Verliefd op een auto

Ik heb een keer een auto gestolen, een glimmend rode sportauto met open dak. Hij reed heel erg hard, harder dan al mijn andere auto's.

Er was alleen één ding mis: hij was niet van mij maar van mijn buurjongen Erik, die hem voor zijn verjaardag had gekregen. Toen Erik hem uit zijn cadeauverpakking haalde, wist ik het meteen: die moet ik hebben. Erik zette hem op tafel en reed er trots wat rondjes mee. Maar gelukkig werd zijn aandacht toen getrokken door zijn neef Freddy, die ook een cadeautje voor hem had.

Ik wrong me door de springende feestmassa heen naar de tafel, pakte de auto en holde ermee naar de gang om hem op zijn maximumsnelheid te testen. Oh, wat ging-ie hard, wat blonk hij mooi in het ganglicht. Ik had ineens helemaal geen zin meer om met mijn vriendjes te spelen. Nee, door die sportauto vergat ik helemaal dat ze bestonden. Ik zag mezelf al over de snelweg rijden, naar Duitsland. Want daar kon ik plankgas met 250 kilometer per uur naar Berlijn rijden, als een coureur. Dat krijg je, als je verliefd bent op een sportauto.

Aan het eind van de middag was het partijtje afgelopen. Ik had mijn buik rond gegeten aan chocoladetaart, chips en ijs. `Was het leuk?' vroeg mijn moeder toen ik thuiskwam. `Ja hoor', zei ik opgewonden. `Leuker dan ooit.' Ik haalde de sportauto nu onder mijn trui vandaan en op hetzelfde moment werd er aangebeld. Mijn moeder deed open en het leek alsof er een woeste reus de trap op stormde: het was de vader van Erik. ,,Waar is die dief?'' riep hij. ,,Maak je niet zo druk man'', zei mijn moeder nog, maar op hetzelfde moment ontdekte Eriks vader mij, met in mijn handen de rode sportauto. ,,Hier die auto'', brulde hij en hij zette de achtervolging in. Gelukkig had ik in mijn kamer mijn tent opgezet, die ik wilde testen voor de zomer. Ik kroop er gauw in en ritste hem dicht. Toen de vader van Erik hem open wilde maken en de tent in schoot, kroop ik aan de achterkant onder het tentdoek door naar buiten. Eriks vader probeerde hetzelfde te doen, maar hij was veel te groot en bleef klem zitten. Ik holde nu om de tent heen naar de gang, waar ik me verstopte in de garderobekast. De sportauto hield ik tegen mijn buik. ,,Zeg tegen dat rotjong dat hij die auto teruggeeft'', hoorde ik Eriks vader tegen mijn moeder zeggen. ,,Alleen als u zich niet zo aanstelt'', zei mijn moeder streng. ,,Het is maar een auto.'' En op dat moment ging de kastdeur op een kier en verscheen de hand van mijn moeder. Ik legde de rode sportauto erin, maar niet dan nadat ik hem een dikke zoen had gegeven. Nog altijd droom ik van hem, want zo'n mooie auto heb ik nooit meer gehad.