Casanova in een schuimtaart met snelle grappen

,,Er war ein Superstar'', weten we al sinds de film Amadeus en de danshit Rock me Amadeus. Dus als componist Mozart als verwijfde glitterrocker met paarse kuif en leren broek wordt opgevoerd, staan we daar niet meer van te kijken. In het muziektheaterstuk Hoe Mozart Casanova sloeg van Orkater, ontmoet Mozart een andere 18de-eeuwse superstar: Giacomo Casanova, de vrijdenker die honderden vrouwen verslond, en die model stond voor Mozarts operaheld Don Giovanni. Over die opera is Casanova in dit stuk overigens helemaal niet te spreken. Véél te moralistisch, vindt hij, dat slot waarin de vrije mens wordt gestraft met eeuwige verdoemenis.

Librettist Louis Ferron (1942) wil graag een moderne variant op de opera buffa schrijven, waarin Mozart, diens librettist Da Ponte en Casanova een weddenschap aangaan over trouw en overspel. Casanova is hierin de vrijdenker onder wiens nihilistische variant op de Verlichting alles van waarde verschroeit. Mannen zijn pooiers, vrouwen zijn vleeswaar, het hart is een pomp en de liefde is vermaak. Schaamte vindt hij verachtelijk. Mozarts geest is ook redelijk vrij en vulgair, maar hij zweert trouw aan één ding: zijn goddelijk talent dat hem onsterfelijk zal maken. Casanova ergert zich aan de wijze waarop Da Ponte voor zijn broodheren La Nozze di Figaro van zijn sociale kritiek heeft ontdaan, en in Don Giovanni de christenen laat winnen. Zo zet hij Da Ponte te kijk als een karakterloze kameleon die zich altijd weet te plooien – bekeerde jood, getrouwde priester. Da Ponte staat bij Ferron voor de dienende kunstenaar, de schrijver die alleen via anderen leeft.

Ferron zet de aardse Verlichting van Casanova – die zonder tragiek leeft en ,,van de ziel alleen de liefdesgeuren heeft geroken'' – tegenover spirituele `proto-romantiek' van Mozart. In feite echter geeft hij met deze historische komedie een commentaar op onze tijd: het geloof in het hogere moet weer een kans krijgen nu de Verlichting in haar laatste dagen is. We moeten ,,het wonder weer boven het menselijk mechaniek'' stellen.

Dit alles stond Ferron althans voor ogen, maar de muziek van Maarten Ornstein had ook nogal wat ruimte nodig, en het mocht ook weer niet te moeilijk en te lang worden. Dus heeft regisseur Gerardjan Rijnders bijna de helft van Ferrons tekst weggegooid. Wat overblijft is een uiterst luchtig libretto volgestopt met zowel platte sekshumor als intelligente verwijsgrappen, bonte taal en kluchtige, amoureuze verwikkelingen.

De eclectische muziek van Maarten Ornstein (1967), soepel gespeeld door een octet met twee blazers en drie strijkers, geeft de voorstelling de juiste vaart en vrolijkheid. Moeiteloos vermengt Ornstein swingende jazz, stevige funky ritmes, met grillige maatwisselingen à la Zappa, en weerbarstige moderne muziek. De ongeschoolde zangers kunnen het niet altijd bijbenen en doen allemaal wat anders: van het onwelluidende bijna-praten van Jaap Spijkers (Casanova) tot de vette musical-uithalen van Alex Klaasen (Mozart).

Op een zomers uitgelichte heuvel van blanke latten (ontwerp: Paul Gallis) rennen de bont toegetakelde spelers achter elkaar aan, ze kruipen door luikjes en duiken weg in de grote boezem van Annet Malherbe, of tussen de benen van Waldemar Torenstra in travestie. Jaap Spijkers houdt zich gedeisd als de mopperige bejaarde Casanova, de anderen leven zich uit in uitbundig kluchtig spel; Peter Blok staat schlemielerig in zijn onderbroek, met de tong wellustig uit zijn mond. Ferrons discours over De Liefde in de Verlichting verdwijnt enigszins in deze razendsnel geserveerde schuimtaart, maar thuis kunt u het allemaal rustig nalezen in het tekstboekje.

Voorstelling: Hoe Mozart Casanova sloeg, door Orkater. Gezien: Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 10 juni. Inl. 020 6060600