Geen jacht, maar wel zeventien auto's

Hoe duur is autorijden? Tien automobilisten becijferen de kosten van hun mobiliteit. Vandaag collectioneur Hans Lensvelt, die onder meer vijf Ferrari's in zijn garage heeft staan.

Hans Lensvelt (44) fronst zijn wenkbrauwen. In zijn garage staan vijf Ferrari's: twee 250 GT's (een dichte en een cabrio), een 400 GT, een Daytona en een Maranello. Daarnaast bezit hij drie Range Rovers, twee Landrovers, een Mercedes 190, een Volkswagen Kever cabriolet uit 1974, een zes jaar oude Saab cabrio, een Alfa Romeo Giulia en een BMW 3-serie compact om mee te racen, een Renault Clio en een Lamborghini tractor voor de zware klussen in de tuin. In totaal zeventien voertuigen. Toch is de lijst niet compleet, vermoedt Lensvelt. ,,Ik weet bijna zeker dat ik een auto vergeet.''

Maar welke auto ziet de Brabantse meubelfabrikant dan over het hoofd? Zeker niet de twee Ferrari's die hij onlangs verkocht. Met een van de twee afgedankte Italiaanse sportauto's – een 308 – kreeg hij vorig jaar een lekke band. Hij parkeerde de auto in de voortuin van een van zijn vier huizen, haalde het kapotte wiel eraf en legde dat op de passagiersstoel. Door drukke werkzaamheden vergat hij de auto. Een dure vergissing, want toen hij na drie maanden het portier opende, stond het profiel van de lekke band onherstelbaar in het leer van de voorstoel gestempeld. Muizen hadden bovendien de andere voorstoel verpest. ,,Toen dacht ik, misschien heb ik wel te veel auto's. Zo ga je niet met zo'n mooie Ferrari om.''

Techniek heeft hem altijd gepassioneerd, vertelt Lensvelt. Als kind was hij gek op bromfietsen, later werden dat auto's. Hij weet nog goed hoe hij als negentienjarige stagiair in Italië voor het eerst een Ferrari zag. Een bolide met ronde achterlichten, zó betoverend mooi. ,,Ik reed destijds in een tweedehands Eend. Ik kon me niet voorstellen zelf ooit zo'n auto te bezitten.''

Maar nog voor z'n dertigste verjaardag kocht Lensvelt voor 80.000 gulden een drie jaar oude Mondial cabriolet. En nu bezit hij vijf Ferrari's, die in een speciale loods geparkeerd staan. Met uitzondering van zijn Daytona. Die rode coupé kreeg een prominente plek midden in zijn Bredase hoofdkantoor.

De verzamelaar rijdt in al zijn auto's. Maar het vaakst in zijn zwarte Ferrari Maranello. Een ,,superauto'' met een twaalfcilinder motor en Formule I-flippers aan het stuur om te schakelen. Niet een auto om onbeheerd achter te laten. Als hij naar een grote stad gaat of naar Schiphol, neemt hij daarom liever zijn Renault Clio diesel. Dat Franse autootje – nieuwprijs nog geen 20.000 euro – kan hij met een gerust hart parkeren. Een bijkomend voordeel van de ritten in de Clio is dat het rijden in een Ferrari nooit `gewoon' wordt. ,,Elke keer dat ik daarna achter het stuur van mijn Maranello kruip, geniet ik weer.''

Lensvelt heeft geen flauw idee hoeveel hij jaarlijks aan auto's uitgeeft. Voor zijn Ferrari Maranello betaalde hij twee jaar geleden 276.963 euro. De Daytona nam hij vijf jaar geleden voor 260.000 gulden over van de penningmeester van de Nederlandse Ferrari-club. Vaak wordt beweerd dat deze Italiaanse sportauto's zo'n goede investering zijn. Dat geldt beslist niet voor alle types, zegt Lensvelt. Op sommige Ferrari's heeft hij flink moeten afschrijven.

Voor het onderhoud van het wagenpark heeft de ondernemer een vaste monteur, Thijs. Al gaan de Ferrari's voor een grote beurt ook naar de garage. Dat resulteert in rekeningen van ,,tienduizenden'' euro's, heeft hij weleens gezien. Maar hoeveel precies? Lensvelt heeft geen idee – zijn secretaresse doet de administratie.

Wel herinnert hij zich één recente nota. Op het circuit van Francorchamps probeerde hij met zijn BMW de Eau Rouge, de meest uitdagende bocht uit de Formule I, plankgas te nemen. ,,Ik dacht tot het selecte gezelschap coureurs te horen dat dat kan.'' Deze overschatting van zijn rijkunsten eindigde met een garagerekening van 22.500 euro.

Zijn autoliefhebberij kost veel geld, Lensvelt is de eerste die het toegeeft. Maar hij werkt er ,,knoerthard'' voor en hij laat er veel voor na, benadrukt de ondernemer. ,,Ik speel geen golf, ik heb geen jacht en ik ga niet drie keer per jaar met vakantie. Die auto's zijn mijn enige grote uitspatting.''

Sommige van zijn Ferrari's zou hij met winst van de hand kunnen doen. Al drie keer is een bod uitgebracht op zijn Daytona. ,,Die auto zit heel erg in de lift.'' Hij piekert er niet over zijn klassieker te verkopen. ,,Ik ben slecht in afstand nemen. Ik vind het bovendien chic om een auto helemaal op te rijden.''

Dan rinkelt zijn mobiele telefoon. Zijn zoon Thomas van twaalf heeft op internet een oude, rechtsgestuurde Landrover ontdekt, die voor 1.500 euro te koop staat. Maar de familie heeft toch al een handvol terreinwagens? ,,Rond ons huis is een stuk land van twee hectare. Daar willen we het eerste polokampioenschap voor terreinauto's houden'', legt de ondernemer uit. ,,We komen nog een paar auto's te kort.''

Krijgt hij weleens vervelende opmerkingen over zijn passie voor auto's? Het is hem nog nooit overkomen. En als het eens zou gebeuren, wat dan nog, lacht Lensvelt. ,,Als mensen zeggen dat ik gek ben, beschouw ik dat als een compliment. Het is leuk om gek te zijn!''

Dit is de tiende aflevering van een serie over autokosten. Volgende week een slotbeschouwing.