Droom: hotel in stadspaleisje Marrakech

Marrakech is een `hot spot' voor de internationale jetset. Renate van der Zee ontmoet er een Nederlands echtpaar dat pas in een oud stadspaleisje een guesthouse begon.

Een stadspaleisje in de medina van Marrakech is al een tijd lang een geliefd hebbeding bij de internationale jetset. Maar aan Nederland is die trend voorbijgegaan. Natuurlijk, de stylist Frans Ankoné heeft zijn sprookjes-riad (traditioneel Marokkaanse huis) in Marrakech. En de kunsthistoricus Bert Flint resideert er al sinds mensenheugenis in zijn zonderlinge museum. Maar dan hebben we het wel zo'n beetje gehad.

En dat terwijl Marrakech elders als een absolute hot spot geldt. Sting en Puff Daddy vierden er hun verjaardag, Jean-Paul Gaultier heeft er een fijn optrekje, Yves-Saint Laurent bezit er een heel tuinencomplex en filosoof Bernard-Henri Lévy en zijn vrouw Arielle Dombasle bewonen er een achttiende-eeuws paleis dat ze van Alain Delon hebben overgenomen. Je telt als Hollywood-ster echt niet mee als je nooit in het luxueuze Mamounia Hotel hebt geslapen, het hotel waar Charlie Chaplin en Josephine Baker logeerden en waar Alfred Hitchcock bij het openen van een raam zo schrok van de opfladderende duiven dat hij meteen op een ijzersterk idee voor een film kwam. Allemaal aan Nederland voorbijgegaan.

Maar er is hoop. Sinds kort is de povere Nederlandse gemeenschap in Marrakech aangevuld met twee verse rekruten: het echtpaar Marijke Stroosnijder (43) en Cees van den Berg (47). Zij hebben een comfortabel leven als personeelsadviseur en financieel directeur opgegeven om een guesthouse te beginnen midden in de medina. Gezeten op een zonovergoten dakterras waar de bougainville al bloeit, met uitzicht op de besneeuwde toppen van het Atlasgebergte, vertellen ze hun verhaal.

,,We hebben altijd veel gereisd, vooral in Afrika'', zegt Marijke Stroosnijder. ,,Altijd als we op een mooie plek zaten, fantaseerden we erover hoe het zou zijn om daar een guesthouse te beginnen. Maar als we thuis kwamen, verzonnen we weer allerlei redenen om het niet te doen.''

GUESTHOUSE

,,Ik heb zes jaar in Londen gewerkt en werd gek van het heen en weer gevlieg tussen Engeland en Nederland'', zegt Cees van den Berg. ,,Ik wilde iets anders, maar wat? Ik heb al die tijd gedacht dat ik niets anders kon''.

Totdat Van den Berg in april vorig jaar voor zaken naar Marrakech moest en overnachtte in een prachtige riad. ,,Toen wist ik wat ik wilde''. Zodoende kochten zijn vrouw en hij in een half jaar tijd een door twee Fransen opgeknapte riad en begonnen ze afgelopen januari een nieuw leven als hoteliers. Hun guesthouse, genaamd Riad Azzar, ligt midden in de medina, vlak bij de Rue Dabachi, een smalle, levendige straat waar knetterende brommers langs soepstalletjes razen en gesluierde vrouwen zich naar de souks spoeden. Of naar de Jamaâ-el-Fna, het plein waar de sultans vroeger ter dood veroordeelden lieten onthoofden maar dat tegenwoordig wordt bevolkt door slangenbezweerders, waarzeggers en verhalenvertellers. Je waant je er in een exotisch sprookje.

WILDE TIJDEN

Dat exotische sprookje heeft al decennia lang een heel scala aan hippies, kunstenaars en miljonairs naar Marrakech getrokken. John Paul Getty betrok er in de jaren zestig een paleis waar hij zich voornamelijk toelegde op het roken van kif. De Stones gingen er aan de rol en Brian Jones kreeg er slaande ruzie met zijn vriendin omdat ze met Keith Richards had geslapen. Crosby, Stills, Nash & Young zongen erover in `Marrakech Express'.

Die wilde tijden zijn voorbij. De Europeanen die tegenwoordig hun intrek nemen in de medina zijn gefortuneerde lieden met een hang naar exotiek of ondernemende types, gelokt door het gerucht dat je er voor een krats als een prins kunt leven. Tot begin jaren negentig was dat ook zo. Veel riads stonden leeg omdat de bourgeoisie van Marrakech was weggetrokken naar comfortabeler villa's in de buitenwijken. Voor de prijs van een middenklasse auto had je een paleis.

Inmiddels zijn de huizenprijzen verdriedubbeld. Bovendien moeten de nieuwe eigenaren veel vertimmeren aan zo'n oeroude riad – het gebeurt regelmatig dat deze huizen tijdens de verbouwing instorten. Het verhuren van kamers aan toeristen is zodoende een broodnodige bijverdienste geworden voor veel riadbezitters. In de binnenstad wemelt het van de chambres d'hôtes.

De riad van Marijke Stroosnijder en Cees van den Berg is een goed voorbeeld van zo'n guesthouse: een mooi opgeknapt traditioneel Marokkaans huis, met het bekende tegel- en pleisterwerk. Een oase van rust, ondanks die knetterende brommertjes. Op het dakterras hoor je alleen vogels zingen en af en toe een oproep tot gebed.

,,Het is een hele stap geweest'', zegt Stroosnijder terwijl ze thee en Marokkaanse patisserie serveert. ,,We hadden een heerlijk huis in Soest en ik had het naar mijn zin op mijn werk. Maar ik wilde toch het risico niet lopen dat ik over een paar jaar zou zeggen: had ik het maar gedaan. Deze stad gaf ons een goed gevoel. De mensen zijn behulpzaam en hartelijk. En ja, de dingen gaan hier af en toe wat anders dan je denkt. Maar dat neem je op de koop toe.''

Ze lacht hartelijk als ze denkt aan de verbouwing van hun huis, waarbij de muren eerst werden geschilderd en vervolgens gaten werden gehakt voor de stopcontacten. Zes kamers werden in de goede kleur geverfd, de zevende zuurstokroze omdat de schilder niet meer wist welke kleur ze had uitgekozen.

,,Je bent hier heel veel tijd kwijt aan simpele dingen'', zegt Cees van den Berg. ,,Als je iemand moet betalen, ga je naar hem toe. De bureaucratie is gek op stempels. Ik heb soms een kort lontje, maar dat leer je hier wel af''.

Riad Azzar is regelmatig volgeboekt. De voornamelijk Noord-Europese gasten worden verwend: er staan verse bloemen en zelfgebakken koekjes op de kamer, er is een hammam, er komen een masseuse, kapster en pedicure aan huis. Stroosnijder: ,,We willen dat ze een onvergetelijke tijd hebben''.

De nachtwaker heeft het overigens ook prima naar de zin. Stroosnijder zal niet snel het ongeloof in de ogen van de nachtwaker vergeten, toen ze een bed voor hem had gekocht. ,,Hij was gewend op het dak te slapen. Het plastic heeft hij niet van het matras gehaald, dat vond hij zonde''.

www.riadazzar.com