`Schotse, lesbische fictie is ineens hip'

In haar roman `Hotel Wereld' geeft Ali Smith het hele Britse klassensysteem een stem. Mannen komen er nauwelijks in voor. ,,Een vrouw die zich geen feminist noemt, is gek.''

Een van de eerste dingen die Ali Smith (Inverness, 1962) doet, is de zojuist verschenen Nederlandse vertaling van Hotel Wereld (Hotel World) aandachtig bekijken. ,,Dit boek is niet makkelijk voor vertalers. Het is een modernistisch boek, geïnspireerd door James Joyce, Wallace Stevens en Virginia Woolf, vol woordspelletjes, innerlijke monologen, halve woorden, flarden taal. Hoe klinkt mijn boek in het Nederlands, Hongaars, Chinees of Japans?'' Geen small talk voor de Schotse schrijfster, die ter gelegenheid van de vertaling op bezoek is in Nederland. Maar van arrogantie of sterallures kun je haar niet betichten. Onopvallend is ze bijna. Ze zit er een beetje ingedoken, haast verlegen bij in haar korte zwarte mouwloze T-shirtje, blauwe spijkerbroek en gymschoenen.

Smith die eerder drie verhalenbundels en een roman publiceerde, brak internationaal door met Hotel Wereld, dat twee jaar geleden voor de Booker Prize werd genomineerd. ,,Ik heb moeten leren praten voor publiek en eraan moeten wennen dat de telefoon voortdurend gaat. Toch heb ik genoten van de nominatie: ik wist van te voren dat ik niet ging winnen en dat maakt je vrijer. Ik vond het van lef getuigen dat de jury een radicaal experimenteel, licht lesbisch boek nomineerde. En ik wist ook: zo'n boek kan geen grote publieksprijs winnen. Godzijdank, zou ik bijna zeggen.''

Hotel Wereld is een fragmentarische roman waarin we via innerlijke monologen verschillende vrouwenlevens volgen. Wat hun bindt is een hotel. Sara werkt er als kamermeisje en droomt van het meisje in een horlogewinkel waarop ze verliefd is, Else is een zwerfster, die voor het hotel geld bij elkaar probeert te sprokkelen, Penny is een journaliste die er een kamer huurt en Lise is de receptioniste die gasten hun kamers wijst en lijdt onder zware aanvallen van vermoeidheid. Ali Smith: ,,Ik wilde het hele klassesysteem in een boek vangen: iemand die in een hotel werkt, iemand die er logeert en iemand die er rondzwerft. Vooral in Groot-Brittannië doen mensen alsof klasse niet meer bestaat, maar de Britse maatschappij zal nooit klassenvrij zijn.''

Macht

Else en Lise, die nog het meeste `outsider' zijn, hebben een fijn gevoel voor poëtische taal, terwijl Penny zich bedient van clichés. ,,Penny heeft een vanzelfsprekende macht om woorden te gebruiken, terwijl Lise en Else moeten opboksen tegen de verhalen van anderen. Hun stemmen bevinden zich in een `silent space', hun taal bestaat nog niet. Lise kan daarom de poëtische absurditeit van een doktersformulier inzien, en heeft tegelijkertijd oog voor de merkwaardige eigenschap van woorden om je ook een identiteit op te dringen.''

Smith heeft er in interviews geen geheim van gemaakt dat ze zelf heeft geleden aan het vermoeidheidssyndroom ME. ,,Wat Lise heeft, lijkt op ME, maar ik benoem haar ziekte bewust niet. Het gaat mij juist om het moment dat ze nog geen label heeft. Dat is een angstige, open periode waarin alles verandert: je weet niet wie je bent en je verliest elk normaal tijdsbesef. Toen ik zo moe werd, zegde ik bijvoorbeeld mijn baan op. Als ik dan op een feestje kwam, vroegen mensen: wat doe je? En als ik dan zei: `niks', dan zag ik de angst op hun gezichten. Ze wisten zich geen raad met die openheid. De ziekte heeft mijn schrijven zeker beïnvloed: woorden als `moe' en `tijd' verloren hun vaste betekenis. Virginia Woolf formuleerde het briljant: `Ziekte staat mensen een andere visie toe'.''

