`Rol Kooistra bij failliet gaan van zaken'

Horeca-ondernemer Sjoerd Kooistra heeft zich schuldig gemaakt aan faillisementsfraude bij het failliet gaan van zijn Verenigde Horecabedrijven Amsterdam BV (VHA).

Dat staat in het verslag dat curator mr. J.J. van der Molen eerder dit jaar bij de rechtbank in Rotterdam gedeponeerd heeft. Bij de VHA zijn acht bedrijven van Kooistra in Groningen betrokken.

De acht bedrijven aan de Grote Markt in Groningen, waaronder hotel De Doelen en grandcafé De Drie Gezusters, gingen 9 december vorig jaar failliet. Deze bedrijven werden door Verenigde Horecabedrijven Amsterdam BV (VHA) gepacht van Plassania Beheer BV, dat eigendom is van Kooistra. De directe oorzaak van het faillisement is volgens de curator dat de pachters M.W. van der Lelie en R.W. Kelder over een lange periode geen premies hadden afgedragen aan het UWV GAK, dat uiteindelijk het faillisement aanvroeg. Tevens werden betalingen aan leveranciers niet nagekomen. Het personeel was niet op de hoogte van de faillisementsaanvraag.

De curator wijst in zijn eerste verslag Kooistra zelf aan als (mede)initiator van de onwettige handelingen. Tot nu toe heeft de horeca-tycoon zoals hij wordt omschreven, altijd volgehouden niks onoirbaars te doen. Curator Van der Molen denkt daar anders over. Hij beschrijft de gang van zaken: de exploitatie van de acht bedrijven in Groningen was kort daarvoor overgedragen aan twee andere BV's. In een van die BV's zaten opnieuw de twee bestuurders van het failliete VHA. De curator schrijft dat de acht ondernemingen ,, zonder enige vergoeding op paulianeuze wijze (in strijd met de faillissmentswet, red.) in het zicht van het faillisement aan de boedel zijn onttrokken, waarbij steeds betrokken zijn geweest de bestuurders Kelder en Van der Lelie en de verpachter Plassani Beheer BV en/of Sjoerd Kooistra`. De bedrijven zijn na het faillissement ,,geen seconde` dicht geweest.

Kooistra is al vaker in de publiciteit geweest vanwege het spoor van faillisementen dat zijn bedrijven laten zien. Kooistra verweert zich steeds door te zeggen dat hij niet verantwoordelijk is omdat hij niet de exploitatie voert, maar de zaken slechts verpacht.

Curator Van der Molen schrijft dat hij het vermoeden heeft dat ,,de verpachter feitelijk leidinggever c.q. feitelijk medebestuurder is naast de formele bestuurders Van der Lelie en Kelder`. Hij heeft strafrechtelijke aangifte gedaan tegen de laatste twee en overweegt dit ook tegen Kooistra te doen.