CDA en VVD botsen over omroepadvies

De coalitiepartners CDA en VVD staan lijnrecht tegenover elkaar ten aanzien van de toekomst van de publieke omroep. Het VVD wil snel een nieuw omroepbestel.

Dat blijkt uit hun reactie op het gisteren verschenen rapport van de commissie Rinnooy Kan over de omroep. Het CDA keurt, bij monde van mediawoordvoerder Atsma, de in dit rapport bepleite versterking van de centrale sturing ten koste van de invloed van de omroepverenigingen, ten stelligste af. De VVD daarentegen, bij monde van mediawoordvoerder Örgü, noemt de voorstellen van de commissie ,,vrijblijvend en ontoereikend'' en vindt dat het nu tijd wordt een nieuw omroepbestel te ontwerpen. In het rapport wordt ervan uitgegaan dat het huidige bestel nog vijf jaar blijft doorfunctioneren.

Atsma (CDA) meent dat de pluriformiteit van de omroep volgens de ideeën van het rapport ,,in feite wordt afgebouwd''. Hij meent dat de ledencontrole en ledenorganisatie van de omroepen juist moet worden versterkt. Wat het CDA betreft zouden de raad van bestuur van de NOS, en andere centrale organen, eerder minder controle op de programmering moeten hebben dan nu.

Örgü (VVD) vindt daarentegen dat nu aan de uitwerking van een stelselwijziging moet worden begonnen, en niet alleen in het geval dat de huidige structuur niet aan zijn taken zou voldoen, zoals de commissie oppert. Volgens Örgü heeft de commissie een unieke kans laten liggen om iets te doen aan de ,,inefficiënte versnippering'' van de publieke omroep, die ,,een van de laatste bolwerken van verzuiling'' is.

De meeste omroepen kunnen zich vinden in het rapport. Ze zijn het eens met de commissie dat de programmering van de zenders efficiënter kan. ,,Die diagnose klopt'', zegt VARA-voorzitter Vera Keur. Haar VPRO-collega Peter van Lieshout spreekt van ,,een knappe analyse''. Ad 's Gravesande, programmadirecteur van de AVRO, vindt dat het rapport ,,mild'' oordeelt over zijn omroep. De drie zijn het eens met de aanbeveling om de omroepvoorzitters in de raad van toezicht te vervangen door onafhankelijke leden. De omroepvoorzitters zouden dan zitting nemen in een adviescommissie.

De TROS is als een van de weinige omroepen teleurgesteld. Deze omroep vindt dat de ingewikkelde programmering van de netten niet het gevolg is van het gedrag van de omroepen, maar van de manier waarop het omroepbestel in de Mediawet is geregeld.