Nieuwe otters bij Giethoorn

Staatsbosbeheer gaat deze zomer tien otters uitzetten in het natuurgebied De Weerribben bij Giethoorn. De otters worden dit voorjaar gevangen, waarschijnlijk in Letland en Polen, waarna ze eerst een tijd in quarantaine moeten blijven.

Het is de derde lichting otters die naar Nederland wordt gebracht. De eerste otters werden op 24 juni 2002 uit Wit-Rusland geïmporteerd en een maand later in de Weerribben uitgezet. De tweede lichting werd op 11 november vrijgelaten. In totaal moeten veertig otters in het natuurgebied worden uitgezet, waarna de populatie zich op natuurlijke wijze verder moet uitbreiden. In Nederland was de otter door watervervuiling en de beperking van het natuurlijke leefgebied uitgestorven. De laatste otter werd in 1988 in Friesland overreden.

De herintroductie van de otter in Nederland lag enige tijd stil nadat drie otters bij het vangen in Letland en Wit-Rusland door een combinatie van stress en verdovingsmiddelen waren overleden. Het vangen moet voortaan plaatsvinden aan de hand van een aangepast verdovingsprotocol.

Van de uitgezette otters leven nog zeven in het gebied. Vijf otters zijn niet meer terug te vinden en drie otters zijn overleden. Bij herintroducties is het gangbaar dat dertig tot zestig procent van de dieren het niet overleeft.

Staatsbosbeheer wil de kans van slagen vergroten door jongere otters uit te zetten. Deze passen zich sneller aan een nieuw leefgebied aan en hebben minder neiging te gaan zwerven. Twee van de drie dode otters zijn aangereden.

De otters hebben een leefgebied van 12.000 hectare tot hun beschikking, doordat De Weerribben in verbinding staan met drie andere natuurgebieden in Noordwest-Overijssel en Zuid-Friesland. Om hun overlevingskans te vergroten, zijn verschillende maatregelen genomen, zoals het minder steil maken van oevers en het aanleggen van tunnels onder wegen.