaal Regie Orgaan Genomics, ``een zelfstandige taskforce ondergebracht bij NWO''. Daarmee werd de nieuwkomer opgezadeld met een pretentie, die van weinig realiteitszin getuigde. In Nederland werd al lang vóór de instelling van het NROG uitstekend onderzoek gedaan aan Genomics. Die onderzoekers hadden geld nodig om mee te blijven spelen in de wereldtop, maar op regie zaten ze niet te wachten. Ze wisten zelf wel wat kansrijk onderzoek was. Hulp was nodig, geen bemoeizucht of extra bureaucratie.

De eerste activiteiten van het NROG namen mijn argwaan niet weg: het orgaan begon met een diarree aan folders en themadagen, waarin het aankondigde dat het ``in Nederland binnen vijf jaar een genomics kennisinfrastructuur tot stand wilde brengen die zich kan meten met de wereldtop''. Tut tut. Wat een ambitie zonder realiteitszin. Waar geen toponderzoek is, kan een bestuurtje dat echt niet in 5 jaar uit de grond stampen. Waar toponderzoek, ondanks armoede, al bestaat, moet een geldgever zich bescheiden opstellen: `it is not the management, stupid, but the investigator who counts', om een oude politieke leuze te parafraseren.

Inmiddels weten we dat die folders geen façade voor de politiek waren, maar een missie waar de taskforce zelf in gelooft. Het NROG wil echt regisseren, lakens uitdelen, regels stellen. Helaas, de taskforce bevat geen toponderzoekers. In ruil voor een armetierige 40 miljoen per jaar, wil het NROG het Nederlandse onderzoek regisseren zonder daarvoor enige wetenschappelijke autoriteit mee te brengen. Het gevolg is chaotische geldverdeling en onnodige bureaucratie. Die bureaucratie loopt zo de spuigaten uit dat twee toponderzoekers de minister hebben gemeld dat ze beter af waren geweest zonder subsidie dan met. Een andere brief klaagt over de ``ontstane bureaucratie rondom deze subsidieregeling'', de ``buitenproportionele vergadercultuur'', de druk om alsmaar verslag uit te brengen (in ``voortgangsgesprekken'' en ``zwaartepuntoverleggen''), de loze initiatieven op het gebied van ``Nationale databanken'', en het ``valorisatiebeleid''.

Valorisatie is een Vlaamse krachtterm die door het Regie-Orgaan is geadopteerd. Valorisatie betekent omzetting van kennis in koopwaar. Voor sommige mensen is die koopwaar de echte valeur van kennis. Politici en bestuurders (nee, non-valeurs schrijf ik hier niet; dat zou wel erg faciel en unfair zijn) worden panisch bij de gedachte dat al die Nederlandse ontdekkingen niet met octrooien worden beschermd en in koopwaar omgezet. Misschien was dat 30 jaar geleden het geval toen de universiteiten, ruimhartig bijgevallen door regering en parlement, het kapitalisme de oorlog hadden verklaard. Toen was er reden om de drang tot valorisatie te bevorderen. Nu is dat niet meer zo nodig, althans niet voor de academische instituten die ik ken, want die zijn arm en daardoor kien op kennisexploitatie die geld op brengt.

Toch beperkt het NROG zich niet tot een marginale toetsing van de valorisatie bij gesubsidieerde instellingen. De instellingen worden nagejaagd met een fijnmazig valorisatiebeleid dat gespeend is van realiteitszin. Een onderzoeker vertelde mij dat het ROG in ruil voor een bescheiden onderzoeksbijdrage het intellectuele eigendom van het hele project opeiste. Het reglement dat het NROG voor valorisatie had opgesteld is ondanks felle en niet weerlegde kritiek aan Brussel voorgelegd en daar goedgekeurd, zodat nu iedereen zit opgescheept met een onbruikbaar reglement.

Wat nu? Uiteraard is de NROG taskforce te goeder trouw en zijn alle regeltjes met de beste bedoelingen bedacht. Sommige regels zijn zelfs opgelegd door Brussel, omdat het NROG ook samenwerking tussen academia en bedrijven subsidieert en dat mag niet ontaarden in overheidssubsidie aan nationale industrie. Zelfs de meest welwillende toeschouwer ontkomt echter niet aan de conclusie dat het NROG zichzelf overschreeuwt en het onderzoek onnodig hindert.

Wat NWO nu moet doen is de teugels krachtig aantrekken. Het NROG is weliswaar semi-zelfstandig maar het opereert binnen NWO en het dient zich aan de huisregels te houden: efficiënt en sober bestuur; niet regisseren; geen vereuropeanisering van Nederlands onderzoeksbeleid.