Het prijskaartje van je oude dag

Dromen over later is leuk, maar om je financieel voor te bereiden, moet je wel weten wat dat kost. Een financieel plan kan helderheid verschaffen, maar hoe maak je dat? Twee experts geven advies.

Eerder stoppen met werken, tien weken per jaar kriskras door Europa met de caravan, verhuizen naar een vrijstaand huis in een rustige uithoek van het land, je hobby uitbouwen tot een eigen bedrijfje. Wie droomt er niet af en toe van de mogelijkheden in het leven-na-het-werk?

De realiteit is echter vaak minder zoet dan het dromen er over. Vooral de financiële kanten ervan zijn niet altijd te overzien, zeker niet als je op je dertigste al begint te dagdromen. Toch begint de uitvoering van elke wens met een financieel plan, onderstrepen financieel deskundigen. Daarin zet je op een rijtje wat je huidige financiële situatie is, wat je wensen zijn, hoeveel geld je nodig hebt om ze uit te voeren en wat de risico's zijn.

Tanja Nagel, directeur van de Haagse vestiging van F. van Lanschot Bankiers, draait er niet om heen: ,,Voor een leek valt het niet mee om zelf een financieel plan te maken.'' Maar of je nu zelf aan het rekenen slaat of een financieel planner inschakelt, het is nuttig om eerst zelf je situatie in kaart te brengen, vindt Theo Hoogwout, directeur van het Instituut voor Financiële Planning aan de Erasmus Universiteit en docent fiscale economie. ,,Dan ben je een betere gesprekspartner voor een financiële planner.''

Wie zelf een financieel plan gaat opstellen, moet eerst duidelijk formuleren wat zijn of haar situatie is, legt Tanja Nagel uit. Hoe groot is je vermogen, hoeveel schuld heb je, wat is je inkomen, wat zijn je bezittingen (huis, spaarrekeningen, beleggingen), wat zijn de vaste lasten? De gegevens die je daarvoor nodig hebt, volgens Hoogwout: bruto- en nettoloon, belastingaangifte, verzekeringspremies, hypotheekrente en erfpachtsom. ,,Neem alleen de grote posten op en reken bijvoorbeeld 3.000 euro voor kleinere posten als de hond en abonnementen. Als je al die uitgaven aftrekt van je nettoloon, houd je je consumptief besteedbaar inkomen over.'' Wel moet je nog rekening houden met de belasting die je moet betalen over het eigenwoningforfait en het autokostenforfait. In feite bereken je het consumptief besteedbaar inkomen op basis van het fiscaal inkomen.

Vervolgens breng je in kaart wat je wilt en wanneer. Die wensen kunnen uiteenlopen van leuke dingen als een kind krijgen (waarbij vaak een deel van een inkomen tijdelijk wegvalt), een groter huis kopen (waardoor de maandlasten stijgen) en eerder stoppen met werken (op welke manier ga je daarvoor sparen?) tot een crisissituatie als je baan verliezen. Hoogwout: ,,Ook dan biedt een financieel plan inzicht. Stel, uit het plan blijkt dat je jaarlijks 26.000 euro te besteden hebt, maar er slechts 16.000 van gebruikt en de rest spaart. Als je dan werkloos wordt en nog maar 12.000 euro te besteden hebt, weet je dat je `maar' 4.000 euro hoeft te bezuinigen.''

Je wensen van een prijskaartje voorzien is niet eenvoudig, zeker niet als je over de lange termijn praat. Nagel: ,,Voor mensen die eerder willen stoppen met werken, is bijvoorbeeld de vraag of ze per se 70 procent van hun laatst verdiende inkomen als pensioen willen hebben of dat ze nú leuk willen leven.'' Hoogwout: ,,Het is moeilijk te zeggen hoeveel geld je nodig hebt als je niet meer werkt, maar globaal is dat wat je altijd hebt uitgegeven. Al varieert dat nogal: er zijn mensen die na hun vervroegde pensionering minder nodig hebben, maar ook mensen die juist veel gaan reizen.'' Een goede financiële planner haalt die wensen boven tafel. ,,Die zal ook duidelijk maken dat én een boot én drie vakanties per jaar niet haalbaar is, net zo min als een nieuw huis én een camper.''

Beide financieel specialisten tekenen aan dat een strakke planning voor de zeer lange termijn (dertig jaar of meer) niet erg zinvol is. ,,Een financieel plan is een momentopname'', zegt Hoogwout. ,,Als je op je 32ste gaat denken over je pensioen, wordt het natte vingerwerk. Er kan in de tussentijd zo veel veranderen.'' Toch is vooruit denken nuttig, vindt hij. ,,Als je 32 bent, een huurwoning hebt en je wilt stoppen met werken op je 60ste, dan moet je wel bedenken wat voor huis je wilt, hoe hoog je hypotheek wordt en hoeveel jaar je moet werken om die af te lossen. En wat je moet verdienen om in de circa 25 jaar na je 60ste te kunnen leven. En of je het geld daarvoor bijeen gaat brengen door sparen, beleggen, lijfrente of pensioenopbouw.''

Bij Van Lanschot houden we bij planning meestal een termijn van tien jaar aan, legt Nagel uit. ,,Dertig jaar is weinig zinvol, omdat je met zo veel variabelen te maken hebt (zoals koersfluctuaties en inflatie) dat een planning geen realistisch beeld oplevert. Tien jaar is beter te overzien. Daarna maak je een nieuw plan of pas je het bestaande plan aan.''

Leeftijd speelt een belangrijke rol bij financiële planning. ,,Op je 35ste kun je meer risico nemen dan op je 58ste'', legt Nagel uit. ,,Als je vermogen nog jaarlijks groeit en je hebt het geld voorlopig niet nodig, kun je voor wat meer risico kiezen, aandelen bijvoorbeeld. De lange termijn vormt de buffer om klappen op te vangen.'' Als je op je 58ste een flink vermogen hebt en over drie jaar wilt stoppen met werken, dan kun je je aandelenportefeuille beter ombouwen naar risicomijdender zaken als obligaties en sparen. Je perkt het risico van koersdaling in, omdat je het geld snel nodig hebt.''

Vergeet ook de risico's niet in kaart te brengen, zegt Hoogwout. ,,Ziekte, scheiding, tegenvallende rendementen, wat gebeurt er dan met je financiële plan? Dat moet dan meestal aangepast worden.'' Anticipeer op die risico's, is Hoogwouts advies. ,,Hang niet je hele ziel en zaligheid op aan een dubbel inkomen. Als je geen risico's wilt lopen, dek dan zoveel mogelijk risico's af door bijvoorbeeld huwelijkse voorwaarden (als je bang bent voor een scheiding), een besloten vennootschap (als je geen risico wilt lopen bij een faillissement van je bedrijf) of putcontracten (als je bang bent dat de koersen van je aandelen dalen).''

Financiële planning blijft een kwestie van risico's afwegen, volgens Hoogwout. ,,Je kunt wel risico's vermijden, maar de paradox is dat soms een financieel doel alleen haalbaar is als je risico's durft te nemen, zoals riskant beleggen of een lage variabele rente die kan stijgen.''

Ten slotte: een financieel plan is voor iedereen handig. Dat is niet afhankelijk van je inkomen, vermogen of levensstijl, vindt Nagel. ,,Het is zoiets als een testament. In principe maak je het voor een moment in de toekomst, maar waarschijnlijk verandert er in de tussentijd nog wel iets en pas je het regelmatig aan.''

Over twee weken begint op deze pagina een serie over financiële planning voor de oude dag.