`Nederlandse Harvard is een luchtkasteel'

Het hoger onderwijs moet op de schop om de omslag naar de kenniseconomie te kunnen maken, vindt het kabinet. Studenten en onderwijsinstellingen zijn sceptisch.

Nederland wijst de weg. Zo lijkt het althans, in de eerste alinea's van een artikel in het Duitse blad Der Spiegel van deze week. Onderwerp is het Nederlandse debat over het hoger onderwijs. Gerhard Schröder wil een `Innovationsrat' instellen, blijkt Jan Peter Balkenende al een Innovatieplatform te hebben. Gerhard Schröder wil een Duits Harvard, blijkt ene Annette Nijs te streven naar een Nederlands Harvard. De grootse plannen van de kleine westerbuur moeten de universiteiten naar de ,,Weltspitze katapultieren'', aldus Der Spiegel.

Maar, zo blijkt al snel na deze gloedvolle opening, de plannen stuiten op hevige kritiek. De auteur bezocht de studentendemonstratie in Amsterdam van vorige week vrijdag en besteedt de rest van het artikel aan kanttekeningen bij de Hollandse ambities. De opbouw van het artikel is tekenend voor het huidige debat over het hoger onderwijs in Nederland. Het kabinet, bij monde van staatssecretaris Annette Nijs (VVD), zet hoog in. Het hele stelsel moet op de schop om de omslag naar een kennissamenleving te kunnen maken. De hoge ambities van het kabinet worden echter overstemd door de scepsis en bezwaren van de mensen die die ambities moeten uitvoeren: de onderwijsinstellingen en de studenten. Nederlands Harvard? Een luchtkasteel, denkt iedereen behalve Nijs.

Eén woord volstaat om de ambities van het kabinet samen te vatten. Lissabon. Dat wil zeggen: het in 2000 tijdens een Europese Raad in Lissabon vastgelegde streven om de Europese Unie binnen tien jaar te ontwikkelen tot ,,de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld die in staat is tot meer duurzame economische groei en betere banen en een hechtere sociale samenhang''. Nederland wil binnen Europa tot de topdrie horen. Onderwijs is daarbij cruciaal: een slimme bevolking komt de arbeidsproductiviteit ten goede. In het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (HOOP 2004), dat aanstaande maandag in de Tweede Kamer wordt besproken, staat wat het hoger onderwijs moet doen om `Lissabon' te realiseren. De drie grote ambities zijn meer samenwerking met het bedrijfsleven, een betere internationale profilering en meer deelnemers aan het hoger onderwijs.

Maar daar ging het niet over, afgelopen woensdag in de Tweede Kamer. Vertegenwoordigers van studenten, universiteiten, vakbonden en bedrijfsleven waren door de Kamerleden uitgenodigd om in een rondetafelgesprek hun visie te geven op het HOOP. Er bleef weinig van over. Alleen de werkgevers zijn er blij mee. Anderen vinden de plannen te eenzijdig gericht op versterking van de economie, of te eenzijdig gericht op het stimuleren van een talentvolle elite. En bijna allemaal vinden ze de bescheiden financiële middelen niet in verhouding staan tot de grote ambities. De overheidsuitgaven per student in het hbo dalen van 5.200 euro dit jaar naar 5.100 euro in 2008. Voor een student in het wetenschappelijk onderwijs daalt dat bedrag van 4.800 naar 4.600 euro. Nederland heeft nu 311.000 hbo-studenten en 180.000 studenten in het wetenschappelijk onderwijs.

