Poëzie tussen de termieten

Als een professor komt hij op, acteur Josse De Pauw. Hij haalt wat paperassen uit zijn tas, plant zijn handen op tafel en spreekt. Zijn college gaat over termieten. De koningin en de koning, de werkers en de soldaten, het vliegen, het landen, het eierenleggen, het sterven: deze entomoloog praat er zo bevlogen over dat wij direct naar Afrika zouden willen vertrekken om daar de beesten in hun bouwwerken te bestuderen.

Maar de reis die dan inderdaad volgt verloopt minder voorspoedig. De Pauw doet er al zingzeggend verslag van, begeleid door twee muzikanten. Hij is op een krukje gaan zitten, het stijve colbertje heeft hij uitgetrokken, zijn stem klinkt rauw en hees. Soms fluistert hij, soms schreeuwt hij, in de versnellende of vertragende ritmes van de keyboards en strijkinstrumenten van George Van Dam en Jan Kuijken. Een andere kant van de man komt naarboven, een andere kant van Afrika: de donkere kant, die tot ontsporingen leidt.

De jonge wetenschapper David Van Reybrouck schreef voor De Pauw een tekst geïnspireerd door La vie des termites van Maurice Maeterlinck, die zich op zijn beurt, tot en met plagiaat, had laten inspireren door het werk van de Zuid-Afrikaanse termietenkenner Eugène Marais. In Die Siel van die Mier, zoals de naar een Marais-geschrift vernoemde voorstelling heet, is Zuid-Afrika vervangen door Belgisch Congo – dat staat dichter bij de Vlaamse identiteit van de makers. Hun entomoloog doet er in de vroege jaren zestig onderzoek, samen met een collega. Die sterft door de kogels van een soldaat en tussen zijn weduwe en de hoofdpersoon ontvouwt zich een tragische liefde.

Ineens krijgen de woorden soldaat, koningin, vliegen en sterven een nieuwe betekenis. De wetenschappelijke overzichtelijkheid maakt plaats voor verwarring, de orde valt uiteen in chaos, het zuivere onderzoek raakt door het leven bezoedeld. Het verlies van die verandering is een gebrek aan houvast, de winst is poëzie, zowel voor de verteller als voor het publiek. De helderheid van het college lost op in vaagheden: ergerlijk, omdat je een verhaal verwachtte waarin alles op zijn plaats valt, en tegelijk prikkelend, omdat je nu zelf verbanden moet gaan leggen. En plots begrijp je waarom De Pauw in het slotbeeld een witte bruidsjurk draagt. Het is het wit van de koninginnetermiet vlak voordat zij door haar soortgenoten wordt opgegeten, het is het wit van de dood.

De verteller rouwt – en de toeschouwer verheugt zich over zijn tot leven gewekte associeervermogen.

Voorstelling: Die Siel van die Mier, door Het Muziek Lod en Het Net. Concept en spel: Josse De Pauw. Gezien: 31/3 De Brakke Grond, Amsterdam. Daar t/m 3/4. Elders in Nederland van 18 t/m 22 mei; in Vlaanderen t/m 12/6. Inl. 0032-2661133 of www.het-net.be