Publieke omroepen te weinig een geheel

Afzonderlijke publieke omroepen dragen te weinig bij aan de publieke omroep als geheel. De Publieke Omroep is niet `van iedereen en voor iedereen'. De voorzitters van de omroepverenigingen moeten minder invloed krijgen.

Dat zegt een commissie onder leiding van ING-bestuurder A. Rinnooy Kan in het rapport Omzien naar de omroep dat vandaag in Hilversum is gepresenteerd. De commissie heeft onderzocht of de publieke omroep als geheel en de publieke omroepen afzonderlijk de afgelopen vijf jaar hebben voldaan aan hun wettelijke taken. Het advies dient als uitgangspunt voor beleid door het bestuur van Publieke Omroep en staatssecretaris M. van der Laan (Cultuur).

In het rapport staat dat de omroepen zich onvoldoende verantwoordelijk voelen voor het succes van netten en zenders. Het programmeren van de televisiezenders is daardoor verworden tot een ,,inefficiënte, weinig daadkrachtige en weinig professionele procedure''. Als de samenwerking binnen de omroep niet verbetert, zijn volgens de commissie drastische maatregelen nodig om ,,marginalisering'' van de omroep op den duur te voorkomen.

Als stok achter de deur heeft de commissie daarom een model bedacht waarbij omroepen de helft tot driekwart van hun zendtijd moeten inleveren. Die zendtijd kan dan worden ingevuld door de net- en zenderdirecties.

De commissie meent dat de afzonderlijke omroepen de afgelopen vijf jaar ,,redelijk'' hebben gepresteerd. Alle omroepen hebben daarom volgens de commissie recht op een plek in het publieke bestel. De commissie vindt dat de omroepverenigingen een belangrijke rol hebben in een pluriform bestel.

Naast minder concrete aanbevelingen stelt de commissie voor de omroepvoorzitters in de raad van toezicht te vervangen door ,,onafhankelijke representanten uit de samenleving''. De omroepvoorzitters moeten dan vertegenwoordigd worden in een college van advies dat gevraagd en ongevraagd adviezen geeft, die overigens niet bindend zijn. Hiervoor is een wetswijziging vereist.

De commissie adviseert duidelijke uitgangspunten voor netten en zenders te formuleren. De centrale regie per net moet worden versterkt. En omroepen moeten zich committeren aan de doelstellingen van de netten en zenders.

De commissie adviseert het bestuur van de Publieke Omroep gebruik te maken van zijn bevoegdheid 25 procent van de programmabudgetten in te zetten voor verbetering van de programmering. Dat kan wettelijk al, maar in de praktijk stuit dat op praktische bezwaren.

H. Bruins Slot, voorzitter van de raad van bestuur, zegt in een reactie dat hij ,,meer had verwacht''. Hij bevestigde dat van de aanbevelingen er maar één heel concreet is: de omvorming van de raad van toezicht. Die stap noemt hij ,,een logische''. Bruins Slot: ,,Er wordt al tijden door velen bevreemd gekeken naar de constructie waarin omroepen op zichzelf moeten toezien.''