`Een falend systeem moet je op de schop durven nemen'

René Verhulst probeert als onderwijswethouder in Utrecht de witte vlucht te keren. `Helemaal dichttimmeren kan ik de stad niet.'

In een paar foto's die wethouder René Verhulst laatst zag, tekende zich het drama af. In het midden van de jaren zeventig zat de vrouw van de onderwijswethouder op een basisschool in de Utrechtse wijk Kanaleneiland, toen nog een bloeiende arbeiderswijk. Grote klassen met alleen maar Nederlandse kinderen. Op de foto uit 1980 is opeens het eerste allochtone kind te zien, vijf jaar later is het een klein clubje geworden. Dan gaat het snel. Vanaf 1990 is de school, net als de meeste andere basisscholen in Kanaleneiland, volledig `zwart'.

In de wijk Kanaleneiland is te zien wat er gebeurt als de segregatie doorzet. Sinds dit schooljaar is het Niels Stensen College in de wijk dicht. Autochtone ouders willen hun kinderen niet langer in de wijk op school hebben, maar sturen ze naar randgemeenten als De Bilt, Houten en Nieuwegein. De school was niet langer levensvatbaar. Zo verging het ook het Thorbecke Lyceum in de wijk Overvecht.

Aan René Verhulst, sinds 2001 wethouder namens het CDA, de lastige taak deze trend te keren. Het onderwijs in Utrecht, zegt Verhulst in zijn kamer op het Utrechtse stadhuis, segregeert sneller dan je op grond van de bevolkingsstatistieken zou verwachten. ``Wel moeten we onderscheid maken tussen basisscholen en middelbare scholen. Basisscholen zijn over het algemeen nog wel een redelijke afspiegeling van de wijk waarin ze staan. In het voortgezet onderwijs ligt dat anders. Daar zie je dat gemengde scholen steeds minder vaak voorkomen. Een school is zwart of wit, niet grijs.''

Waar ligt dat aan?

``Een belangrijke rol spelen de autochtone ouders. Zij kiezen niet in de eerste plaats op basis van het gebouw of de kwaliteit van onderwijs, maar oordelen op basis van het imago en de sfeer. Als zij op een open dag te veel Turkse of Marokkaanse leerlingen zien, dan zijn er al veel weg. We houden nauwkeurig bij hoeveel scholieren wegtrekken naar de randgemeenten; dat is nu al 20 procent. Overigens is deze witte vlucht niet typisch voor Utrecht, je ziet het in steden in heel Europa gebeuren.''

Dankzij de door uw partij gekoesterde vrijheid van onderwijs mogen bijzondere scholen kinderen weigeren. Versterkt dat de segregatie in uw stad ook niet?

``Ik denk dat bot weigeren van leerlingen aan de poort niet zo vaak voorkomt. We zijn dat nu aan het uitzoeken. Mogelijk werpen sommige scholen wel verborgen drempels op, zoals een hogere vrijwillige ouderbijdrage of een verplichte vroege aanmelding. Allochtone ouders kiezen doorgaans relatief laat voor een school.''

Bijzondere scholen mogen nog meer: hoofddoekjes verbieden bijvoorbeeld, terwijl openbare scholen dat niet mogen.

``Ja, volgens de richtlijn van minister Van der Hoeven mag een bijzondere school die dat expliciet uitdraagt, hoofddoekjes verbieden. Ik vind dat merkwaardig, waarom mogen niet alle scholen eisen stellen? Toen artikel 23 werd geformuleerd, had nog niemand van hoofddoekjes gehoord. En als kleding tot problemen leidt, moet een school daarop kunnen reageren. Op mijn middelbare school, in het Zeeuwse Goes, was het een tijdje mode om in boerenklompen op school te komen, met dikke sokken aan. De conciërge verbood dat, omdat het hem deed denken aan tijden van armoede. Maar goed, ik pleit voor het invoeren van het schooluniform of een schooltenue, dan zijn we naast andere voordelen meteen van alle gezeur over hoofddoekjes in de klas af.''

Dat pleidooi heeft vooral veel gegrinnik opgeleverd.

``Niet alleen. Uit peilingen onder scholieren blijkt 40 procent het best een aardig idee te vinden om voortaan in een herkenbaar tenue op school te komen. De etnische tegenstellingen in de klas beginnen in de brugklas. Voor die tijd zijn er bijna geen problemen. Ik wil dat de trots op de school weer terugkeert, het gevoel bij één club te horen. Kijk eens naar Engeland, België, Italië, Zuid-Amerika of de Verenigde Staten, het grootste deel van de wereld werkt ermee. Waarom zou dat hier dan niet kunnen?''

