Naar bed met het verleden

In het verhaal The Orphan uit de debuutbundel van de Amerikaanse Nell Freudenberger liggen een man en een vrouw in een hotelbed in Bangkok. Ze zijn in Thailand om hun kinderen op te zoeken. Het bezoek wordt overschaduwd door een eerder noodtelefoontje van de dochter naar haar moeder. Ze was verkracht door haar vriendje, zei ze, maar later deed ze alsof er niets gebeurd was. Met het vriendje is het nog aan.

De moeder zucht. Sinds lang begrijpen ouders en kinderen niets meer van elkaar. De ouders vinden Azië bedreigend. De kinderen dragen backpackerskledij – hoe sjofeler hoe modieuzer –, en de moeder bedenkt dat haar zoon eruit ziet `alsof hij zojuist uit een loopgravengevecht op de Balkan is ontsnapt.'

Het echtpaar is gekomen om te vertellen dat het gaat scheiden. Aan het eind van een lange dag wisselen ze in hun hotelkamer seksuele handelingen uit als beleefdheden. Na afloop liggen ze doodstil naast elkaar, `and after a while it begins to feel as if there is something there, something delicate in the space between them, which they must be careful not to roll over and crush.'

Zo echoot in dit weemoedige verhaal van alles mee; Noum, de baby met aids die de ouders die dag hebben vastgehouden in het kindertehuis waar hun dochter werkt, en de verbazing van de ouders over hun eigen volwassen kinderen, ooit de kleine baby's die tussen hen in lagen. Nu ligt er tussen het echtpaar alleen nog de herinnering aan volkomen, verdwenen liefde. Het is deze ontworteling die al Freudenbergers personages parten speelt, meer dan het feit dat het Amerikanen zijn die in Azië wonen, er gewoond hebben of ernaar terugkeren. De jonge Amerikaanse uit het titelverhaal, die vijf jaar de maîtresse was van een oudere getrouwde Indiër en die na zijn dood maar niet kan besluiten terug te gaan naar Amerika, de dochter die in Outside the Eastern Gate terugkeert naar Delhi, waar zich bij haar vader de eerste tekenen van Alzheimer openbaren – ze zijn blijven hangen in het luchtruim tussen twee landen, twee liefdes of twee levensfasen.

Behalve het laatste – een geforceerde brief van een dochter aan een vader – hebben alle verhalen in Lucky Girls een fijnzinnige, kristallen spanning, het resultaat van bedrieglijk eenvoudig schrijven. Net als verhalengrootmeesteressen Lorrie Moore of Alice Munro weet Freudenberger je in ademloze concentratie bij haar personages te betrekken. De urgentie van haar verhalen krijgt diepte door de echo's die overal klinken; weemoed om het verleden, onbehagen over de toekomst.

In Outside the eastern Gate verliet de hippiemoeder van de hoofdpersoon haar vader met haar zusje. De moeder is allang overleden, maar de hoofdpersoon kan het niet laten te zoeken naar een antwoord op de vraag waarom haar zusje indertijd meemocht, en zij niet. Op het hotelbed in Bangkok zegt de vader tegen de moeder dat alles goed zal komen. De moeder ligt wakker en denkt: `You relaxed for a second and things tangled themselves up in thick wet nots that could never be undone.'

Nell Freudenberger: Lucky Girls. Picador, 225 blz. €22,85.

Vertaald door Tinke Davids als Meisjes brengen geluk, Prometheus, 277 blz. €20,45