Dwars door een tafel naar Ingrid Bergman

Cameraman Jack Cardiff, bijna 90, is een wandelende catalogus van de mooiste filmbeelden uit de geschiedenis. Het Filmhuis Den Haag vertoont een retrospectief van zijn werk.

,,Wie?'' Sylvester Stallone, toch? ,,Wat?'' First Blood II, de Rambo-film? Nee, Jack Cardiff kan zich even helemaal niet herinneren dat hij die film gedraaid heeft. Terwijl, wat is het nou helemaal geleden? Twintig jaar? Op de bijna negentig die hij er op heeft zitten.

Als het niet zo oneerbiedig klonk zou je de Britse cameraman Jack Cardiff een wormhole in de filmgeschiedenis kunnen noemen. De man in het tweedjasje, die nu bedaard zit te vertellen in zijn stoel in de foyer van het Haagse hotel Des Indes, heeft vanaf de jaren dertig films gemaakt. Hij heeft gedraaid voor Alfred Hitchcock, Mike Powell, King Vidor en Richard Fleischer. Hij heeft Marlene Dietrich, Marilyn Monroe en Arnold Schwarzenegger voor de camera gehad en, heus, ook Sylvester Stallone. Nu begint het hem te dagen, ook al doordat zijn vrouw Nicki de herinneringen aanblaast. Ja, Rambo. Jungle-opnamen in Mexico. Verschrikkelijk heet. ,,Ik moest vijf keer per dag een ander overhemd aantrekken'', zegt hij. ,,Je liet op het laatst al om vier uur je eerste Bloody Mary komen'', zegt zij. ,,En de regisseur stak de ene na de andere sigaret op, die was doodsbenauwd voor Stallone'', zegt hij. Maar dan komt zijn vrouw tussenbeide. Geen nare verhalen over collega's.

Het Filmhuis Den Haag wijdt een retrospectief aan zijn werk en terwijl zijn vrouw ervoor waakt dat hij zichzelf niet te zeer vermoeit, vertelt de Master of Colour over zijn leven als filmmaker en beeldenuitvinder. De meeste verhalen komen uit de jaren veertig, vijftig en zestig - precies het tijdvak dat zijn retrospectief beslaat. Hij vertelt van de regisseur die Ava Gardner zo mooi vond dat hij steeds nieuwe close-ups van haar filmde en dan zuchtend `cut' zei. En van de actrice die zich zorgen maakte over de wallen onder haar ogen en met een zakspiegeltje keek hoe de lampen hingen - ,,te hoog, Jack'' - en hoe hij ten slotte de lampen 's ochtends eerst een meter te hoog ophing, om haar het idee te geven dat ze haar zin kreeg.

Het geheugen van Jack Cardiff is een catalogus van zijn mooiste beelden. De ontmoeting met Mike Powell, de Engelse regisseur die hem als cameraman zijn eerste kans gaf, is zo'n filmshot. Cardiff werkte op de set van Powells The Life and Death of Colonel Blimp (1943) als tweede cameraman. ,,Dat hield in dat ik, als al het serieuze werk was gedaan, nog opnamen moest maken van een asbak waarin een sigaret werd uitgedrukt. Maar één shot was wel boeiend. De camera moest langs een muur dwalen met alle jachttrofeeën van de kolonel. Heel moeilijk uit te lichten, al die geweien en slagtanden sloegen valse schaduwen op de wand. Maar het was me gelukt dat mooi te doen en toen hoorde ik ineens een stem achter me: `Very interesting'. Dat was Mike Powell en hij vroeg me of ik zijn volgende film wilde draaien.''

De samenwerking met Powell en Emeric Pressburger is, zegt Cardiff, de mooiste tijd uit zijn carrière. Ze maakten tussen 1946 en 1948 A Matter of Life and Death, Black Narcissus en The Red Shoes, drie briljant en revolutionair gefotografeerde films, waarin Cardiff ten volle zijn opleiding bij filmbedrijf Technicolor in praktijk kon brengen.

Technicolor was vaak bezorgd over de experimenteerlust van hun leerling. ,,Ze kregen vaak het verwijt dat hun kleuren niet realistisch waren. Het publiek was zwart-wit gewend en kreeg ineens die volle kleuren te zien.'' Technicolor hield krampachtig vast aan het realiteitsgehalte van de beelden en er werd gekermd toen Powell en Cardiff voor Black Narcissus opnamen gingen maken met een mist-filter. ,,Die vonden ze te onscherp.''

Powell beschermde zijn cameraman steeds. ,,Mike stond altijd open voor mijn suggesties'', zegt Cardiff. ,,In tegenstelling tot een conservatieve regisseur als King Vidor, met wie ik War and Peace draaide, of Alfred Hitchcock, die zijn films zo gedetailleerd voorbereidde dat je alleen mocht uitvoeren wat hij had bedacht.'' Zo werd Under Capricorn (1949) een zware produktie. Moeilijkste shot: een camerabeweging over een volle tafel van vijf meter tot aan het gezicht van Ingrid Bergman.

,,De tafel was in delen gezaagd, alle voorwerpen waren erop vastgelijmd en als de camera langskwam moesten de acteurs zich met hun deel van de tafel achterover laten vallen om ruimte voor ons te maken. Overal lagen matrassen om ze op te vangen.''

Cardiff heeft tot in de jaren negentig gedraaid, maar een filmproductie houdt hij nu niet meer vol. Hij heeft wel vorig jaar in Hollywood nog een sequentie gedraaid. Met digitale camera. Hij mocht ook de montage doen. ,,Fascinerend. Grote panelen, knoppen. Als iemand zegt: jammer dat die acteur daar rechts in beeld staat, drukt de cutter op een paar knoppen en staat-ie links!''

Hij had zo weer opnieuw willen beginnen. ,,O ja, het zal allemaal alleen maar mooier worden.''

De films van Jack Cardiff zijn t/m 13 april te zien in het Filmhuis Den Haag.