In eenzaamheid geploeterd

Dan Sleigh heeft de geschiedenis van de kolonisten in Zuid-Afrika beschreven in zijn roman `Eilande'. ,,Het isolement was vaak verschrikkelijk.''

Twintig jaar lang lag het manuscript van de Kaapse historicus Dan Sleigh onaangeroerd in de kast. Tot hij vier jaar geleden research deed voor een Zuid-Afrikaanse schrijfster, Dalene Matthee, die werkte aan een historisch boek over `Pieternella', een van de eerste kleurlingen in de Kaap, dochter van een `sjirurgyn' in dienst van de VOC en een inheemse Khoi-vrouw.

De uitgever van het boek, Tafelberg, informeerde of hij niet zelf iets op de plank had liggen. Sleigh haalde zonder veel overtuiging zijn 1.200 pagina's tellende, handgeschreven pak papier van de plank. ,,Ik had er weinig fiducie in, vertelt Sleigh. ,,Ik ben een historicus, geen letterkundige en ik heb vroeger op school geleerd dat een roman een centraal karakter moet hebben, waar alle andere personages omheen cirkelen. Dat had ik niet. Ik dacht nooit aan publicatie. Ik bewaarde het manuscript omdat ik 't niet kon weggooien.''

Tafelberg zag echter meteen goud in het `pak van Sleigh'. Eilande, een roman in het Afrikaans over de eerste vijftig koloniale jaren van de Kaap, werd in Zuid-Afrika een `winning novel'. Het boek won drie belangrijke Zuid-Afrikaanse fictie-prijzen, is inmiddels aan de derde druk toe en ligt binnenkort in een Engelse, Amerikaanse en Nederlandse editie in de winkel. En wat een gelukkige timing voor de uitgever. Toen zij het boek eind 2000 in handen kreeg was de viering van het 400-jarig bestaan van de VOC ophanden. Zo kon Sleighs boek exact 400 jaar na de oprichting van de VOC, op 20 maart 2002, gepresenteerd worden in Kasteel de Goede Hoop, het hart van de VOC in de Kaap. Dan Sleigh (65) glimlacht. ,,Ja, noem 't goddelijke voorzienigheid'', zegt hij.

Met zijn witte snor, verwaaide witte haar en helderblauwe ogen is Sleigh makkelijk vier eeuwen terug te denken, als stuurman op een machtig zeilschip. Hij tuurt over de binnenplaats van Het Kasteel, waar een schaduwrijk terras is ingericht voor de vele overzeese bezoekers. ,,Dit was totaal onvoorzien. Eigenlijk was het schrijven van dit boek een avontuurtje, veel makkelijker dan het schrijven van een wetenschappelijk boek. Ik hoefde niet elke stelling met voetnoten en bronverwijzingen te verantwoorden.'' Maar toch: Sleigh werkte er vier jaar lang aan, in de avonduren naast zijn werk als docent geschiedenis in Kaapstad.

Buitenpost

Eilande beschrijft het leven van zeven historische personages, te beginnen met de schipbreuk van de Nieuwe Haerlem in 1647: de Khoi-leider Autshumao alias `chief' Harry die contact legt met Van Riebeeck en daarmee het doodvonnis tekent van het oeroude Khoi-volk; de Deense `sjirurgyn' Peter Havgard, die de arriverende VOC-schepen op pokken, pest en scheurbuik controleert; de Hollandse visser Bart Borms, die op het schip de Aernhem in een woeste Kaapse storm belandt en als een van de weinigen overleeft; de Duitse soldaat Hans Michiel Callenbach, die toezichthouder wordt op de strafkolonie Robben Eiland; de aanklager Pieter Deneyn, die het Hollandse recht in de Kaap handhaaft; de vatenmaker Daniel Zaaijman, die de VOC-vlag op de buitenpost Mauritius hoog moet zien te houden; en ten slotte de klerk J.G. de Grevenbroek, de VOC-secretaris die uiteindelijk de schrijver blijkt van de geschiedenissen van al deze personages.

Eilande verhaalt in dik 750 pagina's van het roerige bestaan van deze groep gewone 17de-eeuwers, toevallige werknemers van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, die tegen wil en dank in de zuidpunt van Afrika belanden, het rauwe tussenstation op weg naar het gecultiveerde Batavia. Allemaal zuchten ze onder het juk van Jan van Riebeeck, die koste wat kost zijn missie wil vervullen, en later onder dat van de hebzuchtige en kille gouverneur Simon van der Stel. Met zijn allen, van hoog tot laag, delen ze het grote verlangen naar de Oost, naar Indië. Want Batavia is steeds de gedroomde eindbestemming, dáár ligt het paradijs.

