Het leven in compacte vorm

Schaatstrainer Kosta Poltavets (42) ervaart het lopen van de marathon als een metafoor van het leven. De voormalige asielzoeker gaat zich morgen in Rotterdam fysiek pijnigen om geestelijk sterker te worden.

De dag dat Kosta Poltavets door sponsor DSB werd geïnformeerd over opheffing van de schaatsploeg besloot hij de marathon van Rotterdam te lopen. Uit symbolische overwegingen, omdat hij tweeënhalf jaar geleden bij zijn plotse aanstelling als trainer van onder anderen Jan Bos en Ids Postma de voorbereidingen op de marathon van Terschelling moest staken, zodat hij zijn zege van het jaar ervoor op het eiland niet kon verdedigen. In Rotterdam wil de voormalige asielzoeker morgen het onvoltooide voltooien. ,,Ik pak mijn ontwikkeling als individu weer op.''

Nee, nee, hij loopt `Rotterdam' niet uit protest tegen zijn ontslag bij DSB, een bedrijf van de Noord-Hollandse tycoon Dirk Scheringa. Die indruk zou onjuist zijn; Poltavets heeft sinds 1 april gewoon weer alle tijd voor zichzelf, terwijl hij wacht op de vorming van een nieuwe schaatsploeg rond Jan Bos. ,,Tweeënhalf jaar heb ik mezelf moeten geven aan schaatsers; ik stond in dienst van hen'', zegt Poltavets. ,,Maar hardlopen is iets persoonlijks, dat hoort bij mij. De marathon ervaar ik als een metafoor van het leven: je begint fris, loopt en loopt, wordt moe en rond de dertig kilometer stort je in om uiteindelijk met veel pijn de finish te halen. Dat is het leven in compacte vorm.''

Maar de marathon dient voor Poltavets meer persoonlijke doelen. Het is zijn manier om stress te verwerken en zijn kijk op het leven te verruimen. ,,Hoewel iedereen mij zag als een rustige schaatstrainer, was ik van binnen een vulkaan. Twee dagen na een wedstrijd reageerde mijn lichaam en kreeg ik steevast koorts. Behalve als ik een duurloop kon maken. In dat geval compenseerde ik de wedstrijdspanning met fysieke stress. Volgens de stresstheorie van de Canadese endocrinoloog Hans Seyle neutraliseren die twee componenten alle spanningen. Zo'n aanpak heb ik nodig.''

In de loop der jaren heeft Poltavets een zekere afhankelijkheid van de marathon ontwikkeld, omdat het bij hem ook een gevoel van voortschrijdend inzicht opwekt. De tot Nederlander genaturaliseerde Oekraïener: ,,Je gaat na een marathon anders denken. Je relativeert meer en wordt kritischer, zonder intolerant te worden. Dat heeft te maken met de endorfine die je lichaam tijdens een marathon aanmaakt. Ik word er ook creatief van. Heel interessant. Als schaatstrainer bedacht ik trainingsvormen die nooit eerder bij mij waren opgekomen. In de loop van de tijd verdwijnt dat gevoel weer. En dan moet je weer pijn lijden om het terug te krijgen. Want dat is de fysiologische en biochemische verklaring: je moet jezelf pijnigen om geestelijk sterker te worden. Endorfine activeert de hersenen. Ja, daar kunnen Nederlandse schaatsers nog wat van leren; die moeten hun pijngrens nóg verder verleggen. Daarmee is deels verklaard dat zij bij de WK langebaan in Hamar werden verslagen door de Amerikaan Chad Hedrick; die knokte tot hij erbij neerviel.''

