Goed sociaal stelsel komt niet door één partij of richting

In haar column `Het Land van Ex' (NRC Handelsblad, 30 maart) meent Elsbeth Etty dat de Nederlandse verzorgingsstaat geen socialistisch, maar een democratisch project van wisselende coalities is geweest, dat dit van de arbeiders staatsburgers heeft gemaakt en dat de sociaal-democratie daaruit voortgekomen is. Ze schrijft eerst over coalities, maar meteen daarop verbindt ze sociale zekerheid en socialisme met elkaar.

Deze visie op het ontstaan van de sociale zekerheid wordt de laatste jaren wel vaker verkondigd, maar zij is in strijd met de feiten. Het Nederlandse sociale stelsel is tot stand gekomen doordat confessionele en socialistische politici elkaar na lang discussieren vonden en doordat de liberalen daar mee instemden. Het is goed om nog eens te vermelden dat de nu zo zeer gesmade WAO in 1965/66 zonder hoofdelijke stemming in beide Kamers van de Staten-Generaal werd aangenomen, met andere woorden iedereen was het er over eens dat zo'n wet er moest komen.

We hebben het verder aan de confessionelen te danken dat een groot deel van de sociale zekerheid uit verzekeringen bestaat die de vorm van een contract hebben. Tegenover de verplichting om premie te betalen, staan bepaalde, nauw omschreven rechten. Daar hebben we geen ethiek voor nodig. Wie betaald heeft, kan aanspraak maken op een uitkering. Als het aan de socialisten had gelegen, had de sociale zekerheid bestaan uit door de schatkist betaalde uitkeringen, maar dan waren de uitkeringen een zaak van het budget geworden. Met een minister als Zalm ziet het er dan niet best uit!

Het is niet slim van mevrouw Etty om dit stuk sociale politiek voor het socialisme te reserveren, want dan wordt `onze' sociale zekerheid een zaak van partijpolitiek, terwijl een goed sociaal stelsel in het belang van alle Nederlanders is en dus beter niet geannexeerd kan worden door een partij of richting.