Het absolute moet ondermijnd

De dichter Mustafa Stitou vermengt in zijn praterige poëzie alledaagse met verheven zaken. ,,In de hoop dat het gaat borrelen in het hoofd van de lezer.''

In Het zingen vergaat je, het eerste gedicht van Mustafa Stitou's bundel Varkensroze ansichten, gaat de ik-figuur zitten op het terrasje van zijn Franse hotel: `De eigenares,/ opvallend onvriendelijk. Vermoedelijk/ stond mijn huidskleur haar niet aan en mijn naam,/ die ik bij het inchecken te kennen gaf,/ heeft ongetwijfeld de doorslag gegeven. Mustafa.'

Op zijn etage, driehoog in Amsterdam, vertelt de jonge dichter (van 1974, geboren in Tetouan, Marokko, opgegroeid in Lelystad): ,,In de bundel laat ik expres een paar keer de naam Mustafa vallen. Dan heb ik het niet over mezelf, dan heb ik het over die naam: Mustafa. Die naam zegt voor veel mensen iets over mijn wezen en roept allerlei associaties op, vooroordelen ook. Twee of drie van de kapers op 11 september heten Mustafa. Voor moslims is het een van de twee topnamen, Mohammed is de andere. Daarom zijn er ook zo veel van. Moslims associëren de naam met zuiverheid en geloof. Mijn naam maakt dat mensen denken dat ik meer met Mohammed heb dan met Heidegger. Terwijl het omgekeerde waar is.''

Niet voor niets wisselde Mustafa Stitou een studie Arabische geschiedenis in voor een studie filosofie. Nu is hij dichter: ,,Poëzie is voor mij de ideale manier om te denken.'' In de periode dat hij studeerde maakte hij al faam als dichter. Hij debuteerde heel jong, in 1994, met Mijn Vormen. De bundel werd met open armen ontvangen en gevierd als de eerste poëzie van een dichter van Marokkaanse origine. De laconieke en onbevangen houding van de tiener (,,Ik voelde me vrij'') legde hij deels af in Mijn Gedichten, uit 1998 (,,Ik dacht te veel na, construeerde te veel''). Eind vorig jaar verscheen zijn derde bundel, Varkensroze ansichten, dat het beste van zijn eerste twee uitgaven verenigt (,,Ik ben weer gaan communiceren'').

Subtiel web

De bundel is inmiddels genomineerd voor de VSB-poëzieprijs en lijkt de voornaamste kandidaat om medio mei te winnen. Elk van de vijf geselecteerde dichtbundels kent een sterk filosofische dan wel poëticale inslag, maar geen evenaart de ongedwongen, lichte toets die Stitou hanteert. Zijn stijl, die hij zelf ,,praterig'' noemt, is los en breedvoerig zonder aan precisie in te boeten. Stitou kan zakelijk, registrerend en geestig zijn, maar ook repetitief en bedwelmend of didactisch. Compositorisch is de bundel hecht. De islam en het darwinisme, het oosten en het westen, arabieren en joden, holocaust en klonen, vaders en zonen: ze vormen een subtiel web van thematische lijnen.

Het zingen vergaat je is een opmerkelijk openingsgedicht voor een dichter die aangaf het vervelend te vinden als zijn Marokkaanse achtergrond ter sprake kwam. ,,In de afgelopen jaren is de kloof tussen allochtoon en autochtoon gegroeid. Marokkaanse Nederlanders noemt men weer gewoon Marokkanen. Ik kan me daar niet aan onttrekken'', verklaart hij zijn ommezwaai. ,,Van 11 september was ik echt in de war. De werkelijkheid was zeer gepolitiseerd. Voor die tijd was ik al niet erg productief, maar in dat jaar heb ik geen gedicht geschreven.'' Dat iedereen weer in hokjes dacht, deed hem nadenken over hoe mensen elkaar zien. ,,Voor mij is identiteit een kwestie van maskers die je jezelf opzet, maar vooral ook: die anderen je opzetten. Dat idee zingt door de bundel heen.''

De ik-persoon in de gedichten heet niet alleen soms Mustafa, hij noemt zich ook een ,,conceptueel-anekdotisch, op zijn minst anti-metafysisch dichter'' en iemand met ,,liefde voor het conceptuele''. Maar wat is een conceptueel-anekdotisch dichter?

