Bloed aan de palm

Morgen is het Palmpasen. Pieter Steinz wijdt deel 14 van zijn serie over thema's in de wereldliteratuur aan schipbreukelingen op onbewoonde eilanden in het algemeen en William Goldings Lord of the Flies in het bijzonder.

`Op een onbewoond eiland

loopt niemand voor je neus

Ja, je voelt je d'r vrij want

lekker leven is de leus.'

Bovenstaand refrein, afkomstig uit een jaren-tachtigliedje van Kinderen voor Kinderen, bevestigt vrolijk de paradijselijke verwachtingen van een verblijf op een eiland in de Stille Zuidzee. Geen gehaast, altijd zon en zee, lekker eten en drinken, en niemand die aan je kop zeurt. Het is het beeld dat ook in de literatuur bestond sinds Daniel Defoe in 1719 The Life and Strange Adventures of Robinson Crusoe publiceerde. Goed, zijn romanheld moest flink wat ontberingen doorstaan tijdens zijn 28 jaar durende tropische isolement, en hij kreeg te maken met kannibalen en aanwaaiende muiters; maar Defoe maakte duidelijk dat er geen probleem was dat niet kon worden opgelost met een beetje ondernemingsgeest. Op zichzelf teruggeworpen in de wildernis, bleek de westerse vrije jongen eigenlijk nog succesrijker dan in de beschaafde wereld.

Defoe's ode aan kolonialisme en onafhankelijkheidszin had grote invloed. Vooral in de negentiende eeuw groeide de `robinsonade' uit tot een van de populairste literaire genres, met als hoogtepunt R.F. Ballantyne's Coral Island, waarin drie jongens met behulp van gezond verstand en typisch Brits doorzettingsvermogen de wildernis temmen en de kannibalen bekeren. Toen de Engelse schrijver William Golding begin jaren vijftig zocht naar namen voor de personages van zijn roman over schooljochies op een onbewoond eiland, aarzelde hij dan ook geen moment. De hoofdrolspelers van Lord of the Flies heten Ralph en Jack, net als twee van hun Victoriaanse tegenpolen.

Tegenpolen, ja. Anders dan zijn voorgangers was William Golding (1911-1993) niet optimistisch over de zegeningen van de westerse beschaving. Zoals zovelen van zijn generatie was hij – een voormalig luitenant bij de Royal Navy – gedesillusioneerd de Tweede Wereldoorlog uitgekomen. De nazi-misdaden, begaan door schijnbaar weldenkende en doorgaans gecultiveerde westerlingen, maar ook de atoombommen op Hirosjima en Nagasaki, hadden korte metten gemaakt met de laatste restjes vooruitgangsgeloof. Met Lord of the Flies, het verhaal van de verwildering van een groepje onschuldige koorknaapjes, wilde Golding naar eigen zeggen `the terrible disease of being human' illustreren. Heel bewust maakte hij van zijn personages jongetjes die nog niet aan seks toe zijn; hij liet ze stranden (of liever door een vliegtuig gedropt worden) op een vriendelijk eiland waar ze geen strijd hoeven leveren om te overleven; en hij zorgde ervoor dat het conflict tussen de goeien en de slechten niet te interpreteren was als een strijd tussen verschillende klassen. ,,De catastrofe,'' zo legde hij uit in 1962, ,,moest enkel en alleen voortkomen uit the nature of the brute.''

In ieder beschaafd mens schuilt een beest. Het is een idee dat gemeengoed is geworden, en dat zeker niet door Golding is verzonnen; je hoeft alleen maar te denken aan Joseph Conrads beschrijving van Mr Kurtz in Heart of Darkness (1898). Maar in Lord of the Flies (genoemd naar de Satanstitel Beëlzebub, `Heer der Vliegen') is het adembenemend uitgewerkt. De oplopende spanning tussen de twee leidersfiguren op het eiland, het pesten van de astmatische dikkerd Piggy (van wie in een sleutelscène de bril vertrapt wordt), de orgie van geweld en afgodendienst die uiteindelijk twee jongens het leven kost – het wordt allemaal verteld in bedrieglijk simpel proza dat bij een tweede lezing blijkt te wemelen van ontregelende symbolen en verwijzingen naar Shakespeare's King Lear en Euripides' Bakchai.

Aan het eind van het boek, wanneer reddende volwassenen zonder dat ze het weten een derde moord voorkomen, en wanneer de jonge wilden als bij toverslag weer brave koorknaapjes zijn geworden, zegt een officier: `Jolly good show. Like the Coral Island.' De zwarte ironie is een Nobelprijswinnaar waardig (Golding werd het in 1983). Terecht staat Lord of the Flies – vooral bij scholieren en studenten – al een halve eeuw lang in de toptien van favoriete desert island books.

Reacties: steinz@nrc.nl

William Golding:

`Lord of the Flies'

(uitg. Faber and Faber).

Volgende week in `Lees mee met NRC': bijbelse figuren. Besproken boek: `Het evangelie volgens

Jezus Christus' van José Saramago.