De therapeutische waarde van de marathon in Rotterdam is voor Poltavets evident. ,,Het boek DSB is officieel gesloten, maar het houdt me toch voortdurend bezig. Ik ben al bij het CIW geweest voor een WW-uitkering en voor mijn sollicitatieplicht heb ik gereageerd op de functie van techisch coördinator shorttrack bij de schaatsbond. Maar om mezelf niet met vervelende gedachten te vernietigen, moet ik bezig blijven. Toen ik eind januari hoorde dat DSB als sponsor van de schaatsploeg zou stoppen, wist ik al dat ik ter compensatie een marathon moest lopen. Er restten nog twee maanden, net genoeg voor een verantwoorde voorbereiding. Maar het viel niet mee, want in die tijd was ik zelden thuis. Het schema was: één week Erfurt, één week Heerenveen, één week Erfurt, één week Hamar, één week Heerenveen, één week Collalbo, één week Inzell, één week Heerenveen, twee weken Seoul en uiteindelijk tien dagen Heerenveen. De reisdagen en jetlags meegerekend, was het een gemankeerde aanloop. In Seoul moest ik zelfs midden in de stad trainen, tussen het verkeer op een strookje asfalt van 1.200 meter; steeds maar heen en weer. Desondanks heb ik daar 160 kilometer gelopen.''

Het enige dat Poltavets met het lopen van een marathon wil bewijzen, is het bereiken van een gestelde eindtijd. Morgen is dat 2.40,00 uur, hoewel zijn persoonlijk record op 2.22,00 staat. Voor een hobbyist, zoals Poltavets zichzelf noemt, is zijn doel een scherpe tijd. Maar de schaatstrainer twijfelt niet aan de haalbaarheid. Een tikje hautain: ,,Ik voel vooraf altijd of iets wel of niet lukt. En ik weet zeker dat ik morgen onder de 2.40,00 ga lopen. Met schaatsen had ik dat ook; ik wist precies wie wanneer goed ging rijden. Dat was met Tom Prinsen toen hij zich bij een skate-off plaatste voor de WK allrounders in Hamar en dat gold ook voor Jan Bos toen hij bij de Nederlandse kampioenschappen sprint zijn deelname aan de WK sprint in Nagano verspeelde. Ik wist die dag dat het niets zou worden. Ik werkte dagelijks zo intensief met die jongens dat ik voor zeker 85 procent aanvoelde hoe ze er voor stonden en welke tijden haalbaar waren. Het probleem was altijd om een negatief gevoel niet aan de jongens te laten merken.''

Poltavets' stelligheid mag enigszins hoogmoedig overkomen, wie zijn geschiedenis aanhoort, beseft waar zijn vastberadenheid vandaan komt en begrijpt zijn motieven. Als joodse inwoner van het oostelijk van Kiev gelegen Charkov een industriestad met twee miljoen inwoners werd hij eind jaren tachtig, ten tijde van de democratisering onder partijleider Michail Gorbatsjov, geconfronteerd met een ontluiking van het sluimerende antisemitisme in de toenmalige Sovjet-Unie. De joden kregen in veel gevallen de schuld van de verslechterde economie. ,,Na de perestrojka van Gorbatsjov werden joodse sportclubs opgericht en verwachtten wij dat onze leefomstandigheden zouden verbeteren. Het tegendeel gebeurde. Jongens van onze club, en ook ikzelf, werden bij trainingen in het park geslagen met honkbalknuppels. Er is zelfs gepoogd de flat waar ik woonde in brand te steken. De agressie werd zo massaal en onze angst zo groot, dat ik me afvroeg wat ik nog in Charkov te zoeken had. Op een goed moment kende ik geen twijfel meer: ik moest weg; voor mij stond vast dat ik in de Oekraïne geen toekomst had. De familie is de enige band met de Oekraïne, want al mijn vrienden zijn over de wereld uitgezworven. Maar persoonlijk heb ik mijn periode in Charkov letterlijk en figuurlijk afgesloten.''

Poltavets en zijn vrouw vluchtten. Niet naar Israël, waar de meeste Russische joden hun heil zochten, maar naar Nederland. ,,Omdat mijn eerste buitenlandse reis naar Nederland was gegaan en ik er een goede indruk aan had overgehouden. Bovendien was het ten tijde van de Golfoorlog en vonden we het onveilig in Israël. We wilden rust en niet van het ene naar het andere gevaar gaan. Ik ben dan wel jood, maar leef niet volgens de joodse tradities. In ben opgegroeid volgens de communistische tradities van de Sovjet-Unie. Op de basisschool kreeg je een sterretje, op de middelbare school een rood doekje, waarna je de stap maakte naar de Comsomol, de communistische jeugdorganisatie en de voorkamer voor het lidmaatschap van de partij. Alles was uitgestippeld, of je nu jood, Oezbeek, Tsjetsjeen of Mongool was. Ik had nog geluk dat ik als schaatser een bevoorrechte positie innam, hoewel ik als jood weer niet naar buitenlandse wedstrijden werd uitgezonden. Wat ik ervan vind? Ach, ik heb afgeleerd naar het verleden te kijken. Met het communisme heb ik niks. De Russische cultuur met goede schrijvers en mooie poëzie was leerzaam, dat gooi je niet weg, maar de greep die de overheid op het volk had, was onacceptabel; tegen zo'n systeem zal ik me blijven verzetten.''