Daar bestaat een lange traditie met schooltenues, is het tegenargument van onderwijsorganisaties. Die traditie kennen wij hier niet.

``Maar wij hebben voortdurend gedoe rondom kleding, niet alleen met hoofddoekjes. Daarom wil ik nu de scholen langs om de discussie op gang te brengen.''

En wat doet u om op korte termijn de witte vlucht te keren?

``Ik kan als wethouder twee dingen doen. Zorgen dat de kwaliteit van scholen in de binnenstad goed is en afspraken maken met de randgemeenten. Met beide zijn we hard bezig. We krijgen scholen in de binnenstad met een nieuw onderwijsconcept, zoals de cultuurschool Amadeus en de school UniC, de opvolger van het Niels Stensen College. Die school gaat niet met vakken, maar met brede leerdomeinen werken. In Utrecht-West komt een middelbare school die ook gaat vernieuwen. Dat spreekt hopelijk meer autochtone ouders aan. Daarnaast hebben we met de randgemeenten afgesproken de verdeling van allochtone en autochtone leerlingen weer evenwichtig te maken.''

Kunt u dat wel doen? Spreiding van leerlingen kan wettelijk immers alleen op basis van vrijwilligheid.

``Dwingende afspraken maken daarover kan inderdaad niet. Ik moet realistisch zijn, helemaal dichttimmeren kan en wil ik de stad niet. Maar de buurgemeenten zien ook wel dat de witte vlucht zich uiteindelijk ook tegen hen keert. Kijk maar weer over de grens: autochtone ouders verlaten in de grote steden nu ook al de buursteden. Dat moeten we keren.''

De segregatie verschilt per schooltype. Vmbo-scholen in Utrecht bestaan grotendeels uit allochtone leerlingen, terwijl de gymnasia wit blijven.

``Ik heb het al bij minister Van der Hoeven aangekaart: ik wil af van het vmbo. Het samengaan van mavo en voorbereidend beroepsonderwijs heeft de problemen in het onderwijs hier vergroot. Die verdeling in sectoren als techniek, zorg en welzijn en economie is funest: bijna geen allochtone leerling kiest voor de sector zorg of techniek, ze willen allemaal handel, economie en administratie. Er is door het keuzegedrag een enorm tekort aan technisch geschoolde jongeren in de regio.''

Wat moet er dan gebeuren? Het vmbo afschaffen?

``Vind ik wel, ja. We moeten zo snel mogelijk terug naar aparte mavo-, huishoud- en ambachtsscholen. We hebben in Utrecht nog maar één categoriale mavo, alles is opgegaan in het conglomeraat dat vmbo heet. Bijna 90 procent van alle leerlingen in de theoretische leerweg (het voormalige mavo, red.) kiest voor een economische of handelsopleiding in het mbo. Van die groep valt hier 30 procent voortijdig uit. Er is dus helemaal geen betere aansluiting op het mbo, wat de bedoeling was. Ze verzuipen in het mbo. En de route naar het havo is bewust afgeknepen, wat weer heel slecht is voor de vele allochtone leerlingen die door een kleine taalachterstand op hun twaalfde het havo net niet redden.''

Afschaffen zou weer een structuurwijziging zijn. Scholen zeggen: laat ons met rust.

``Ja, de minister vindt ook dat scholen gek worden van wéér een ander stelsel. Maar de samenleving én de overheid verwachten van scholen steeds meer: ze moeten probleemjongeren begeleiden, de opvoedende taak van ouders overnemen. Daar moet een optimaal stelsel tegenover staan. Als dat er niet is, dan moeten we een falend systeem op de schop durven nemen. De rol van de school verandert sterk. Ouders willen of kunnen lang niet altijd meer de taak van opvoeder op zich nemen en leggen de problemen bij de school neer. Daarbij moeten scholen omgaan met een veranderde leerlingenpopulatie: steeds meer leerlingen hebben een taalachterstand of hebben extra zorg nodig. Daarom vind ik het ook onbegrijpelijk dat Van der Hoeven honderd miljoen euro wil bezuinigen op het bestrijden van onderwijsachterstanden.''

De minister zegt: gemeenten moeten zelf het voortouw nemen om die achterstanden tegen te gaan.

``Dat hoor ik vaker. `Lost u de problemen maar even op. En maakt u de zwarte scholen maar weer wit.' Maar zo werkt het niet. Ik ben Ti Ta Tovenaar niet.''

Dit is het eerste deel in een serie interviews met onderwijswethouders