Voorbestemd voor het vuur

Sinds de dood van Camilo José Cela geldt Miguel Delibes als de nestor van de Spaanse literatuur. Hij won zo ongeveer alle belangrijke literaire prijzen die in Spanje te vergeven zijn en bouwde een indrukwekkend oeuvre op, waarvan in Nederland tot nu toe een handvol romans is vertaald. Veel heeft dat hier niet losgemaakt, al kon De heilige dwazen (een betere vertaling was geweest: Onnozele kinderen) profiteren van de succesvolle verfilming door Mario Camus en behoort Vijf uren met Mario tot de subtielste romans die na de Burgeroorlog in Spanje geschreven zijn.

Een experimentator is Delibes nooit geweest en dat is hij ook in zijn jongste, nu vertaalde roman De ketter niet. De geschiedkundige setting ervan, het Spanje van Karel V en de jonge Filips II waar het protestantisme aarzelend voet aan land probeert te krijgen, is wel nieuw in Delibes' oeuvre maar verder ontrolt het verhaal zich als een traditioneel vertellende historische roman. Hoofdfiguur is de lichamelijk onvolgroeide Cipriano Salcedo, die geboren wordt op dag waarop Luther in Wittenberg zijn 95 stellingen aan de kerkdeur spijkert. Met zo'n vingerwijzing Gods kan het niet anders of hij komt, als inmiddels welvarende textielhandelaar in Valladolid, in aanraking met hervormingsgezinde kringen. Hij reist zelfs naar Duitsland af om Melanchton te ontmoeten en eindigt samen met het gros van zijn geloofsgenoten op de brandstapels van de Inquisitie.

Delibes' vakmanschap staat in De ketter borg voor een degelijke, bij vlagen aansprekende roman, die zich in weinig van de doorsnee van dat genre onderscheidt. Men leert er het een en ander in over de zestiende-eeuwse textielhandel in regionaal en zelfs internationaal verband, en ontdekt met name dat Spanje niet altijd het onschokbaar katholieke land is geweest waar het sinds de contrareformatie voor staat. Ook hier hadden de hervormingsbewegingen wel degelijk invloed, maar zij werden door de oudere Karel V en vooral diens zoon Filips II met wortel en tak uitgeroeid.

Dat is een treurige geschiedenis en de geloofsfutiliteiten waarom Cipirano Salcedo en zijn medestanders worden geëxecuteerd lijken door Delibes uitdrukkelijk bedoeld om de dwaasheid van de menselijke intolerantie te onderstrepen. Over het bestaan van het vagevuur maken wij ons niet meer druk en de schrijver doet weinig moeite om duidelijk te maken waarom men dat in de zestiende eeuw wèl deed. Zoals wel vaker gebeurt, slaat daardoor de als historisch bedoelde tendensroman om in het onhistorische.

Het lijkt niet langer de bedoeling dat wij het verleden, in al zijn facetten, begrijpen. Wij moeten het verwerpen omwille van de levensles die ons aangaat. Daarmee is deze historische roman niet meer dan een wat omslachtige manier waarop een hedendaags auteur tegen zijn tijdgenoten spreekt en het verleden daarbij als zijn instrument hanteert. Met de moraal van De ketter zal iedereen moeiteloos instemmen, wijzer en misschien zelfs beter als we inmiddels geworden zijn. Daar schuilt echter, ondoordacht, dezelfde hovaardigheid in die Delibes toeschrijft aan de Inquisitie. Met dat verschil dat Delibes met het onweerlegbare gelijk aan zijn kant de pijnlijke vragen zorgvuldig ontwijkt.

Miguel Delibes: De ketter. Vert. door Arie van der Wal. Meulenhoff, 383 blz. €28,50