,,Het conceptuele van mijn poëzie is dat ik situaties in scène zet. Dat is een vrij spontane bezigheid. Dichten is voor mij een avontuur. Ik denk niet alles van tevoren uit. Ik breng ongelijksoortige attributen op tafel en ga daarmee schuiven. Vervolgens kneed ik er een anekdote omheen die ik vertel alsof ik in de kroeg sta. Het windt mij bijvoorbeeld op om een gedicht te schrijven met de woorden 11 september, Arabier, goudblond godinnetje en NSB. Zo ontstond Anton, een conceptueel-anekdotisch gedicht. Al die woorden nemen hun diverse, beladen betekenissen mee en die plaats ik in een alledaagse setting.''

,,Een persoonlijke obsessie'', noemt hij die voorkeur voor vermenging. ,,Het is een kwestie van evocatie: in het banale het verhevene oproepen, het onzegbare. Over 11 september kun je geen gedicht schrijven. Daar zijn geen woorden voor. Wat ik wel kan doen, is zulke beladen begrippen op elkaar laten botsen in de hoop dat het gaat borrelen in het hoofd van de lezer.''

,,Er zijn mensen die mijn bundel lezen en zeggen: dit zijn verhaaltjes, geen poëzie, weg ermee. Maar mijn gedichten werken pas bij een zekere gevoeligheid voor ideeën, voor religie, kunst, ziel, dood, mysterie. Anderzijds wil ik ook regels schrijven die zingen, zoals: `Troosteloos als Libische staatstelevisie'.

Zijn opvattingen verklaart Stitou uit ,,een moderne sensibiliteit'' en uit zijn achtergrond. ,,Ik ben islamitisch opgevoed, maar op mijn twaalfde was ik al afvallig.'' De kiem voor zijn afvalligheid lag in een bandje dat de familie bezat, met een lange, gedreven preek van de imam erop. ,,Ergens versprak die imam zich. Dat was shocking. Alles kantelde. Die hele heiligheid, die autoriteit werd ontmaskerd. Zijn woorden kwamen niet van een andere wereld, maar van deze wereld. Dat werd onthuld in zoiets simpels als een verspreking. Sindsdien besef ik dat de pretenties van de islam voortdurend worden gelogenstraft. Het systeem is niet sluitend, de islam heeft niet alle antwoorden. Daar komt mijn obsessie met het alledaagse vandaan. Het absolute dient ondermijnd te worden.''

Stitou's werkwijze is ook goed zichtbaar in het gedicht Afstudeerproject. De ik-figuur houdt zijn joodse verloofde, die vastzit met haar scriptie over de holocaust, zijn gedichten voor, waarin hij `het onzegbare met het banale' samenbrengt. Zij springt uit bed om, geïnspireerd, verder te werken, de dichter achterlatend met gefnuikte seksuele verlangens. Stitou: ,,Ondertussen gaan ze voorbij aan de holocaust. Het is vergelijkbaar met een situatie van mannen op een congres die na een reeks hoogstaande, ontroerende toespraken aan de bar plaatsnemen en de leukste stagiaire willen versieren. Het is voor de mens heel moeilijk om lang ernstig te blijven, de mens heeft geen talent voor het verhevene. Dat kan alleen met geweld, fysiek of emotioneel.''

Bij de islam is er veel emotioneel geweld, de dreiging van verstoting, zegt hij. Hij is nog steeds doende onder de emotionele druk uit te komen. ,,Er is een mooie passage in Gesloten huis van Nicolaas Matsier, waarin hij vertelt dat hij als student met zijn ouders naar de kerk gaat, ook al weet hij al op zijn dertiende dat hij niet gelooft. Als hij de waarheid onthult, barst zijn moeder in huilen uit. Hij voelt zich opgelucht, maar ook heel laf. Daar herkende ik me helemaal in. Ik heb mijn ongeloof nooit openlijk met mijn ouders kunnen bespreken, maar het gewoon laten blijken. In mijn puberteit probeerden mijn ouders van alles. Vroegen of ik mijn gebeden had gedaan, zeiden dat ik hen teleurstelde, dat ik de nagel aan hun doodskist was, etc. etc.''

Volgens Stitou worstelen veel jonge moslims met een soortgelijk dilemma. ,,Ik ben er zeker van dat ze niet denken dat de islam het antwoord heeft op al hun vragen. Ze voelen een verward soort loyaliteit aan hun ouders, in combinatie met een oppervlakkige, halfslachtige religieuze beleving. Ach, al die meisjes met die hoofddoekjes. Er is toch geen stormloop op islamitische geschriften? Het is één grote identiteitscrisis.''

