Duitse deugden botsen met Amerikaanse methoden

Duitslands topmanagers saboteren de hervorming van het bedrijfsleven en benadelen de beleggers. Ze lappen de kersverse Kodex, hun zelfgemaakte regelgeving, aan hun laars, concludeert het Duitse maandblad Management Magazin. De essentie van het probleem is volgens het blad dat het toezicht op het topmanagement faalt. En dat is niet alleen het geval bij Daimler/Chrysler waar topman Jürgen Schrempp ,,een imperium bij elkaar kocht dat reusachtige verliezen leed, terwijl de raad van commissarissen hem desondanks in 2002 een inkomen van 11 miljoen euro gunde'', maar ook bij de meeste andere grote beursgenoteerde ondernemingen. Het blad laat zien hoe de bestuursvoorzitters en commissarissen elkaar de bal toespelen. Het artikel is gebaseerd op enquêtes die het bureau Enmid en managementadviesbureau Deloitte in opdracht van het blad uitvoerden onder beleggers in Duitse ondernemingen.

Het is ook geen wonder dat het toezicht op het topmanagement faalt, meent het blad, want een op de twee beursgenoteerde ondernemingen in Duitsland benoemt de bestuursvoorzitter bij zijn aftreden ,,half automatisch'' tot voorzitter van de raad van commissarissen. Een tweede aspect van dit probleem is dat juist de grootste ondernemingen het meest geneigd zijn commissarissen te benoemen die deel uitmaken het netwerk van Deutschland AG: ,,In een wijde cirkel rond de dertig grootste beursgenoteerde ondernemingen treft men steeds dezelfde baantjesverzamelaars''.

In het Duitse bedrijfsleven botsen momenteel twee culturen, die van het Rijnland-kapitalisme en die van het Amerikaans-Britse kapitalisme, schrijft het Britse weekblad The Economist naar aanleiding van het Mannesmann-proces. In dit proces staan zes voormalige topmanagers van Mannesmann terecht, inclusief Joseph Ackermann, topmanager van de Deutsche Bank. Ze worden beschuldigd van schending van vertrouwen, omdat ze bonussen uitbetaald kregen ter waarde van in totaal 180 miljoen euro na de overname van Mannesmann door Vodafone in 2000. Het blad stelt vast dat topmanagers in Duitsland die onderpresteren, veel gemakkelijker en langer aan de top blijven dan in Engeland of Amerika denkbaar is. Mocht het niet tot een veroordeling komen, dan betekent dat een opsteker voor de voorstanders van het Amerikaans-Britse kapitalisme. Dat neemt niet weg dat de gang van zaken bij de overname van Mannesmann ,,on-Duits slordig'' was, meent het blad. Het bedrijfsleven zou er goed aan doen om Amerikaanse methoden te verzoenen met traditionele Duitse deugden.

Een van die deugden was hard werken met als resultaat het Wirtschaftswunder dat vijftig jaar geleden tot stand kwam. Maar het Duitse weekblad Die Zeit betwijfelt of hard werken ook nu de goede remedie is. Het blad schrijft dat op de voorpagina naar aanleiding van het voorstel van CDU-voorzitter Angela Merkel om de werkweek met twee uur te verlengen tot 42 uur. Het blad wijst er op dat veel bedrijven, bijvoorbeeld Deutsche Telekom en Opel, het hoofd boven water houden door de werktijd te verkorten. En in Oost-Duitsland zijn weliswaar de arbeidstijden langer en de lonen lager dan in het westen, maar het is ook waar dat een op de vijf mensen er werkloos is. Nee, meer uren maken heeft alleen zin voor bedrijven die het goed gaat.

Beslissend is vervolgens dat deze de winst omzetten in investeringen en nieuwe banen, maar dan wel in Duitsland. En daar wringt de schoen, want dat gebeurt niet of onvoldoende. Het blad heeft er overigens wel begrip voor dat nieuwe bedrijven zich liever in Bratislava vestigen dan in Bochum. Daarom wordt het hoog tijd de sociale voorzieningen te hervormen, het belastingsysteem te vereenvoudigen en het onderwijs te verbeteren. Dat is volgens het blad het recept voor een nieuw Wirtschaftswunder.

Of zulke verbeteringen het tij kunnen keren is maar de vraag. De Amerikaanse bedrijven in de sector informatietechnologie beantwoorden hem in ieder geval ontkennend. Het Amerikaanse tweewekelijkse zakenblad Forbes beschrijft hoe ze de laatste jaren en masse hun activiteiten overhevelen naar India. De Amerikaanse sector dienstverlening heeft sinds 2001 al 400.000 banen verloren aan landen als India. Maar liefst 14 miljoen Amerikaanse banen komen in aanmerking voor uitbesteden naar landen waar de lonen lager zijn. Het blad ontleent de cijfers aan onderzoek van de Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs. Het artikel vormt de inleiding op de jaarlijkse ranglijst van de grootste bedrijven van de wereld, gerekend naar omzet, winst en marktwaarde. Nummer één is Citigroup, gevolgd door General Electric, American International Group, ExxonMobil, BP, en Bank of America. Op nummer twaalf staat ING Group, Koninklijke-Shell staat genoteerd op de dertiende plaats.

Dat lijstje lijkt verbazend veel op dat van een eeuw geleden, schrijft de historicus Niall Ferguson op uitnodiging van het blad. Evenals een eeuw geleden telt Amerika de meeste grote ondernemingen, en evenals een eeuw geleden loopt Europa daar niet ver op achter. En honderd jaar geleden was de positie van Azië in de wereld van de grote ondernemingen al net zo bescheiden als nu. De auteur concludeert dat ,,de globalisering van 1904 niet zoveel verschilt met die van 2004''.

Evenals in de dagen van de toenmalige bankier en topmanager J.P. Morgan geven de grote banken en oliemaatschappijen de toon aan.