Uiteindelijk vonden Poltavets en zijn vrouw hun vrijheid in Nederland, hoewel een tweejarig verblijf in het asielzoekerscentrum in Geleen de prijs was die ze daarvoor moesten betalen. Een relatief lage prijs, omdat het gezin in Geleen werd in 1995 een dochter geboren in aanmerking kwam voor een versnelde procedure, waarbij Erica Terpstra als toenmalige staatssecretaris van Sport nog een rol heeft gespeeld. Poltavets' vrouw kon via een organisatie van de sportleidersopleiding CIOS in Heerenveen op scholen en bij het olympisch steunpunt aan de slag als trainster, waarna Kosta als schaatstrainer werk vond bij Projection, het schaatsinstituut van Henk Gemser. En zo begon met een verblijfsvergunning en een andere nationaliteit vanaf 25 juli 1996 voor hen een nieuw leven in Heerenveen.

Al waren de tegenslagen nog zo groot, Poltavets raakte er nimmer van in de war. ,,Ik overleef overal, een kwestie van aanpassen, dat heb ik wel geleerd.'' En hij verwijst dan naar zijn Geleense tijd, waar hij als asielzoeker geen Nederlands mocht leren, niet mocht werken, maar toch sociale contacten wilde leggen. ,,Dat viel niet mee in Limburg, waar ze ook nog dialect spraken. Maar tussen vier muren blijven wachten op een verblijfsvergunning wilde ik ook niet. Ik trainde met de nationale triatlonploeg, omdat ik na mijn periode als schaatser was overgestapt naar de triatlon. Aangezien ik geen geld had om een fiets en een wetsuit aan te schaffen, sloot ik me aan bij de loopgroep van de atletiekvereniging Ceasar in Beek, waar ik trouwens nog het clubrecord op de marathon bezit: 2.28,03.''

In die tijd liep Poltavets talrijke wedstrijden, om met het prijzengeld een centje bij te verdienen. ,,Van de wekelijkse 32 gulden zakgeld per persoon kon je weinig beginnen. Per wedstrijd scharrelde ik zo tussen 50 en 150 gulden bij elkaar. Kon ik weer loopschoenen aanschaffen en met mijn vrouw zo nu en dan Maastricht bezoeken om een kopje koffie te drinken.''

Als asielzoeker ontwikkelde Poltavets zich verder tot een geduchte loper, die inmiddels een twintigtal marathons op zijn naam heeft staan. De snelste liep hij overigens in zijn Russische tijd in Belgorod, maar zijn eerste was in 1989 in Moskou. Een ervaring waaraan hij slechte herinneringen bewaart. Poltavets: ,,Met een aantal collega's van de sportschool waar ik schaatstraining gaf, besloten we in een opwelling mee te doen aan de marathon in Moskou, die in dat jaar werd opengesteld voor buitenlanders; er liepen wel 10.000 Amerikanen en 5.000 Duitsers mee. Vrijwel onvoorbereid ik jogde drie keer per week met scholieren liep ik op slecht schoeisel een tijd van 3.20,00. Tussen de 35ste en 38ste kilometer heb ik letterlijk gewandeld, waarna ik me de laatste vier kilometer heb moeten dwingen om hard te lopen. De volgende dag waren mijn enkels drie keer zo dik en heb ik de dag in een Moskous metrostation doorgebracht; daar was het koel en uit te houden. Terwijl mijn vrienden de stad ingingen om te winkelen ze moesten wel kaas en chocolade voor me meenemen, want dat was in Charkov niet verkrijgbaar heb ik zeven uur in het station een boek zitten lezen. Destijds heb ik gezegd: dit was eens maar nooit meer. Maar daar ben ik op teruggekomen.''