Een wereld zonder god is geen ramp, betoogt Stitou. ,,Een eeuw geleden riep men dat zonder god alle zekerheden weg zouden vallen, er zou geen grondslag voor onze moraal meer zijn, de wereld zou haar pracht verliezen. Het tegendeel is waar. De islam wil de verwondering beknotten en stukslaan. Schoonheid en verwondering gaan voor mij vooraf aan religie. Ik kan me verbazen over alledaagse dingen, juist omdat ze zich onttrekken aan een systeem.''

Darwin

In zijn nieuwe bundel onderzoekt Stitou het moderne antwoord op religie: de wetenschap. In de persoon van Charles Darwin, de man die een alternatief voor de oorsprong van de mens formuleerde. ,,Als je het hebt over traditie en moderniteit, over religie en verlichting, over wetenschap – en als je dat wilt thematiseren in je bundel, dan is Darwin ontzettend belangrijk.''

In Het zingen vergaat je staan de regels: `En dan te bedenken dat we stuk voor stuk afstammelingen zijn van/ een en hetzelfde kliekje dat 170.000 jaar geleden in Afrika leefde'. ,,Dat is één kant, de softe kant, van het darwinisme'', zegt Stitou. In Bestseller suggereert hij een andere kant. Het korte gedichtje behelst niet meer dan de notitie dat in de negentiende eeuw het boek van Darwin vooral in Duitsland populair was en er elke twee jaar een catalogus of bibliografie over `Darwinismus' verscheen. Door dat feit te isoleren, manipuleert Stitou je van de survival of the fittest in één klap naar de holocaust. ,,Darwin introduceerde een nieuwe manier van kijken. Hij heeft de ziel uit de mens gerukt. Het darwinisme werd gebruikt om verschillen tussen mensen te verankeren en om te legitimeren dat de sterkeren de zwakkeren mochten aanpakken. Eerbied voor de schepping was er niet meer bij. In een gedicht over Darwin isoleer ik ook de woorden: `De gesprekken met topfokkers – openbaringen.' Dat is de wereld op zijn kop: het zijn niet meer de engelen die openbaren, maar topfokkers!''

Acht bladzijden neemt Stitou in Shakespeare, misselijkmakend om puntsgewijs het leven van Darwin na te vertellen, doorspekt met citaten uit zijn autobiografie. Darwin heet sarcastisch `Onze Vader'. Geldt hij als een nieuwe, vervangende god? ,,Ja, maar dat is toch gemeengoed? Darwin is de Homerus van de wetenschap, een kolossaal figuur. Ik raakte gefascineerd door die man. Zijn autobiografie bevat allerlei schrijnende details die veel zeggen over de weg die hij ging. Bijvoorbeeld over zijn liefde voor poëzie tot zijn dertigste. Tijdens zijn reizen met de Beagle nam hij Milton mee. Maar aan het einde van zijn leven probeert hij Shakespeare te lezen en hij kotst ervan. Ik denk: omdat-ie echt in het weefsel van de schepping heeft zitten wroeten. Dag in dag uit, decennialang. Het lijkt erop dat hij heel dicht bij een geheim is gekomen, de poëzie voorbij. Ik dramatiseer, maar die lijn vind ik heel spannend en die resoneert met andere dingen in deze bundel.''

Stitou verwijst naar een gedicht waarin hij en collega B. Zwaal in Parijs voordragen. ,,Als Darwin Onze Vader is, en hij zijn belangstelling voor poëzie compleet verliest, dan is het niet vreemd dat er maar zeven mensen in de zaal zitten. En dat de belangstelling voor poëzie in onze cultuur minimaal is.'' Dat is toch niet de schuld van Darwin? ,,Jawel. Hij had moeten blijven lezen.''

Kindsultan

De negentiende eeuw van Darwin komt terug in De vreemdeling bestaat niet. Stitou beschrijft een oosterse kindsultan en een `westersche consul'. Daarbij putte hij uit Vier schetsen van eene reis naar het Oosten, uit 1896. ,,In die tijd is veel in gang gezet, het koloniale denken vierde hoogtij. Als ik schrijf over discriminatie wil ik context geven: een Arabier heet in die schets een `tweevoetig wezen' en is bij voldoende begeleiding: een `uitmuntend werkdier'. Tegelijk zit de kindsultan met zijn piemel te spelen.'' Die piemel staat natuurlijk voor een heleboel dingen? ,,Haha, ja. Maar het gaat mij vooral om de door en door verrotte regerende elite in de Arabische wereld. Het westen was dubbelzinig over het oosten. Tegenover die apathische Arabier staat de exotische toverwereld van de slangenbezweerder en de sprookjesverteller.''