Eilande is ook het verhaal van het Khoi-meisje Krotoa, dat door haar intelligentie de eerste tolk wordt van Van Riebeeck, trouwt met de `sjirurgyn' Peter Havgard (die de Hollandse naam Pieter van Meerhof aanneemt), maar na diens dood aan haar lot wordt overgelaten en aan de drank raakt het lot dat veel inheemse Khoi met haar zullen delen. Want Van Riebeeck hanteert, op gezag van de VOC, een welbewuste verslavingsstrategie: tabak en brandewijn in ruil voor vee en schapen. Het is zaak de Khoise inboorlingen zo snel mogelijk afhankelijk te maken van de genotsmiddelen van de Hollanders een praktijk waarvan de gevolgen ook nu nog zichtbaar zijn in het omvangrijke alcoholprobleem onder kleurlingen.

Het idee voor een boek ontstond toen Sleigh vijfentwintig jaar geleden werkte aan zijn dissertatie, over de functie van de Kaapse `buitenposten', en onderzoek deed in het Kaapse VOC-archief. ,,Er vielen wel 57 buitenposten onder Kaaps bestuur'', vertelt Sleigh. ,,Posten in het binnenland, zoals Leeuwkop en Hottentots Holland, maar ook de eilanden Mauritius, Madagascar en Robben Eiland. Mijn theorie was dat het welslagen van de VOC, en bijgevolg van de hele Hollandse welvaart, uiteindelijk afhing van de prestaties van die buitenposten. Die moesten de Kaap als verversingspost voorzien van hout, graan en vee. Zonder scheepsbeschuit, verse groente en vlees geen succesvolle scheepvaart naar Indië. Maar hoe produceer je graan zonder trekossen? Je moet eerst het veld schoonmaken, je hebt arbeid nodig, veel arbeid. De mensen op de buitenposten hebben zich kapot gewerkt. Zij torsten het gewicht van de VOC. En het isolement was vaak verschrikkelijk. Op Mauritius legde eens in de twee jaar een schip aan!''

Sleigh maakt een armbeweging naar de kolossale muren van het vijfpuntige fort dat Van Riebeeck moest bouwen van de Heren Zeventien, om de verversingspost te beschermen tegen concurrerende Franse en Engelse schepen. ,,Dit kasteel is gebouwd met bovenmenselijke inspanning. De balken moesten helemaal uit Houtbaai komen. Er waren nog geen paden, stel je dat eens voor...''

Sleigh koestert een oprechte bewondering voor de eerste Kaapse pioniers en heeft er ook geen moeite mee zijn waardering voor Van Riebeeck uit te spreken, ook al is dit in Zuid-Afrika niet bepaald politiek correct; voor het regerende ANC is Van Riebeeck gewoon een verwerpelijke koloniaal. ,,Ik zie Van Riebeeck heus niet als een held, maar ik zou hem graag gesproken hebben. Hoe heeft hij het klaargespeeld? Hoe was hij in staat alle problemen het hoofd te bieden?'' Bovendien, stelt Sleigh, wilde Van Riebeeck, anders dan Van der Stel, promotie maken op een eerlijke manier en had hij respect voor de inheemse Khoi. ,,Van Riebeeck was een gedreven man. Op een bepaald moment, in 1662, overwoog de VOC om de Kaap als verversingspost te sluiten. De missie leek mislukt. Veertig van Van Riebeecks mannen vluchtten op een schip terug naar Holland. Anderen vertrapten uit frustratie de meloenen in de tuin van het fort. Maar Van Riebeeck hield vol. Zonder Van Riebeecks ambitie was Kaapstad er niet geweest. Althans niet onder Hollands bestuur. Na tien jaar kreeg Van Riebeeck zijn felbegeerde promotie: hij mocht naar Indië.''

