...en voor levende Europeanen eigenlijk ook niet

Verhuizen binnen de Europese Unie levert veel meer hindernissen op dan volgens de filosofie van vrij verkeer van personen zou mogen. Wie in het ene land arbeidsongeschikt wordt verklaard, kan in het andere kerngezond zijn.

Bij emigratie droom je van Canada of Australië. Maar Michael Elsenbach had nooit gedacht dat hij vijftig kilometer verderop zou belanden. Toen hij 29 jaar was zei Elsenbach zijn geboortestad Krefeld in Duitsland vaarwel en vertrok hij naar Nederland. Verhuizen binnen de Europese Unie verliep beslist van een leien dakje, dacht de jonge Duitser optimistisch. En dan ging het ook nog om een buurland. ,,Daar heb ik me lelijk in vergist''.

Elsenbach – tenger, in het pak gestoken, trendy zwarte bril – stuitte op allerlei obstakels. Er kwam één grote papierwinkel op hem af. Tot zijn verrassing moest hij zich eerst melden bij de Vreemdelingendienst en kreeg hij slechts voor enkele weken een verblijfsvergunning. In Duitsland moest hij zich definitief afmelden én afstand doen van zijn recht op sociale voorzieningen. Bij het ziekenfonds in Venlo wilden ze hem niet inschrijven, omdat hij nog niet in Nederland was gevestigd. Maar in Duitsland was hij wel afgemeld. Hij moest terug naar zijn geboorteland om bij zijn Krankenkasse formulier E 106 op te halen. Maar de baliemedewerkster in Krefeld keek alsof ze het in Keulen hoorde donderen.

Inmiddels woont en werkt Elsenbach vijf jaar in Venlo, spreekt vloeiend Nederlands, is met een Nederlandse getrouwd en samen hebben ze twee kinderen. Toen hij onlangs bij het gemeentehuis in Venlo informeerde of hij Nederlander kon worden, zei de ambtenaar dat hij verplicht was een inburgeringscursus te volgen. Hij moest zijn Duitse paspoort definitief inleveren én voor dat alles ook nog 600 euro betalen. ,,Mijn klomp brak'', zegt Elsenbach. ,,Ik ben snel weer vertrokken. Een verandering van paspoort is me geen 600 euro waard. Zoveel Nederlander ben ik wel''.

De avontuurlijke Michael Elsenbach is in de Europese Unie een uitzondering. Het aantal Europeanen dat in een ander land werkt is klein. De grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit betreft slechts 5 procent van de Europese beroepsbevolking. Dat zijn grenspendelaars, werknemers die enkele jaren voor hun bedrijf worden uitgezonden en mensen zoals Elsenbach die hun geluk in een ander Europees land zoeken. In 2000 verhuisden slechts 225.000 Europeanen van het ene land naar een ander land in de Europese Unie, ofwel 0,1 procent van de totale EU-bevolking. In de Verenigde Staten verhuisde bijna 6 procent van de bevolking van het ene district naar het andere. Hoewel de mobiliteit in Europa beperkt is, bestaat toch het grootste deel van de arbeidsmigranten in Nederland uit Europeanen (72 tot 75 procent) – meest Britten en Duitsers.

Het geringe vrije verkeer van werknemers in de Europese Unie is niet verwonderlijk. ,,De weg voor de mobiele werknemer is bezaaid met hindernissen'', zegt vakbondsman Ger Esser. Hij is Euroconsulent bij de Federatie Nederlandse Vakverenigingen (FNV) en gaf deze week in Maastricht met een congres het startschot voor een FNV-campagne over arbeidsmobiliteit in Europa. De Europese markt voor kapitaal en goederen mag nagenoeg vrij zijn, het vrije verkeer van werknemers laat te wensen over.

De Franse filosoof Jean Jacques Rousseau merkte eens op dat hij tijdens een reis in Europa meer van wetgeving moest veranderen dan van paard. Dat is volgens Esser ook het lot van werknemers. Zodra ze de grens overtrekken, worden ze geconfronteerd met andere belastingregels, met een ander arbeidsrecht en met een verschillend sociaal zekerheidsstelsel. Met de uitbreiding op 1 mei (tien nieuwe leden), integreert Europa steeds verder, maar niets is zo nationaal georganiseerd als het arbeidsrecht en het socialezekerheidsstelsel.

,,Ondanks alle mooie frases over het sociale Europa, is er geen perspectief op harmonisatie van de heel verschillende nationale stelsels'', zegt Esser. Bij belastingen is het in de Europese Unie nog helder geregeld. Belasting moet worden betaald in het werkland, al wordt menig uitgezonden werknemer – per vergissing – dubbel belast. Dat kan tot ergernis en een tergend lange tocht door de spelonken van de verschillende belastinglabyrinten leiden.

,,De grootste problemen waar mobiele migranten tegenaan lopen hebben echter te maken met sociale zekerheid'', zegt Esser. Mobiele Europeanen kunnen hun opgebouwde pensioen kwijtraken, ze moeten dubbele premies betalen of krijgen een veel lagere kinderbijslag. Frankrijk kent niet eens kinderbijslag voor het eerste kind.

,,Voor werkende Europeanen blijken de meeste problemen op den duur oplosbaar'', zegt Esser. Maar wie in het nieuwe thuisland werkloos wordt, arbeidsongeschikt raakt of weduwe wordt, raakt snel tussen wal en schip. Esser: ,,Kan een grensarbeider die in verschillende EU-landen heeft gewerkt, niet meer werken, dan is het mogelijk dat de ene lidstaat hem 100 procent arbeidsongeschikt verklaart, terwijl een ander land hem kerngezond vindt.'' En in het geval van een in Duitsland samenwonend homopaar heeft bij overlijden van de in Nederland werkende partner de nabestaande aanspraak op een Nederlands nabestaandenpensioen. Maar in omgekeerde mobiliteitsrichting heeft de nabestaande geen recht op een Duits nabestaandenpensioen, zegt Esser.

Of neem de in Duitsland wonende grensarbeider die in Nederland werkt. Hij heeft recht op de Nederlandse hypotheekaftrek en de Duitse Eigenheimzulage. Maar de in Nederland wonende grensarbeider die in Duitsland werkt, ontvangt geen Eigenheimzulage en heeft géén fiscaal voordeel voor zijn huis in Nederland. Esser lepelt het ene na het andere voorbeeld op van sociale onrechtvaardigheid in Europa.

Voor Michael Elsenbach in Venlo kan de verhuizing naar Nederland nog een meevaller opleveren. Op een pensioen uit Duitsland, waar hij tien jaar een flinke premie betaalde aan het bedrijfsfonds, hoeft hij niet te rekenen. De pensioenkassen zijn er leeg. ,,Nederland heeft de pensioenen solider gefinancierd. Met de AOW ben ik beter af, al mis ik tien jaar'', lacht hij.

van paspoort