Met liefde en enthousiasme praat Smith over boeken van schrijvers die ze bewondert. Soms lijkt ze daar zelfs liever over te praten dan over haar eigen werk. ,,Ik herlees mijn werk nooit. Ik ben bang dat ik het dan slecht vind. In een forum vroeg iemand ooit: welke boeken neem je mee naar een onbewoond eiland behalve je eigen boeken? Maar geen enkele schrijver neemt toch zijn eigen boeken mee? Ik zei: ik neem The Book of Prefaces van Alasdair Grey mee. Dat is een literatuurgeschiedenis opgebouwd uit voorwoorden uit de Britse en Amerikaanse literatuur, en tegelijkertijd een geschiedenis van Schotland en Engeland. Hij begint steeds vóór het begin en dan volgt er weer een nieuw begin, en weer een begin. Hij weigert simpele lineariteit.''

Hotel Wereld doet dat ook. `Het verhaal begint met einde', schrijft Smith. En dat moeten we letterlijk opvatten: we vallen in een post-mortem monoloog van Sara die op mysterieuze wijze in een bedieningslift terecht is gekomen en naar beneden stort. ,,We houden van een lineair verhaal met een keurig begin, een midden en een einde, omdat het ons houvast en veiligheid biedt. Maar zelfs na de dood gaat een verhaal verder, zo wilde ik laten zien. Toch geef ik in Hotel Wereld de lezer wel het afgeronde gevoel waar hij of zij naar verlangt. Ook al weet je dat het meisje op wie Sara verliefd is vergeefs op haar wacht omdat ze dood is, het boek eindigt met een speels en open `ja' en met de woorden `Remember you must live'.''

Achterflap

Deze woorden van Smith, een herschrijving van Muriel Sparks `remember you must die', worden op hun beurt weer geciteerd door de Britse auteur Jeanette Winterson in haar nieuwe roman Lighthousekeeping. Als er één schrijfster is met wie Smith vaak wordt geassocieerd, dan is Winterson. Die voert in The.Powerbook het personage `Ali' op, en Smith laat het personage Penny haar computer, haar `Powerbook', van het bed gooien. Probeert Smith de voortdurende gelijkenis met Winterson van zich af te schudden? Smith lacht: ,,Welnee! Toen Hotel Wereld uitkwam, stuurde Winterson een aanbeveling voor de achterflap. Inmiddels kennen we elkaar en lunchen we vaak. Er zijn inderdaad veel overeenkomsten tussen ons werk: de modernistische impuls, de liefde tussen vrouwen en de hang naar openheid. De verwijzingen zijn echter, denk ik, puur toeval: ik had Hotel Wereld al af voor The.Powerbook verscheen, en, hoewel ik weet dat ze mijn werk al kende, denk ik toch dat het toeval is dat haar personage `Ali' heet.''

Inmiddels werkt Smith aan een nieuwe roman. Veel wil ze er niet veel over kwijt, behalve dat The Accidental over twee mannen gaat, een jongen van 17 en een echte verleider van rond de veertig. Dat gegeven is op zichzelf al verbazingwekkend, want bij Smith draait het vrijwel altijd om de levens van vrouwen. ,,Het is heerlijk om nu eens over mannen te schrijven! Het geeft me een nieuwe vrijheid. Ik weet dat sommige mensen iets anders van me verwachten. Mijn eerste boek werd ooit afgewezen omdat het volgens de uitgever `too lifestylish' was, een eufemisme voor `too gay'. Nu maakt dat me gek genoeg juist hip en verkoopbaar: `Schotse lesbische fictie'. Maar categorieën werken dodelijk. Het label `feministisch' durf ik wél aan. Laten we wel wezen: is er één vrouw die niet dankbaar terugkijkt op het historische gevecht om gelijke rechten te verwerven, om een subject te worden? Die geschiedenis móet je wel omarmen, anders omarm je het leven niet. Iedere vrouw die zichzelf geen feminist noemt, moet wel gek zijn.''

Smiths werk wordt doorgaans lovend besproken, maar ze zegt zich vooral op de negatieve kritieken te fixeren. ,,Waarschijnlijk ben ik te Schots en te presbyteriaans. Het mooiste compliment dat ik ooit kreeg kwam van een dronken en uitgelaten Michèle Roberts, destijds jurylid van de Booker Prize. Ze bekende me na afloop dat Hotel Wereld haar had doen willen masturberen. Dat is wat ik wil met mijn proza: een `ja' opwekken: vitaliteit en levenslust.''

Ali Smith: Hotel Wereld. Vertaald uit het Engels door Irving Pardoen.

Mouria, 224 blz. €16,90