Blauwe Baret 4

Voor Artsen Zonder Grenzen heb ik gewerkt in een aantal conflictgebieden. In 1991, één dag na de beëindiging van de eerste golfoorlog, was ik met twee collega's in Koeweit. Wij reisden van Koeweit-stad naar de grens met Irak om na te gaan of er Iraakse vluchtelingen waren. We reden op een brede zesbaans-autoweg die even verderop veranderde in een inferno. Op deze plek was de dag daarvoor een deel van het terugtrekkende Iraakse leger vanuit de lucht met Apache-helikopters volledig in de pan gehakt. Dit was de Highway of Hell. Vanuit de verte zagen we zo'n vijf tot tien vierkante kilometer vol liggen met totaal kapot geschoten personenauto's, bussen en militaire voertuigen. Dichterbij was het alom dood en verderf. In lange rijen, aan beide zijden van de highway, waren de Irakezen naar Irak gereden. Het was te zien dat de voorste auto's vanuit de lucht kapot waren geschoten en zo de weg blokkeerden waardoor in korte tijd een kilometerlange file aan beide zijden van de weg was ontstaan. Korte tijd later waren de Apaches teruggekomen en was de file tot schietschijf geworden. Het aanzicht was ademstokkend en gaf aan dat hier een beestachtige slachting had plaatsgevonden. Tot in de wijde omtrek stonden auto's vast in het mulle woestijnzand. Mensen en auto's hadden geprobeerd de files links en rechts te ontvluchten door de woestijn in te gaan. Ook zij waren niet ver gekomen.

Een totale verbijstering maakte zich van ons meester. Ik voelde een ontwezenlijking die alles waar ik tot dan toe in geloofde onder mij wegzoog en ik kwam terecht in een uitzichtloze leemte. Het enige waar ik nog aan dacht was overleven en hoe kom ik hier uit. Gelukkig was ik met collega's en konden we er met elkaar over praten. Terug in Nederland was het moeilijk uit te leggen aan anderen. Men snapte mij niet; het was ook niet te snappen. Bij Artsen Zonder Grenzen had men er helaas weinig oren naar omdat men alweer volop bezig met de volgende crisis. Ik raakte mijn concentratie kwijt, kreeg allerlei vreemde ongelukjes, sliep slecht en had geen aansluiting meer. Toen heb ik hier aandacht voor gevraagd binnen AZG en werd doorverwezen naar een instituut dat gespecialiseerd is in traumaverwerking. Hier heb ik vijf diepgaande gesprekken gehad die verhelderend werkten. Ik kwam weer terug bij de mensen.

Inmiddels heeft Artsen Zonder Grenzen een eigen interne psychosociale afdeling met drie vaste krachten die een beroep kunnen doen op een aantal externe psychologen en psychiaters, gespecialiseerd in traumaverwerking. Reeds tijdens de uitzending kan een persoon werkzaam voor AZG in een conflictgebied en geconfronteerd met een ingrijpende gebeurtenis een beroep doen op deze afdeling. Indien nodig kunnen een of meerdere hulpverlener(s) afreizen om ter plekke psychische hulp te bieden. Na terugkeer worden AZG-medewerkers gedebrieft door de pscychosocio-afdeling. Deze brengt een advies uit dat een verwijzing kan inhouden naar een extern instituut dat gericht is op traumaverwerking. Mogelijke kosten worden betaald door AZG.