Met zulke gedichten wil Stitou de achtergronden schetsen van het hedendaagse denken in wij en zij. ,,Het exotisme bestaat nog. Marrakech? Prachtige stad! Marokko? Wat een prachtig land, de mensen zijn er zo gastvrij! Terwijl Marokko een enorme werkloosheid kent, ziekenhuizen die niet functioneren, een immense corruptie. Het exotisme beneemt het uitzicht op een tragische toestand.''

De berichtgeving in Nederland over de Marokkaanse koning is Stitou dan ook te rooskleurig. ,,Het is tekenend voor de stemming hier. Die moet wel wanhopig zijn, zo dankbaar is iedereen dat de koning enkele goede daden verricht. Gelukkig, de koning is niet gek, hij deugt!'' De Marokkaanse koning kondigde onder meer vrijheid en gelijkheid voor vrouwen af. ,,Dat is toe te juichen, hoe dubbel ook. Het blijven gunsten, verleend door iemand wiens autoriteit is gebaseerd op zijn afstamming. Dat wordt niet aan de kaak gesteld. Terwijl die willekeur net zo archaïsch en dogmatisch is als religie.''

In het gedicht Niet samen scheiden we licht en donker toont Stitou hoe het vroege koloniale denken doorwerkt in de omstandigheden van de eerste generatie gastarbeiders. Het is een hard en ontroerend gedicht, een rede van een zoon aan een vader, beschuldigend, verontschuldigend en zelfbeschuldigend. Zie regels als : `voor honger en vernedering gevlucht/ op spierkracht geselecteerd en op gebit/ (...) anoniem zootje/ analfabete avonturiers'. Stitou: ,,Bedrijven stuurden inspecteurs naar Marokko die mannen selecteerden op fysieke kwaliteiten. Toch verschilt dat van het botte kolonialisme van daarvoor. Mijn vader wilde niets liever dan naar Europa gaan. Om hier geld te kunnen verdienen. In Marokko was voor hem niets, geen scholing, geen toekomst. Zijn generatie is uitgekotst door Marokko. Ze zochten het maar uit: als je weg wilt, rot je maar op.''

Tegelijk wil Stitou het beeld van gastarbeiders als vrome mensen bijstellen. ,,De generatie van mijn vader is veel hedonistischer en materialistischer dan wordt aangenomen. Ze knielen uit gewoonte. Spiritualiteit en geloof vormen niet meer dan een vernisje.''

Hoewel hij voortdurend naar woorden zoekt, twijfelt over zijn antwoorden, zijn stem niet verheft en in alles een zachtmoedige indruk maakt, komt voortdurend naar voren dat hij graag de confrontatie zoekt en dol is op pesterijtjes. Zie de titel Varkensroze ansichten en het omslag waarop een varkensvacht is afgebeeld. ,,Ach, dat het onzin is om een varken als een onrein dier te zien is natuurlijk een open deur. Wat ik me afvroeg was of varkens wel zo roze zijn. Alleen als ze getekend worden, krijgen ze zo'n kinderkleurtje. De foto op de omslag moest flink bijgeshopt worden, het varken was lang niet roze genoeg. Het omslag geeft de bundel een onwerkelijk, kunstmatig uiterlijk en dat past goed bij mijn poëzie.''

Hoe kunstmatig zijn poëzie is, blijkt uit zijn absurdistische gedichten waarbij hij zich laat leiden door toevallige vondsten, ready mades, die hij bewerkt, zoals briefjes van zijn bovenbuurvrouw (haar naam wordt genoemd in de Aantekeningen, achterin de bundel, en staat ook op het bellenbord) en een senioren-enquête van de GGD Flevoland. En – voor wie een zekere gevoeligheid voor het conceptueel-anekdotische bezit – boven de computer in Stitou's kamer hangt een vel papier met in vrouwelijk handschrift enkele kreten die waarschuwen dat die afstudeerscriptie binnenkort toch echt moet worden ingeleverd.

Mustafa Stitou: Varkensroze ansichten. Uitgeverij de Bezige Bij, €16,-.