Europarlement kritisch over Turkije

Het Europees Parlement vindt dat het hervormingsproces in Turkije nog niet zover is gevorderd dat nu al de onderhandelingen over toetreding tot de Europese Unie kunnen worden geopend. Een resolutie van deze strekking, die is opgesteld door een commissie onder leiding van de Nederlandse CDA-europarlementariër Arie Oostlander, is gisteren met 211 tegen 84 stemmen aangenomen. Er waren 46 onthoudingen.

In het rapport dat ten grondslag ligt aan de uitspraak worden de hervormingen die in gang zijn gezet weliswaar toegejuicht, maar staan ook veel kritische kanttekeningen. Volgens het Europees parlement kunnen de hervormingen pas echt beoordeeld worden als duidelijk is dat deze ook in de praktijk zijn verwezenlijkt.

In dit verband vindt het parlement dat de politieke en maatschappelijke macht van het leger in Turkije verder moet worden teruggedrongen. Ook moeten er stappen worden genomen om de rol van de nationale veiligheidsraad te beperken. Voorts is het parlement kritisch over de beperkte vakbondsvrijheid die er in Turkije bestaat. Ook ten aanzien van de mensenrechten moet er nog veel verbeteren. In de resolutie constateert het parlement dat er nog altijd martelpraktijken in Turkije bestaan.

De Raad van Europa, waarin 45 Europese landen zijn verenigd en die vooral actief is inzake mensenrechten, liet zich eerder deze maand positief uit over de ontwikkelingen in Turkije.

In de Europese Unie is afgesproken dat de toetredingsonderhandelingen met Turkije pas kunnen beginnen als aan de zogeheten politieke criteria is voldaan. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie, zal hierover in oktober een rapport uitbrengen. Hierna moeten de Europese regeringsleiders eind dit jaar besluiten of en wanneer er met Turkije over een volwaardig lidmaatschap van de Unie gesproken gaat worden.