Kombrink uit raad Rotterdam

Hans Kombrink (PvdA) verlaat de politiek. Per 1 mei stapt Kombrink uit de gemeenteraad van Rotterdam. Dit maakte hij gisteren bekend.

De socioloog Kombrink (57) was Tweede-Kamerlid (1972-1981 en 1982-1990), staatssecretaris van Financiën in het kabinet Van Agt II (1981-1982) en wethouder in Rotterdam (1994-2002).

Kombrink is een van drie voormalige PvdA-wethouders die na de verkiezingsnederlaag van 6 maart 2002 gemeenteraadslid werden. Door het electorale succes van Pim Fortuyn verloor de PvdA in Rotterdam toen de raadsmeerderheid. Sindsdien is Leefbaar Rotterdam de grootste partij. Leefbaar Rotterdam vormt met CDA en VVD het college.

Van de drie voormalige PvdA-wethouders is Kombrink de eerste die de gemeenteraad verlaat. Hij had meteen na de verkiezingsnederlaag al laten weten het raadslidmaatschap op te geven, mochten zich andere werkzaamheden aandienen. In een brief aan de gemeenteraad schrijft hij dat dit nu het geval is. Het gaat om een aantal activiteiten, waaronder een coördinerende functie bij de provincie en een aantal adviseurschappen.

Kombrink wilde niet meteen na de verkiezingsnederlaag de raad verlaten, zo schrijft hij, ,,om betrokken te blijven bij het uitzetten van nieuwe lijnen''. Ook leek het hem ,,nuttig dat in een zeer ingrijpend vernieuwde raad ten minste enkele leden een zeker beleidsgeheugen in stand helpen houden''.

Kombrink was wethouder ruimtelijke ordening en kunst. Hij was verantwoordelijk voor de totstandkoming van de Kop van Zuid, het Nieuwe Luxor Theater en Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001. ,,Met Hans Kombrink verliezen wij een zwaargewicht'', aldus de PvdA-fractie in een reactie.

Voormalig PvdA-wethouder Els Kuijper stelde zich twee weken geleden in een vraaggesprek met het Rotterdams Dagblad officieus beschikbaar voor een nieuwe periode. ,,Ik was nog met zoveel bezig. Ik zou er graag mee doorgaan'', zei zij. Het Rotterdamse PvdA-bestuur liet daarop weten dit niet te willen. ,,Een terugkeer als wethouder, als we daartoe al worden geroepen, zal altijd de geur houden van een revanche op het verleden'', aldus het partijbestuur.