Kans op vermenging Neanderthalers en Homo sapiens klein

Een grootscheepse analyse van prehistorisch mitochondriaal DNA afkomstig van Neanderthalers en Homo sapiens heeft voor het eerst een statistisch betrouwbaar getal opgeleverd voor de kans dat in Europa een genenuitwisseling heeft plaatsgevonden tussen deze twee mensensoorten. De kans dat 30.000 jaar geleden het mitochondriaal DNA (mDNA) van Homo sapiens voor meer dan 25% bestond uit materiaal afkomstig van Neanderthalers blijkt kleiner dan 5 procent. Waarschijnlijk is de kans op bijmenging nog kleiner (PLOS biology, maart).

Mitochondriaal DNA bevindt zich op een kleine cirkelvormige streng DNA in organellen in de cel en leent zich door zijn specifieke eigenschappen (die afwijken van het `normale' kern-DNA) bij uitstek voor prehistorisch onderzoek.

Eerder zijn bij vier Neanderthalers twee mDNA-varianten gevonden die niet voorkomen bij nu levende mensen. Dit feit gaf aanleiding tot claims dat er geen bijmenging heeft plaatsgevonden. Moderne mensen behoren allemaal tot de soort Homo sapiens; de Homo neanderthaliensis is ca. 28.000 jaar geleden uitgestorven. Voorstanders van menging tussen Neanderthaler en H. sapiens waren hiervan niet van onder de indruk, want het was best mogelijk dat de Neander-varianten wèl voorkwamen bij leden van de soort Homo sapiens die leefden in de tijd van de Neanderthalers. Toevallig was juist hun mDNA na al die millennia niet in de moderne genenpool terecht gekomen.

Om deze kritiek te ondervangen hebben onderzoekers onder leiding van Svante Pääbo van het Max Planck Instituut in Leipzig gekeken naar de mate waarin de twee bekende unieke Neanderthal-mDNA-varianten voorkomen bij ànder, nieuw onderzocht Neanderthaler-materiaal èn materiaal van Homo sapiens-vertegenwoordigers die leefden in dezelfde tijd als de Neanderthalers. In totaal werd organisch materiaal van 24 Neanderthalers en 40 vroege Homo sapiens onderzocht. Bij vier Neanderthalers en vijf H. sapiens kon daadwerkelijk mDNA worden geïsoleerd. Bij alle vier Neanderthalers en bij géén van de H. sapiens werden de bewuste varianten aangetroffen. Dit leidt tot een kans van minder dan 5 procent op een Neandertal-bijmenging van 25 procent of meer.

Waarschijnlijk is de kans op menging van Neanderthaler en Homo sapiens nog een stuk kleiner. Bij deze berekening zijn Pääbo en de zijnen er voorzichtigheidshalve vanuit gegaan dat de Homo sapiens-bevolking in deze periode langdurig constant is gebleven met een effectieve grootte van 10.000. Deze omvang geldt als het minimum van de menselijke soort, gezien de huidige genetische variatie. In werkelijkheid is de periode van circa vijftig- tot vijftienduizendjaar geleden juist een tijd van enorme expansie van Homo sapiens vanuit Afrika over de hele wereld. De bevolking is dus ongetwijfeld groter geweest dan het minimum van 10.000, met een navenant lagere kans op bijmenging.