Hoe de omroep stagneert dankzij politieke steun

Alweer heeft een commissie een helder advies gegeven over de verdeeldheid binnen de publieke omroep en alweer wordt duidelijk dat politieke krachten de uitvoering van dat advies uit alle macht zullen belemmeren. Met name het regerende CDA gaat het meer om de eigen macht binnen wat er nog rest van de omroepzuilen dan om de service van de publieke omroep aan de belastingbetaler. Mediaspecialist Atsma wil juist de inspraak van de omroepleden versterken en misschien kan hij nog een christelijk tehuis met bejaarde kiezers bewegen tot een busreisje naar hun geliefde KRO of NCRV.

Ondertussen zinkt dankzij de versplintering het kijkers- en luisteraarsaandeel voor de Nederlandse publieke omroep ver beneden het Europese gemiddelde. Het kijkersbestand vergrijst en alleen duur aangekochte voetbalwedstrijden kunnen nog grote aantallen jongeren trekken. Volgens de visitatiecommissie-Rinnooy Kan ligt de dalende aantrekkingskracht van de publieke omroep aan de ingewikkelde wijze van programmeren. Daarbij plegen twintig zendgemachtigden over drie tv-zenders en vijf radiozenders handjeklap met acht coördinatoren die vallen onder een bestuur dat is benoemd door de voorzitters van de zendgemachtigden die zich weer gedragen als het eigenlijke bestuur.

De commissie formuleert het eufemistisch: ,,Het geheel is minder dan de som der delen.'' Aan hun eigen missie weten de publieke omroepen te voldoen, maar gezamenlijk presteren ze slecht. Elke avond presenteert de televisie een lappendeken van wat de omroepen toevallig aanleveren. Bij radio is de coördinatie iets krachtiger, maar er ontbreken belangrijke genres waarin een publieke omroep kan uitblinken.

Moeilijk te produceren onderdelen, zoals fictie, bij uitstek een publiek genre, krijgen op tv steeds minder ruimte. De omroepen erkennen ruiterlijk dat allochtonen en kijkers beneden de vijftig ondervertegenwoordigd zijn, maar zij voelen zich daar niet verantwoordelijk voor omdat zij een eigen missie hebben. De andere taken kunnen worden afgeschoven op de gezamenlijkheid, maar die is weer in handen van dezelfde omroepen. Het geheel leidt tot stagnatie. Programma's worden niet uitgezonden op de beste tijden om de doelgroep te bereiken. Als de coördinatoren voor publieke netten programma's missen, is er niemand die ze wil produceren.

Het advies van Rinnooy Kan is nog mild. De Raad van Toezicht die nu de Raad van Bestuur zo op de huid zit, moet voortaan uit de maatschappelijke geledingen komen in plaats van uit de omroepen zelf. De omroepen mogen zich dan beperken tot de Raad van Advies. De Raad van Bestuur moet een kwart van het omroepbudget gaan gebruiken voor versterking van de gemeenschappelijke programmering. Als deze noodmaatregelen niet binnen vijf jaar helpen, is er een zwaarder plan waarbij het bestuur zeker de helft van de omroepgelden in eigen hand houdt en de omroepen een meer onderdanige rol krijgen toebedeeld. De partij van Atsma zal proberen te verhinderen dat dat gebeurt.

Zelfs Rinnooy Kan kon niet om de politieke realiteit van de oude zuilen heen. De commissie voorzag zelfs een mogelijke wetswijziging voor allerlei nieuwe activiteiten van de omroepen. Misschien wordt het dansen rond de meiboom in ere hersteld, maar als omroepverenigingen zich op commercieel terrein willen begeven, moet er worden ingegrepen. De publieke omroep hoort ook niet zoveel reclame uit te zenden. Daar dient de overheid niet voor.

De zuilen bestaan nog dankzij het achterhaalde publieke monopolie op de omroepgidsen. De meeste Nederlanders kijken graag televisie maar zien niet welke afkorting het uitzendt. De ANWB, Greenpeace en Natuurmonumenten hebben miljoenen leden en verdienen dus ook een omroep zodat de programmeringsbesprekingen nog langer kunnen duren. Ook na dit advies blijkt weer dat de omroep na veertig jaar stilzitten de rest van de samenleving moet volgen door de zuilen op te heffen.