Kabinet wil andere arbeidsregel van EU

Het kabinet-Balkenende gaat bij de Europese Commissie aandringen op versoepeling van Europese regels over arbeidstijden. Een arrest van het Europese Hof van Justitie over beschikbaarheids- en piketdiensten dreigt Nederland honderden miljoenen euro's per jaar te gaan kosten.

Het kabinet besloot gisteren dat de Europese Commissie vóór de zomer een voorstel moet doen voor structurele aanpassing van de zogenoemde Europese arbeidstijdenrichtlijn. De lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om zelf te bepalen in welke mate een aanwezigheidsdienst als arbeidstijd moet worden gezien, vindt het kabinet.

Het Hof heeft in het arrest-Jäger bepaald dat de tijd die een Duitse arts rustend tijdens een aanwezigheidsdienst doorbrengt, moet worden gezien als arbeidstijd. Ook moet onmiddellijk na afloop van de dienst compenserende rusttijd worden gegeven. De uitspraak van het Hof betekent een beperking van het werken in aanwezigheids- en piketdiensten, omdat wacht- of slaapuren tijdens deze diensten moeten worden meegerekend voor de maximaal toegestane arbeidsduur per week.

De uitspraak van het Hof heeft vooral gevolgen voor werknemers in de zorg, bij de brandweer en bij de krijgsmacht. Als de Europese arbeidstijdenrichtlijn niet wordt aangepast, kost dat Nederland 450 miljoen euro per jaar extra aan personeelskosten.

Landen kunnen nu al afwijken van de richtlijn door een beroep te doen op de zogeheten 'opt out'-clausule. Die maakt het mogelijk om — na individuele toestemming van een werknemer — de gemiddelde maximale arbeidsduur van 48 uur per week niet toe te passen. Volgens het kabinet-Balkenende wordt hierdoor afbreuk gedaan aan de bescherming van werknemers. Nederland pleit dan ook voor een structurele oplossing, waarbij de Europese richtlijn zodanig wordt aangepast, dat lidstaten zelf kunnen beoordelen in welke mate 'wachttijd' geldt als arbeidstijd.

Als de Europese Commissie geen snelle structurele verandering van de richtlijn voorstelt, is een aanpassing van de nationale regelgeving voor aanwezigheidsdiensten noodzakelijk, zo schrijft het kabinet.