Inge de Bruijn maakt het niet onnodig spannend

Het was nauwelijks voor te stellen: de zwemkoningin van `Sydney' niet in Athene. Toch had Inge de Bruijn nog geen enkele limiet op zak, en was het maar de vraag waartoe het fenomeen nog in staat was na een absentie van acht maanden. Vanmorgen echter maakte de sprintster een einde aan alle twijfels door al meteen in de series van de 100 meter vlinderslag met 58,99 ruimschoots te voldoen aan de olympische limiet (59,67). ,,Ik mag naar Athene'', klonk het naderhand opgelucht.

Het was in feite een overbodige vingeroefening, want op basis van haar naam en faam had De Bruijn, net als de overige WK-gangers bij de Amsterdam Swim Cup, dispensatie voor de ochtendsessie kunnen krijgen. Maar daar wilde Paul Bergen, de no-nonsense-trainer uit Amerika met de Spartaanse aanpak, niets van weten. Zwemmen moest De Bruijn, zoveel en zo hard mogelijk. Net als de overige zestien leden van `zijn' Tualatin Hills Swim Club uit Beaverton, Oregon.

Van een voorkeursbehandeling is nog geen topsporter beter geworden, zo weet de 62-jarige coach met de imposante staat van dienst. ,,I wanna see you swim'', sprak Bergen maandag bij aankomst in Nederland gedecideerd tegen zijn pupil. En dus stapte De Bruijn vanmorgen, op de tweede dag van de zwemvierdaagse in Amsterdam, om even voor half elf op het startblok voor haar serie op de 100 vlinder, nadat de 30-jarige sprintster uit Barendrecht zich gisteren al had `opgewarmd' met een overwinning op de niet-olympische 50 vlinder.

Maar wat was die zege waard? De Bruijn wist het niet. Honderd meter is geen vijftig meter. Een `50' wordt gezwommen op het anaerobe energiesysteem. Het is, zoals in het geval van De Bruijn: verstand op nul, twee keer ademhalen en rammen maar. De dubbele afstand daarentegen vergt inhoud, en hoe groot is De Bruijns motor inmiddels weer, nadat de drievoudig olympisch kampioene zich pas in oktober weer verzoende met Bergen en bereid bleek om weer pijn te lijden?

Groot genoeg in elk geval om middenin een zware trainingsfase en dus in zwemtermen - `ongetaperd' te doen waarvoor ze naar Amsterdam is gekomen: zich verzekeren van olympische deelname. Tot meer (wereldrecords) is De Bruijn vooralsnog niet in staat, en dat is maar goed ook. Wie nu al `piekt', loopt de kans de motor voortijdig op te blazen. ,,Maar in Athene zal het een flink stukje harder moeten'', besefte de 26-voudig nationaal kampioene, die vorig jaar vooral uitblonk op de korte nummers (wereldtitel op 50 vrij en vlinder).

Voor zover De Bruijn het nog niet wist, dan weet de routinier het sinds woensdag: de concurrentie ligt allesbehalve stil. In hetzelfde bassin (Sydney Aquatic Centre) immers als waar De Bruijn bijna vier jaar geleden excelleerde en drie olympische titels opeiste, ontnam Lisbeth Lenton (19) haar eergisteren bij de Australische olympic trials het wereldrecord op de 100 meter vrije slag: 53,66. Jodie Henry (20), gisteren winnares van het koningsnummer, evenaarde in de halve eindstrijd al De Bruijns toptijd (53,77), die ruim drie jaar stand heeft gehouden.

Tot paniek leidde de Australische machtsgreep niet in het De Bruijn-kamp. Bergen haastte zich te verklaren dat geen van de drie wereldrecords van zijn pupil zo wankel stond als die op de 100 vrij. ,,Dit moest een keer gebeuren.'' Bovendien: geen betere Inge dan een getergde Inge. En ook de zwemdiva zelf troostte zich met de gedachte dat ,,records er nu eenmaal zijn om gebroken te worden''.

Daar viel geen speld tussen te krijgen. Vraag is alleen of De Bruijn, na een opnieuw turbulente periode in haar toch al grillige loopbaan, nog de explosieve kracht én het uithoudingsvermogen beschikt om zich de jonge garde van het lijf te houden. Haar overtuigende 58,99 van vanmorgen deed in elk geval vermoeden dat ze zichzelf hervonden heeft en dus het juiste spoor te pakken heeft.

Het is al weer twee jaar geleden (in Santa Clara) dat De Bruijn voor het laatst internationaal actief was op de fysieke veeleisende 100 vlinder. Vorig jaar, bij haar wat toen al haar `rentree' heette bij de nationale kampioenschappen in Amsterdam, schrapte de wereldrecordhoudster (met een ongemeen scherpe 56,61) het nummer wegens ,,gebrek aan inhoud'', luidde de officiële verklaring. Gisteren, na haar alleszins acceptabele 26,10 op de 50 vlinder, bekende ze zelf ook benieuwd te zijn naar haar vorderingen op de dubbele afstand. ,,Ik heb werkelijk geen idee waar ik sta, maar ik ga er absoluut voor.''

Bergen op zijn beurt liet dinsdag al doorschemeren dat de 100 vlinder voor De Bruijn de lakmoesproef is. ,,Ik heb zo mijn twijfels, omdat ze pas sinds oktober weer serieus in training is. Maar als Inge in staat is deze horde te nemen, dan weet ze voor zichzelf weer waar ze staat, en zal Inge vol vertrouwen de laatste twee dagen ingaan.''

Morgen volgt de 50 vrij, zondag de 100 vrij. Op het eerste onderdeel hoeft De Bruijn slechts vormbehoud te tonen, op het tweede is de limiet vereist voor de woensdag onttroonde wereldrecordhoudster.