Het omvangrijke Kaapse VOC-archief – 143 jaar in documenten, dik 264 meter – was een goudmijn voor Sleigh. ,,Fantastisch. Sommige documenten waren nog nooit gelezen. Tussen de pagina's zat nog het zand dat werd gebruikt om de inkt te laten drogen. Dan vouwde ik zo'n groot foliovel open en stortte er een vloed van gestampte schelpen over me heen. En dan las ik al die ongelooflijke verhalen. Over stormen en schipbreuken, over moeizame tochten naar het binnenland en onderhandelingen met de Khoi, over brandewijn en wraak, over de wrede zeventiende-eeuwse straffen, en vooral over eenzaamheid en verlatenheid. Al die mense het alléén gesukkel.''

,,Je denkt: de VOC, dat gaat over winst en verlies, de prijs van brood en de aantallen gestorven bemanningsleden op een schip. Maar er waren ook secretarissen die in het dagregister uitvoerig de schoonheid van een verschietende ster beschreven. Het archief bevat brieven van mensen in de buitenposten die verslag doen van hun ontberingen. Er zijn de verslagen van de rechtbank, de vonnissen, de militaire resoluties, de notulen van de politieke raad, allemaal bronnen van informatie over het leven van gewone zielen.''

Uit de stroom van documenten die hij inzag, maakte zich na verloop van tijd een aantal figuren los, zegt Sleigh. ,,Bepaalde personen kwam ik telkens opnieuw tegen. Ik verzamelde fragmenten, als puzzelstukjes, en die vormden gaandeweg de karakters. En ik realiseerde me ineens: hier is een groep mensen die elkaar werkelijk gekend heeft! Ik werd getroffen door hun overlevingsdrift, het zijn pioniers, maar het zijn ook eilandjes, ver verwijderd van het moederland, maanden verwijderd van hulp, volkomen verlaten. Pieter Deneyn, de aanklager, gaat in beroep tegen de straf van een gevangene en beseft: het duurt negen maanden voordat ik antwoord krijg uit Holland, tegen die tijd is de man die ik wil redden waarschijnlijk al dood. Heel ontmoedigend. En neem het leven van de vrouwen in de Kaap, getekend door eenzaamheid. Zelfs de vrouw van gouverneur Van der Stel probeert zichzelf te verdrinken, hier in de gracht van het kasteel!''

Smerigheid

Het is het getormenteerde leven van deze gewone zielen, zegt Sleigh, dat hem inspireerde tot een boek. ,,Ik dacht: hoe bitter weinig is er eigenlijk van deze mensen bekend!'' Sleigh blies hun bestaan nieuw leven in met documentaire kracht, onder meer door het verbluffende gebruik van vele saillante details prachtig zet hij matroos Hans Callenbach neer, walgend van de smerigheid en stank van het schip dat al weken op zee is; huiveringwekkend is de precieze beschrijving van een armoperatie door de sjirurgyn Peter Havgard.

Dat doet de vraag rijzen in hoeverre de roman is gebaseerd op de werkelijkheid. Sleigh glimlacht. ,,Laat ik het zo zeggen: de bouwstenen zijn historisch, maar het cement is fictie. Alle personages hebben werkelijk bestaan. Bijna alle incidenten hebben werkelijk plaatsgevonden. Sommige passages heb ik bijna woordelijk uit een archiefstuk overgeschreven. Maar het blijft fictie.''

Achter Kasteel de Goede Hoop rijst de Tafelberg op, strak afgetekend tegen de helderblauwe lucht. Een enkele wolk blijft op de berg liggen en kabbelt dan langzaam omlaag, als overkokende melk. Sleigh kijkt omhoog: ,,Ik heb me tijdens het schrijven van Eilande vaak afgevraagd: wat is de betekenis van de Tafelberg? Ik ontdekte dat op de linkerhoek van de berg de meeste regen valt. Die regen vormde de Liesbeeck-rivier, en de Liesbeeck-vallei was de oorzaak van de oorlog tussen Van Riebeeck en de Khoi. Van Riebeeck heeft die vallei ingepikt, hij móest die vruchtbare grond hebben om graan op te kunnen verbouwen.''

Zo krijgt, met Sleigh als gezelschap, elk Kaaps landschapskenmerk historische betekenis. ,,Geschiedenis is eigenlijk aardrijkskunde met mensen'', mompelt hij peinzend, ,,een zoektocht naar overlevenden in eindeloze ruimte.''

Dan Sleigh, `Eilande'. Nederlandse titel: `Stemmen uit zee' (verschijnt 16 april); uitg. Querido; vertaling: Riet de Jong-Goossens; 672 blz; prijs: 24,95 euro