Pas verschenen

David Albahari: Götz en Meyer

(Gec i Majer). Vert. Reina Dokter. Cossee, 176 blz. €19,90

Roman van Servische schrijver David Albahari (1948) over twee SS'ers die op een vergassingswagen rijden waarmee dagelijks grote groepen Belgradose joden worden vermoord. ,,De ondergang van de Belgradose joden was alleen door historici onderzocht,'' zegt Albahari in een interview. ,,Maar omdat geschiedenisboeken slechts door een klein publiek worden gelezen, beschouwde ik het als lid van de Servisch-joodse gemeenschap als een plicht om over hen te schrijven'' (CS, 06.06.03).

Paul Claes: De waaier van het hart. De Bezige Bij, 72 blz. €16,50

`Moeder, de laatste keer /dat je bent opgebleven /knipte je mijn haar. //Moeder, je kon niet meer. /Je handen bleven beven. /De dood nam de schaar. //Moeder, hij lei je neer /maar spaarde jou het leven /in ruil voor je haar. //Moeder, hij ging te keer. /Je had je haar gegeven /aan je moordenaar. //Moeder, je bent niet meer. /Ik ben er nog. Nog even /en hij knipt mijn haar.' Vierde dichtbundel van de Vlaamse classicus, literatuurwetenschapper en vertaler Paul Claes (1943).

Péter Esterházy: Verbeterde editie (Javított kiadás). Vert. Robert Kellermann, De Arbeiderspers, 320 blz. €24,95

Na het verschijnen van Harmonia Caelestis (2001), de roman over de geschiedenis van zijn adellijke familie, ontdekte Péter Esterházy (1950) dat zijn vader tussen 1957 en 1980 werkte voor de Hongaarse geheime dienst. Hij voelde zich verplicht zijn werk te herzien en een nieuw boek Verbeterde editie te schrijven.

Marianne Fredriksson: Het boek Kaïn (Kains bok). Vert. Anna Ruighaver.

De Geus, 284 blz. €19,90

Kaïn is volwassen en heeft een avontuurlijk leven, maar hij gaat gebukt onder een groot schuldgevoel. In dit tweede deel van de trilogie De kinderen van het Paradijs vraagt de Zweedse schrijfster Marianne Frederiksson (1927) zich af in hoeverre ouders verantwoordelijk zijn voor de daden van van hun kinderen.

Rabelais: Pantagruelijnse voorspellingen (Pantagrueline Prognostication, 1542). Vert. Hannie Vermeer-Pardoen.

Van Gennep, 48 blz. €4,90

Parodie van de Franse satiricus en taalwonder François Rabelais (1490-1553), op de gangbare astrologievoorspellingen in de jaarlijkse almanakken in de 16de eeuw, vertaald en van een nawoord voorzien door Hannie Vermeer-Pardoen. De vertaalster werd alom geprezen voor haar vertaling van de verhalen van Gargantua en Pantagruel, volgens Margot Dijkgraaf Rabelais' meesterwerk `waarin de Franse zestiende-eeuwse maatschappij genadeloos en kolderiek op de hak wordt genomen' (Boeken, 18.12.98).

Paul Verlaine: In gevangenschap

(Mes prisons). Vert. Henny van Schaik.

Voltaire, 96 blz. €9,50

Een paar jaar voor zijn dood publiceerde de Franse dichter Paul Verlaine (1844-1896) het autobiografische Mes prisons waarin hij vol zelfspot schrijft over zijn verblijf in diverse gevangenissen. `Beschaamd mogen ze 'r even uit, /Uit schoenen komt /Een droog geluid; /Pijp in de mond. //En bij verzet weer vastgezet; /Geen lucht verwerven! /Zo heet is het, /'t Is om te sterven' dichtte Verlaine over het luchten van de arrestanten onder het `toeziend oog van een enigszins menselijk uitziende bewaker'.