De Kamerleden wilden het vooral hebben over selectie. En dan met name over de vorige week bekend geworden plannen van de Universiteit Leiden om bij studies als psychologie en rechten de eerstejaars te selecteren door middel van toetsen. Studies, in de woorden van de Leidse collegevoorzitter A.W. Kist, waar de instroom zo groot is dat de kwaliteit van het onderwijs niet langer gewaarborgd kan worden. Voor deze `selectie aan de poort' moet de wet worden aangepast. Nijs wil dat graag, de Kamer is verdeeld. Kist: ,,Wij streven naar een herkenbare Leidse academicus, iemand met toegevoegde waarde.'' Krijgen andere universiteiten dan de afdankertjes van Leiden, wilde Kamerlid Martijn van Dam (PvdA) weten. En als iedereen gaat selecteren, waar moeten die afgewezenen dan naartoe, vroeg Fenna Vergeer (SP) zich af.

Universiteiten worstelen met het fenomeen selectie. Net als zijn collega's koestert de Nijmeegse collegevoorzitter Roelof de Wijkerslooth het internationaal unieke vwo-diploma als toegangseis. Tegelijk vraagt hij van de Tweede Kamer de wettelijke ruimte om studenten gedurende de studie te kunnen `verwijzen'. Met name bij de gammastudies vormt het grote aantal ongemotiveerde studenten een probleem, aldus De Wijkerslooth. Na Leiden kondigde ook de Universiteit Maastricht gisteren aan te gaan experimenteren met selecteren op ,,ambitie, verwachtingen en vaardigheden''. Om het beladen woord selectie te vermijden, hebben universiteiten het steeds meer over `matching': een betere aansluiting van het onderwijsaanbod op de individuele student.

Selectie aan de poort raakt een gevoelige snaar omdat het botst met onze sterke egalitaire traditie. Daarom kan het fungeren als pars pro toto van de kabinetsplannen voor het hoger onderwijs: hét kenmerk van die plannen is afscheid van de gelijkheid. Alle voorgestelde maatregelen zijn bedoeld om meer differentiatie te krijgen. Instellingen, opleidingen en studenten, ze moeten zich allemaal meer van elkaar gaan onderscheiden. Na decennia van sociaal-democratisch nivelleren is het tijd voor liberaal excelleren. De `zesjescultuur' moet plaatsmaken voor een klimaat waarin talent ruim baan krijgt. Met de kanttekening dat niet alle aandacht naar de top moet gaan, wordt het uitgangspunt van meer differentiatie door de studenten en de instellingen gedeeld.

Zal het over zes jaar leiden tot een toppositie in de meest concurrerende kenniseconomie? Moet kunnen, want het hoger onderwijs is van hoog niveau in vergelijking met ons omringende landen. We zijn verder dan andere landen met de invoering van het Europese bachelor-masterstelsel. Ondanks twintig jaar bezuinigen scoren de Nederlandse universiteiten nog steeds uitstekend op de ranglijstjes van meest geciteerd wetenschappelijk onderzoek. Vooral de TU Eindhoven en de Universiteit Twente dragen hieraan bij. Onmogelijk, want Nederlandse bedrijven besteden hun research & development-budgetten liever in het buitenland. Er komen relatief weinig buitenlandse studenten naar Nederland. En het aantrekken van buitenlandse onderzoekers loopt spaak op bureaucratie rond immigratie.

Lissabon is ver weg, op donderdagochtend in een grote collegezaal van de Universiteit Leiden. Honderden eerstejaars studenten psychologie horen hoe docent Wido La Heij vertelt over allerlei vormen van gezichtsbedrog. Er zijn al heel wat medestudenten afgevallen, vertellen Gerda (19), Suzanne (19) en Lisette (18) in de pauze. Hun projectgroep is gehalveerd, alle jongens zijn verdwenen. Vooraf selecteren op motivatie vinden ze een goed idee. Lisette: ,,Het is hier een bij elkaar geraapt zooitje, veel mensen weten niet wat ze willen.'' Suzanne studeert elke dag, Gerda en Lisette hebben net een plan gemaakt om samen harder te gaan studeren. Alledrie maken ze de studie af, dat weten ze zeker. Als La Heij klaar is met zijn college krijgt hij applaus.

Vierde deel van een serie over hoger onderwijs in Europa. Eerdere delen verschenen op 18, 24 en 30 maart.